Grondslagen van de Geschiedenis
Hoorcollege 1
Gaat wederom over wat geschiedenis is (net als geschiedwetenschap).
Hierbij vindt o.a. kritische zelfreflectie plaats:
- Wat/tot in hoeverre is (er) kennis?
- Zelfbewustzijn -> wanneer je als historicus het verleden beschrijft is dit gemotiveerd door
politieke, filosofische, morele, (etc.) ideeën die je hebt/waarmee je bent opgegroeid.
- Zelfbewustzijn -> je als historicus hiervan bewust zijn en uiteenzetten hoe dit je argument
zou kunnen beïnvloeden.
Wetenschapsfilosofie moet zowel filosofisch als historisch adequaat zijn…
Wetenschappelijke kennis staat hoog aangeschreven, het wordt als waarheid aangenomen.
Maar daarom moet deze kennis ook (filosofisch) adequaat gerechtvaardigd worden. Verder
is er historische rechtvaardiging, deze is meer descriptief? Gaat geloof ik over hoe
wetenschappers bezig horen te zijn.
, Geschiedfilosofie: twee betekenissen
Res gestae: wat is er in het verleden gebeurt? = synoniem voor het verleden
· Substantiële geschiedfilosofie -> voorbeeld: Karl Marx, hij filosofeerde over hoe de
geschiedenis zich ontwikkelde (namelijk de onvermijdelijke herhalende klassenstrijd ->
revoluties).
Historia rerum gestarum: het verhaal van het verleden/over de dingen uit het verleden
· Analytische geschiedfilosofie = hoe moeten we het verleden bestuderen -> gaat meer over
historici dan het verleden.
Substantiële geschiedfilosofie en analytische geschiedfilosofie zijn gescheiden, maar gaan
samen in de praktijk. ‘Om te weten hoe je het verleden moet bestuderen, moet je tot op
zekere hoogte weten wat het verleden is.’ (hc 1)
H3. Standaardbeeld van de wetenschap
,Wetenschappelijke revolutie is hedendaags standaardbeeld.
De fundamentele onderscheiden slaan (o.a.) op de tegenstelling tussen het objectieve en het
subjectieve:
Natuur vs geest
, Lichaam vs rede
Materiële wereld vs bewustzijn
Tegenstelling tussen subjectieve bewustzijn en het vinden van waarheden. De menselijke
geest krijgt ‘indrukken’ van de werkelijkheid die dan subjectief geïnterpreteerd worden.
Bij het empirisme wordt gebruik gemaakt van inductie om waarheden te vinden. Dit
(inductie) houdt in dat een beperkt aantal (empirische) waarnemingen worden gebruikt om
(inductief) generalisaties te vormen.
Bij het rationalisme wordt empirisme in twijfel getrokken. Onze waarnemingen zijn
imperfect, onze zintuigen zijn onbetrouwbaar. Daarom moet kennis voortkomen uit de ratio /
het verstand. Kennis komt voor uit onbetwijfelbare zekerheden -> hieruit kun je dan andere
zekerheden afleiden.
H4. Immanuel Kant (1724-1804)
Kant zegt dat de mens gezegend is met het vermogen om causaliteit aan de wereld te
verbinden. Wanneer twee gebeurtenissen elkaar in het dagelijkse leven keer op keer
opvolgen, verbinden mensen daar een causaal verband aan.
Hoorcollege 1
Gaat wederom over wat geschiedenis is (net als geschiedwetenschap).
Hierbij vindt o.a. kritische zelfreflectie plaats:
- Wat/tot in hoeverre is (er) kennis?
- Zelfbewustzijn -> wanneer je als historicus het verleden beschrijft is dit gemotiveerd door
politieke, filosofische, morele, (etc.) ideeën die je hebt/waarmee je bent opgegroeid.
- Zelfbewustzijn -> je als historicus hiervan bewust zijn en uiteenzetten hoe dit je argument
zou kunnen beïnvloeden.
Wetenschapsfilosofie moet zowel filosofisch als historisch adequaat zijn…
Wetenschappelijke kennis staat hoog aangeschreven, het wordt als waarheid aangenomen.
Maar daarom moet deze kennis ook (filosofisch) adequaat gerechtvaardigd worden. Verder
is er historische rechtvaardiging, deze is meer descriptief? Gaat geloof ik over hoe
wetenschappers bezig horen te zijn.
, Geschiedfilosofie: twee betekenissen
Res gestae: wat is er in het verleden gebeurt? = synoniem voor het verleden
· Substantiële geschiedfilosofie -> voorbeeld: Karl Marx, hij filosofeerde over hoe de
geschiedenis zich ontwikkelde (namelijk de onvermijdelijke herhalende klassenstrijd ->
revoluties).
Historia rerum gestarum: het verhaal van het verleden/over de dingen uit het verleden
· Analytische geschiedfilosofie = hoe moeten we het verleden bestuderen -> gaat meer over
historici dan het verleden.
Substantiële geschiedfilosofie en analytische geschiedfilosofie zijn gescheiden, maar gaan
samen in de praktijk. ‘Om te weten hoe je het verleden moet bestuderen, moet je tot op
zekere hoogte weten wat het verleden is.’ (hc 1)
H3. Standaardbeeld van de wetenschap
,Wetenschappelijke revolutie is hedendaags standaardbeeld.
De fundamentele onderscheiden slaan (o.a.) op de tegenstelling tussen het objectieve en het
subjectieve:
Natuur vs geest
, Lichaam vs rede
Materiële wereld vs bewustzijn
Tegenstelling tussen subjectieve bewustzijn en het vinden van waarheden. De menselijke
geest krijgt ‘indrukken’ van de werkelijkheid die dan subjectief geïnterpreteerd worden.
Bij het empirisme wordt gebruik gemaakt van inductie om waarheden te vinden. Dit
(inductie) houdt in dat een beperkt aantal (empirische) waarnemingen worden gebruikt om
(inductief) generalisaties te vormen.
Bij het rationalisme wordt empirisme in twijfel getrokken. Onze waarnemingen zijn
imperfect, onze zintuigen zijn onbetrouwbaar. Daarom moet kennis voortkomen uit de ratio /
het verstand. Kennis komt voor uit onbetwijfelbare zekerheden -> hieruit kun je dan andere
zekerheden afleiden.
H4. Immanuel Kant (1724-1804)
Kant zegt dat de mens gezegend is met het vermogen om causaliteit aan de wereld te
verbinden. Wanneer twee gebeurtenissen elkaar in het dagelijkse leven keer op keer
opvolgen, verbinden mensen daar een causaal verband aan.