Examenvragen + uitwerkingen theorie 23/01/2023
, 1. Wat is het verschil tussen grootboekrekeningen 282 en 284?
Het zijn beiden rekeningen voor de financiële vaste activa, maar het verschil zit
hem in de deelnemingsverhouding met de andere onderneming(en): bij
rekening 282 bestaat er een rechtstreekse of onrechtstreekse
deelnemingsverhouding (= rechten die toelaten invloed uit te oefenen op het
beleid), bij rekening 284 niet.
2. Wat zijn de waarderingsprincipes? Geef bij elk principe een woordje
uitleg.
- Materialiteitsprincipe/relevantie: alle boekhoudkundige verrichtingen
moeten ingeschreven worden in de boekhouding. Verrichtingen die
onbelangrijk zijn in verhouding tot het balanstotaal of het resultaat van
de onderneming moeten niet opgenomen worden of mogen voor een
vast bedrag worden ingeboekt. Welke verrichting beschouwd wordt als
onbelangrijk en welke niet, is een kwestie van beoordelen.
- Individuele waardering: ieder element dat voorkomt op de balans (actief
of passief) dient afzonderlijk gewaardeerd te worden volgens eigen
technische of economische kenmerken. De wetgever geeft hierbij de
voorkeur aan de historische kost. De historische kost is de prijs die de
onderneming heeft betaald om het betrokken element te verwerven
(aanschaffingsprijs) of te vervaardigen, eventueel verhoogd met
bijkomende kosten. Omdaten aantal elementen van het actief een
beperkte levensduur hebben, zal men jaarlijks een boeking doen om de
gedaalde waarde tot uiting te brengen. Dit noemt men afschrijvingen. In
sommige uitzonderlijke gevallen kan de waarde van een element zo sterk
dalen dat men moet overgaan tot het boeken van een
waardevermindering. Een uitzondering op de waardering aan historische
kost is de waardering tegen marktwaarde. Deze waardering tegen
marktwaarde is door de wetgever verplicht wanneer op balansdatum de
marktwaarde van het actiefelement lager is dan de historische kostprijs.
De onderneming is dan verplicht een verlies te boeken.
- Objectiviteit: de waardering moet geschieden volgens betrouwbare
methodes en controleerbare gegevens, vrij van vooroordelen en
subjective invloeden, gebaseerd op economisch realisme. Objectiviteit
impliceert ook dat twee onafhankelijke personen door gebruik te maken
van dezelfde gegevens en dezelfde regels noodzakelijkerwijze tot
hetzelfde resultaat komen. De gebruiker van de informatie kan er dan