Hoofdstuk 5-auditieve stoornissen
Inleiding
Prevalentie
• REFER op Algo-test: 2 op 1000 pasgeborenen (bij Kind & gezin)
o Unilateraal verlies 39%
o Bilateraal verlies 61%
• Laterale diagnose: 2 op 10000 geboortes
• Kinderen met syndroom Down: 40%
Etiologie
• 50% genetica
o Erfelijke aandoening
o Syndromen (syndroom van Down)
• Prenataal
o Infectie moeder
▪ rubella, mazelen, bof, geelzucht, cytomegalie, toxoplasmose
o Geneesmiddelen
▪ bepaalde antibiotica hebben ototoxische bijwerkingen en kunnen het
gehoor van de baby aantasten
o zwangerschapsvergiftiging
o Bij heel jonge kinderen: meningitis, voedselstoornissen, virusinfecties, gebruik
geneesmiddelen, een voorwerp in het oor
o Bij kinderen algemeen: meningitis, middenoorontsteking en glue ears
o Bij oudere kinderen en volwassenen:
▪ lawaaitrauma, chronische middenoorontsteking, ziekte van Ménière,
ongevallen, vergiftiging, plotsdoofheid, ouderdomsslechthorendheid
• Perinataal (asfyxie, prematuriteit)
• Postnataal
o Infecties (middenoor ontstekingen) , geneesmiddelen, voorwerpen
o Lawaaitrauma en middenoorontsteking
• 1/3 geen oorzaak te vinden: nergens aanwijsbare zaken terug vinden (idiopathisch)
,Normale structuur en functie
Auditieve systeem
• Uitwendig oor: oorschelp, gehoorgang & trommelvlies (overgang naar middenoor)
• Middenoor
• Binnenoor
• Zenuwbanen
• Auditieve deel van de hersenschors: verdeling van taken linker-rechter hersenhelft
o Linker auditieve hersenschors
▪ Spraak
o Rechter auditieve hersenschors
▪ Omgevingsgeluiden, muziek
Geluidgolven gaan versterkt en doorgeven worden aan het slakkenhuis, waar de sensoren liggen
(fijne haartjes). Wanneer de vloeistof erover gaat worden ze geprikkeld en gaan ze de electrische
signalen doorgeven aan de gehoorzenuw
, Fysiologie van het oor
• Buitenoor
o opvangen van geluid
o Trillingen doorgeven
• Middenoor
o Geluid versterken
• Binnenoor
o Vloeistof en haarcellen in beweging
o Gehoorzenuw geeft info door naar de hersenen (betekenisverlening)
Auditieve functies
• Lokaliseren van geluid (vanwaar komt het geluid)
• Identificeren van geluid
• Discrimineren van geluid (onderscheid maken)
• Filteren van geluid
Intensiteit
• Geluidsterkte
• Eenheid van geluidsterkte: Decibel (dB)
• Hoe hoger: hoe sterker het geluid (meer energie er mee gepaard gaat)
0 dB Gehoordrempel
20-30 dB Fluisteren
50-60 dB Gewone spraak
70 dB Luid spreken
80-90 dB Motor van een auto op 1m afstand
95 dB Vrachtwagen
120 dB Vliegtuig
130-140 dB Pijngrens
Geluidfrequentie
• Geluidgolven met aantal trillingen per seconde
• Toonhoogte
• Eenheid van frequentie: Hertz
Inleiding
Prevalentie
• REFER op Algo-test: 2 op 1000 pasgeborenen (bij Kind & gezin)
o Unilateraal verlies 39%
o Bilateraal verlies 61%
• Laterale diagnose: 2 op 10000 geboortes
• Kinderen met syndroom Down: 40%
Etiologie
• 50% genetica
o Erfelijke aandoening
o Syndromen (syndroom van Down)
• Prenataal
o Infectie moeder
▪ rubella, mazelen, bof, geelzucht, cytomegalie, toxoplasmose
o Geneesmiddelen
▪ bepaalde antibiotica hebben ototoxische bijwerkingen en kunnen het
gehoor van de baby aantasten
o zwangerschapsvergiftiging
o Bij heel jonge kinderen: meningitis, voedselstoornissen, virusinfecties, gebruik
geneesmiddelen, een voorwerp in het oor
o Bij kinderen algemeen: meningitis, middenoorontsteking en glue ears
o Bij oudere kinderen en volwassenen:
▪ lawaaitrauma, chronische middenoorontsteking, ziekte van Ménière,
ongevallen, vergiftiging, plotsdoofheid, ouderdomsslechthorendheid
• Perinataal (asfyxie, prematuriteit)
• Postnataal
o Infecties (middenoor ontstekingen) , geneesmiddelen, voorwerpen
o Lawaaitrauma en middenoorontsteking
• 1/3 geen oorzaak te vinden: nergens aanwijsbare zaken terug vinden (idiopathisch)
,Normale structuur en functie
Auditieve systeem
• Uitwendig oor: oorschelp, gehoorgang & trommelvlies (overgang naar middenoor)
• Middenoor
• Binnenoor
• Zenuwbanen
• Auditieve deel van de hersenschors: verdeling van taken linker-rechter hersenhelft
o Linker auditieve hersenschors
▪ Spraak
o Rechter auditieve hersenschors
▪ Omgevingsgeluiden, muziek
Geluidgolven gaan versterkt en doorgeven worden aan het slakkenhuis, waar de sensoren liggen
(fijne haartjes). Wanneer de vloeistof erover gaat worden ze geprikkeld en gaan ze de electrische
signalen doorgeven aan de gehoorzenuw
, Fysiologie van het oor
• Buitenoor
o opvangen van geluid
o Trillingen doorgeven
• Middenoor
o Geluid versterken
• Binnenoor
o Vloeistof en haarcellen in beweging
o Gehoorzenuw geeft info door naar de hersenen (betekenisverlening)
Auditieve functies
• Lokaliseren van geluid (vanwaar komt het geluid)
• Identificeren van geluid
• Discrimineren van geluid (onderscheid maken)
• Filteren van geluid
Intensiteit
• Geluidsterkte
• Eenheid van geluidsterkte: Decibel (dB)
• Hoe hoger: hoe sterker het geluid (meer energie er mee gepaard gaat)
0 dB Gehoordrempel
20-30 dB Fluisteren
50-60 dB Gewone spraak
70 dB Luid spreken
80-90 dB Motor van een auto op 1m afstand
95 dB Vrachtwagen
120 dB Vliegtuig
130-140 dB Pijngrens
Geluidfrequentie
• Geluidgolven met aantal trillingen per seconde
• Toonhoogte
• Eenheid van frequentie: Hertz