Dit is een uitgebreide samenvatting van hoofdstuk 7 van het boek dat wordt gebruikt bij het vak ‘algemene psychologie’. Samenvatting van alle hoofdstukken komt nog online.
HOOFDSTUK 7: ONTHOUDEN EN VERGETEN
ACHTERGROND
Functie van geheugen: het vermogen om ervaringen in onze hersenen op te slaan en bij verder gedrag te gebruiken
DE REMINISCENTIEBULT
HET AUTOBIOGRFISCHE GEHEUGEN
Geheugen gaat men vaak gaan associëren met herinneringen aan gebeurtenissen uit het leven
Experiment: David Rubin en Matthew Schulkind:
Men kreeg 124 woorden te zien, in 2 groepen (beide 73 jaar oud) -> hierbij moest men gebeurtenissen vertellen die
met het woord samenhangt
Groep 1: focus op recente herinneringen
Groep 2: focus op vroege herinneringen
Resultaat:
o 1: De meeste herinneringen zijn recent
o 2: Geen herinneringen van voor de leeftijd van 3 jaar 6% was minder dan een dag oud
o 3: Meeste herinneringen waren van tussen de 10 en 27% was minder dan een jaar oud
de 30 jaar oud 43% was minder dan 10 jaar oud
DE REMINISCENTIEBULT
Bespreken van resultaten van Rubin en Schulkind:
- Bevinding 1: herinneringen zijn moeilijker op te halen naarmate dat ze langer geleden zijn
- Bevinding 2: het autobiografisch geheugen werkt nog niet goed genoeg als we jonger zijn dan 3 jaar
- Bevinding 3: noemt men de reminiscentiebult
Mogelijke oorsprong/verklaring van de reminiscentiebult:
1) Het leven van veel mensen worden gedefinieerd door de keuzes die ze maken tussen de 10 en 30 jaar oud
2) Geheugen rond deze leeftijd functioneert cognitief en neurofysiologisch het best
DE BEVINDINGEN VAN EBBINGHAUS IN DE 19E EEUW
EBBINGHAUS
Deed experimenten op zichzelf
2 kernvragen:
1) Hoeveel vergeten we en hoe snel gaat dat?
2) Als een persoon zich iets niet langer kan herinneren, betekent dit dan dat de
informatie helemaal verloren gegaan is?
EXPERIMENT
Men gebruikte zinloze lettergrepen, zoals ZOK, KEP
Om geen beïnvloeding te hebben van voorafgaande ervaringen en
betekenisrelaties
De lijst met lettergrepen gaan lezen -> achteraf zo veel mogelijk de juist
volgorde opschrijven -> pas foutloos, wanneer:
o Lijst met 12 lettergrepen - 17 keer lezen
o Lijst met 24 lettergrepen – 44 keer lezen
,BESPARINGSMETHODE EN DE VERGEETCURVE
Testte ook zijn geheugen op verschillende tijdstippen (vb: na een uur, een dag, een week, een maand…)
Hoe meer tijd verstreek tussen het initiële leren en het testen, hoe minder men kon herinneren
Opm: bij het opnieuw instuderen van een
lijst, moest men minder keer de lijst
opnieuw leren, dan dat men deze voor de
eerste keer zou leren
= besparingsmethode -> wijst er op dat
de originele geheugensproren nog niet
volledig gewist waren
o Hoe meer tijd tussen het leren en
herleiden, hoe minder besparing -
> kijk naar de vergeetcurve
In het eerste uur vergeet men het
meeste, daarachter vergeet men minder
HET GEHEUGENMODEL VAN ATKINSON EN SHIFFRIN
4 verschillende delen, zoals hiernaast
Input: zie vorige hoofdstukken: omtrent
waarnemen en de bijkomende selecties
Sensorische geheugen
Kortetermijngeheugen
Langetermijngeheugen
Respons komt uit de kortetermijngeheugen die in
connectie staat met het langetermijngeheugen
DE SENSORISCHE GEHEUGENS
Houden gedurende een korte tijd de informatie bij die de zintuigorganen
bereikt heeft
ICONISCHE GEHEUGEN -> visueel
Experiment: Sperling:
Het zien van een 9 letters voor een korte tijd -> daarnaast moest men zo
veel mogelijk letters opsommen -> gemiddeld kan je 4 letters herhalen
Opmerkelijk:
Achter het zien van de stimuli, krijgt men een toon te horen en hierbij moet men
de bijhorend letters opsommen -> dit lukte effectief wat betekent dat je eigenlijk Hoog -> bovenste rij
alle letters ziet op je nabeeld Matig -> middelste rij
Laag -> onderste rij
MAAR: hoe langer de toon tussen de stimuli en de toon -> hoe minder goed men
de letters kon opsommen
Retrocue: vb een pijltje (achteraf
Opm: men kan dit maar 1 second bewaren getoond) die wijs naar welke letter die je
moet benoemen
ECHOÏSCHE GEHEUGEN -> auditief Voorbeeld de toon in het
Men kan deze iets langer vasthouden dan het iconisch geheugen experiment
Hoe korter de cue na de matrix
Experiment: Darwin et al.: komt, hoe meer van de letters je
Men hoorde informatie uit drie verschillende luidsprekers kan rapporteren
Men kan deze 2 tot 4 seconden bewaren
, HET KORTETERMIJNGEHEUGEN (KTG)
Functie: houdt informatie vast waar we ons op dat moment mee bezig zijn
Vb: de woorden van de prof aan elkaar plakken om er een betekenis aan te geven
William James:
Onderscheid het primaire geheugen van het secundaire geheugen:
Primaire geheugen: geheugen dat gedurende korte tijd de gebeurtenissen en gedachten die we meemaken,
bijhoudt
Secundaire geheugen: geheugen voor vroegere gebeurtenissen en ervaringen
Atkinson en Shiffrin: kortetermijngeheugen is gekenmerkt door:
1) De beperkte capaciteit
2) Fragiliteit van de geheugencode
Miller: toont aan dat het kortetermijngeheugen beperkt is in capaciteit
- ‘5 – 7 – 2’ -> is makkelijk te onthouden
- ‘9 – 6 – 7 – 3 – 4 – 1 – 7 – 8 – 4 – 1 – 2- 0’ -> is moeilijk te onthouden
Je hebt een geheugenspanne van ongeveer 7 elementen
Experiment: Brown en Peterson en Peterson:
Je hoort in de 3 seconden 3 woorden
Conditie 1: je herhaalt deze direct
Conditie 2: eerst in stappen van 3 terugbellen en dan pas de 3 woorden
herhalen
Resultaat: in conditie 2 kon men na 12 seconden bijna niet meer de 3
woorden herhalen
HET LANGETERMIJNGEHEUGEN (LTG)
Heeft een onbeperkte capaciteit en het vergeten gebeurd heel traag
Informatie van kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen -> voornamelijk herhaling
- Seriële positiecurve = een grafiek die aantoont hoe goed een item onthouden wordt afhankelijk van zijn
plaats in de stimulusreeksen
o Glanzer en Cunitz: men kreeg een lijst van 15
woorden
Conditie 1: meteen de woorden opschrijven
Conditie 2: eerst terug tellen van 10 en dan
de woorden opschrijven
Conditie 3: eerst terug tellen van 30 en dan
de woorden opschrijven
o => resultaat:
Voorrangsseffect : men kon de eerste cijfers beter herinneren, in alle 3 de condities
Omdat men deze woorden nog optijd heeft kunnen herhalen
Recentheidseffect : de laatste stimuli / woorden zitten nog in je kortetermijngeheugen
Opm: enkel maar bij conditie 1 omdat de kortetermijnperiode al is
voorbijgegaan wanneer men heeft terug geteld
, VERDERE OTNWIKKELINGEN IN DE GEHEUGENTHEORIEËN
4 vernieuwingen in het geheugen onderzoek (zie hieronder)
VAN KORTETERMIJNGEHEUGEN NAAR WERKGEHEUGEN
DE KERNTAKEN VAN HET WERKGEHEUGEN
1) Informatie uit de omgeving of het langetermijngeheugen onthouden
2) Informatie bijhouden terwijl men iets anders aan het doen is
3) Informatie die kan bijgehouden worden, kan zowel verbaal als niet-verbaal
4) Onthouden welke taak de persoon aan het uitvoeren is
5) Om de juiste taak uit te voeren, moet men verschillende deelprocessen combineren
6) Afleidende prikkels onderdrukken
Men spreekt eerder van een werkgeheugen dan van een kortetermijngeheugen
HET MODEL VAN BADDELEY EN HITCH
1) Fonologische lus:
- Fonologische opslagplaats: opslaan van informatie
- Articulatorisch herhalingsproces: verversen van informatie
2) Visuospatiale schetsblok: opslaan van visuele en ruimtelijke
informatie
3) De centrale verwerker: taken
o Aandacht verdelen over verschillende taken
o Sommige stimuli kunnen selecteren
o Andere stimuli negeren
o Informatie uit het langetermijngeheugen
oproepen
Belang van de verschillende componenten -> kijken naar de dubbeltaken
Een taak waarin men geïnteresseerd in is en een taak die een component van het werkgeheugen selectief
belast
Experiment: De Rammelaere et al.:
o Wat: verschillende elementen: eenvoudige sommen oplossen + continu ‘de de de’ zeggen + met hun
vinger een toevalspatroon tikken
Het tikken: men belast de centrale verwerker -> DUS: de tijd zal beïnvloedt worden wanneer
men een toevalspatroon moet tikken
Wanneer de rekensommen moeilijker worden: is ‘de de de’ zeggen ook voldoende om
invloed te hebben op de tijd (omdat men de fonologisch lus moet gebruiken)
NIEUWE INTERACTIES TUSSEN HET WERKGEHEUGEN EN HET LTG
ZEVEN CHUKS OF VIER?
Miller ging er van uit dat je ongeveer 7 elementen kan onthouden, en dit kan niet beïnvloed worden door het type
van stimulus (dus gezichten, woorden, cijfers, dieren .. heeft geen invloed)
Deze 7 elementen kan men ook chunks noemen (= betekenisvolle informatie-eenheden)
MAAR: ook veel tegenspraak:
Cowan: dacht aan maximum 4 chunks, ipv de overschatting van Miller
KTG-CHUNKS ZIJN GEACTIVEERDE LTG-REPRESENTATIES
Cruciale fout van Atkinson en Shiffrin:
Fout: veronderstelling dat informatie rechtstreeks vanuit de zintuigelijk geheugens in het KTG terechtkwam
Eerst wordt er een omweg gemaakt via het LTG
Hersenscans (Smith & Jonides): KTG-taken activeren niet alleen de typische hersendelen, maar ook andere
hersendelen die te maken hebben met het stimulusmateriaal
, BESTAAT ER WEL EEN APART WERKGEHEUGEN?
Sommigen gaan er van uit dat het werkgeheugen geen apart geheugensysteem is, maar enkel een deel is van het
langetermijngeheugen waardoor iets in het bewuste terechtkomt
EEN REALISTISCHER KIJK OP DE INFORMATIEOVERDACHT VAN WERKGEHEUGEN NAAR LTG
Overgang van het KTG naar LTG lijkt in model van Atkinson en Shiffrin te simpel voorgesteld
Herhaling is niet de meest efficiënte manier om iets in het LTG op te slaan
NEURALE NETWERKEN
Probleem met herhaling: men stelt weinig eisen aan de manier waarop informatie georganiseerd wordt
Netwerkenmodellen:
Zorgt voor: Besef dat men aan het LTG niet zomaar informatie kwam toevoegen
Neuraal netwerk = een computermaker dat de werking van de hersenen nabootst door een grote hoeveelheid
eenvoudige knopen met elkaar te laten communiceren
3 soorten connecties: Informatie wordt niet opgeslagen binnen
o Sterk positief individuele neuronen, maar in de
o Sterk negatief synoptische connecties tussen de neuronen
o Neutraal
CATASTROFALE INTERFERENTIE
Experiment: McCloskey en Cohen:
Vraag: wat zou er gebeuren als men eerst de eenvoudige taken trainden en dan pas moeilijke taken
Na het leren kon men bijna geen gemakkelijke sommen meer oplossen
Catastrofale interferentie = het feit dat het leren van nieuwe informatie in een neuraal netwerk de bestaande
informatie overschrijft
Is in strijd met de manier waarop de menselijke hersenen werken (namelijk, bestaande kennis in stand
houden en verlies vrijwaren)
Negatief: men heeft veel tijd nodig om nieuwe, tegenstrijdige kennis te vervangen (vb: nieuwe
munteenheid)
Positief: niet zo maar informatie aannemen, waardoor men niet zo maar gebrainwashed kan worden
DE HIPPOCMAPUS ALS OVERGANSSTATION
Oplossing voor het probleem van catastrofale interferentie: leerproces gebeurd in 2 etappes:
1) Informatie vlug opslaan in een netwerk waarin catastrofale inherentie mag optreden
2) Informatie wordt overgeschreven naar een tweede netwerk, waar er geen catastrofale interferentie mag
plaatsvinden
o Hierbij gaat men nieuwe informatie gaan invoeren en oude informatie in het netwerk
doorlopend opnieuw te activeren
Neuropsychologie:
Overbrengen van informatie van het werkgeheugen naar het LTG: gebeurt in 2 stappen
1) Informatie tijdelijk in hippocampus opslagen
2) Behoedzaam integreren binnen de bestaande kennis in de verschillende gebieden van de cortex
Schade aan hippocampus: niet meer in staat om nieuwe kennis op te slaan
Les avantages d'acheter des résumés chez Stuvia:
Qualité garantie par les avis des clients
Les clients de Stuvia ont évalués plus de 700 000 résumés. C'est comme ça que vous savez que vous achetez les meilleurs documents.
L’achat facile et rapide
Vous pouvez payer rapidement avec iDeal, carte de crédit ou Stuvia-crédit pour les résumés. Il n'y a pas d'adhésion nécessaire.
Focus sur l’essentiel
Vos camarades écrivent eux-mêmes les notes d’étude, c’est pourquoi les documents sont toujours fiables et à jour. Cela garantit que vous arrivez rapidement au coeur du matériel.
Foire aux questions
Qu'est-ce que j'obtiens en achetant ce document ?
Vous obtenez un PDF, disponible immédiatement après votre achat. Le document acheté est accessible à tout moment, n'importe où et indéfiniment via votre profil.
Garantie de remboursement : comment ça marche ?
Notre garantie de satisfaction garantit que vous trouverez toujours un document d'étude qui vous convient. Vous remplissez un formulaire et notre équipe du service client s'occupe du reste.
Auprès de qui est-ce que j'achète ce résumé ?
Stuvia est une place de marché. Alors, vous n'achetez donc pas ce document chez nous, mais auprès du vendeur febevandamme. Stuvia facilite les paiements au vendeur.
Est-ce que j'aurai un abonnement?
Non, vous n'achetez ce résumé que pour €3,49. Vous n'êtes lié à rien après votre achat.