Paragraaf 1
Ontledingsreactie: een chemische reactie waarbij uit één stof meerdere
stoffen gehaald worden. Dat belangrijk bij het produceren van verschillende
stoffen. (Metaal, brandstof).
Synthesereactie: een chemische reactie waarbij een nuttig bruikbare
stof(fen) ontstaat.
Met behulp van zulke reacties kunnen medicijnen, metalen en brandstoffen
gemaakt worden.
Het verschil tussen een ontledingsreactie en synthesereactie is dus dat je bij
een ontledingsreactie een stof ‘uiteen’ laat vallen en bij een synthesereactie
een stof vormt.
Thermolyse: ontledingsreactie door middel van warmte. Bij verhitting
zonder zuurstof houd je koolstof over.
Organische stoffen: stoffen die verkolen bij thermolyse. Meestal ontstaan er
ook gassen (schroeilucht) en rook (walm): organische stoffen → gassen +
water + koolstof + rook
Elektrolyse: ontledingsreactie door middel van elektrische energie.
Bijvoorbeeld bij het ontleden van water: water → waterstof + zuurstof
aantoningsreactie: reactie waarmee je de aanwezigheid van een stof
aantoont. Bijvoorbeeld het aansteken van waterstof: waterstof + zuurstof
→ water.
Omdat er water en energie vrijkomt, is waterstof een schone brandstof.
zuurstof is nodig om een stof te laten branden.
Fotolyse: ontledingsreactie door middel van licht, door het licht gaat de
reactie sneller. Bijvoorbeeld bij waterstofperoxide (om je haar te
blonderen):
waterstofperoxide → water + zuurstof
Om ongewenste fotolyse tegen te gaan, bewaar je de stof(fen) in het
donker.
, Fotosynthese: synthesereactie die plaatsvindt in bladgroen onder invloed
van (zon)licht: koolstofdioxide + water → glucose + zuurstof
Door fotosynthese is er genoeg zuurstof en voedsel op aarde.
Ontleedbare stoffen: stoffen die je verder kunt ontleden. Ook wel
verbindingen genoemd.
Niet-ontleedbare stoffen: stoffen die je niet verder kunt ontleden (in totaal
circa 120 stoffen). Ook wel elementen genoemd.
Metaal: een niet-ontleedbare stof, dat kan reageren op zuurstof. Bij ijzer
heet dit roesten, bij andere metalen heet dit corroderen. (Aluminium, ijzer,
indium)
Metalen hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken: glad
oppervlakte en stroom en warmtegeleidend. Metalen verschillen in
stofeigenschappen: dichtheid, sterkte en smeltpunt. Ongeveer 70/120 niet-
ontleedbare stoffen is een metaal.
Edelmetaal: een metaal dat (bijna) niet reageert op andere stoffen. (Goud,
zilver)
Niet-metalen: een niet-ontleedbare stof, dat (bijna) geen
gemeenschappelijke kenmerken vertoont. Dit kunnen gassen, vloeibare
stoffen of vaste stoffen zijn. (Silicium, waterstof)
Edelgas: een gas dat (bijna) niet reageert op andere stoffen. (Neon)
Paragraaf 2
Deeltjesmodel: model dat deeltjes (moleculen) weergeeft op een
macroniveau.
Moleculen: kleinste deeltjes waar een stof uit bestaat. Elke stof heeft eigen
moleculen. Deze moleculen hebben een bepaalde bewegingsenergie. Een
hoge temperatuur betekend een hoge bewegingssnelheid. Tenslotte trekken
moleculen elkaar aan. Dit komt door verschillende soorten
aantrekkingskrachten met uiteenlopende sterkte.
Ontledingsreactie: een chemische reactie waarbij uit één stof meerdere
stoffen gehaald worden. Dat belangrijk bij het produceren van verschillende
stoffen. (Metaal, brandstof).
Synthesereactie: een chemische reactie waarbij een nuttig bruikbare
stof(fen) ontstaat.
Met behulp van zulke reacties kunnen medicijnen, metalen en brandstoffen
gemaakt worden.
Het verschil tussen een ontledingsreactie en synthesereactie is dus dat je bij
een ontledingsreactie een stof ‘uiteen’ laat vallen en bij een synthesereactie
een stof vormt.
Thermolyse: ontledingsreactie door middel van warmte. Bij verhitting
zonder zuurstof houd je koolstof over.
Organische stoffen: stoffen die verkolen bij thermolyse. Meestal ontstaan er
ook gassen (schroeilucht) en rook (walm): organische stoffen → gassen +
water + koolstof + rook
Elektrolyse: ontledingsreactie door middel van elektrische energie.
Bijvoorbeeld bij het ontleden van water: water → waterstof + zuurstof
aantoningsreactie: reactie waarmee je de aanwezigheid van een stof
aantoont. Bijvoorbeeld het aansteken van waterstof: waterstof + zuurstof
→ water.
Omdat er water en energie vrijkomt, is waterstof een schone brandstof.
zuurstof is nodig om een stof te laten branden.
Fotolyse: ontledingsreactie door middel van licht, door het licht gaat de
reactie sneller. Bijvoorbeeld bij waterstofperoxide (om je haar te
blonderen):
waterstofperoxide → water + zuurstof
Om ongewenste fotolyse tegen te gaan, bewaar je de stof(fen) in het
donker.
, Fotosynthese: synthesereactie die plaatsvindt in bladgroen onder invloed
van (zon)licht: koolstofdioxide + water → glucose + zuurstof
Door fotosynthese is er genoeg zuurstof en voedsel op aarde.
Ontleedbare stoffen: stoffen die je verder kunt ontleden. Ook wel
verbindingen genoemd.
Niet-ontleedbare stoffen: stoffen die je niet verder kunt ontleden (in totaal
circa 120 stoffen). Ook wel elementen genoemd.
Metaal: een niet-ontleedbare stof, dat kan reageren op zuurstof. Bij ijzer
heet dit roesten, bij andere metalen heet dit corroderen. (Aluminium, ijzer,
indium)
Metalen hebben een aantal gemeenschappelijke kenmerken: glad
oppervlakte en stroom en warmtegeleidend. Metalen verschillen in
stofeigenschappen: dichtheid, sterkte en smeltpunt. Ongeveer 70/120 niet-
ontleedbare stoffen is een metaal.
Edelmetaal: een metaal dat (bijna) niet reageert op andere stoffen. (Goud,
zilver)
Niet-metalen: een niet-ontleedbare stof, dat (bijna) geen
gemeenschappelijke kenmerken vertoont. Dit kunnen gassen, vloeibare
stoffen of vaste stoffen zijn. (Silicium, waterstof)
Edelgas: een gas dat (bijna) niet reageert op andere stoffen. (Neon)
Paragraaf 2
Deeltjesmodel: model dat deeltjes (moleculen) weergeeft op een
macroniveau.
Moleculen: kleinste deeltjes waar een stof uit bestaat. Elke stof heeft eigen
moleculen. Deze moleculen hebben een bepaalde bewegingsenergie. Een
hoge temperatuur betekend een hoge bewegingssnelheid. Tenslotte trekken
moleculen elkaar aan. Dit komt door verschillende soorten
aantrekkingskrachten met uiteenlopende sterkte.