Hoofdstuk 3: Het gedragstherapeutisch proces
3.1 Het gedragstherapeutisch proces als empirische cyclus
3.1.1 Inleiding
3.1.2 De empirische cyclus
Het gedragstherapeutisch proces is duidelijk gemodelleerd naar de empirische cyclus.
Fase 1: probleemstelling
Fase 2: Nadat de probleemstelling is gedefinieerd, begint de onderzoeker met het
verzamelen van gegevens
o Dit vergt de nodige tijd en zorgvuldigheid
o Deze gegevensverzameling staat niet los van enig theoretisch inzicht.
Eerdere theorievorming stuurt immers mede welke variabelen met zal
observeren en welke gegevens niet in de observatie betrokken zullen
worden.
Het is immers onmogelijk om alles te meten, vandaar de dubbele pijl tussen
observeren en theorie.
Fase 3: Naarmate de observaties de theorievorming voldoende gevoed hebben, zal men
trachten de theorie te falsifiëren.
o Dit doet men door concrete voorspellingen (hypothesen) af te leiden uit de theorie,
en deze vervolgens empirisch te toetsen.
o Vaak impliceert het toetsen van de theorie echter meer dan alleen maar opnieuw
observeren en zal de onderzoeker de werkelijkheid gaan manipuleren om de
accuraatheid van de hypothese te achterhalen.
We spreken in dat geval van een experiment
Voorspellingen hebben dan betrekking op de effecten die deze manipulatie
teweeg zal brengen
In de psychotherapie noemen we een behandeling ook wel een
praktijkexperiment
Fase 4: de evaluatiefase
o Hier worden de resultaten van de toetsing teruggekoppeld aan de voorspellingen.