Samenvatting theorie van de historische kennis
LES 1: INLEIDING: DE GESCHIEDENIS IS ABSURD
WAAROM GESCHIEDFILOSOFIE?
Bepaalde negatieve visie: ‘zweverig’
Vanaf 17e eeuw: verschuiving van humane naar exacte wetenschap: gevolg: filosofen stellen
geschiedenis voor als een hobby
Door Von Ranke kreeg geschiedenis een wetenschappelijke basis
o Staat tegenover geschiedfilosofie; dat is abstract
o Von ranke legt model moderne geschiedenis vast: geschiedsfilo blijft in de niche
Er wordt gezegd dat geschiedenis praktisch is; niet zozeer als wetenschap maar als praktijk
worden bestudeerd
Geschiedenis is niet gelijk aan filosofie
Een valse dichotomie
o Nadenken over geschiedwetenschap helpt ook in de praktijk
o De ‘evidenties’ van de praktijken in vraag stellen opent nieuwe onderzoekpistes
DE GESCHIEDENIS IS ABSURD
Kosseleck
o 1 vd belangrijke geschiedfilosofen vd 20e eeuw
Niet enkel denken over de zin maar ook over de onzin vd geschiedenis
Geschiedenis in totaliteit: absurd, onzinnig (niet zinloos!)
Geschiedenis bestaat uit twee delen; zin en onzin
Absurdisme
o Filosofische stroming, uitvloeiing van het existentialisme
o Verschil met existentialisme (Sartre)
Bij existentialisme is onzinnigheid een last
Camus: besef van onzinnigheid geeft juist genot en hoop, absurditeit
omarmen
o Besef dat wereld onkenbaar is, buiten dat ik besta
o Albert Camus (1913-1960)
o Strijd rationeel persoon vs onzinnige wereld
o Absurdisme ≠ scepticisme!
o Mythe van Sisyphus
straf
steen op een berg duwen, wanneer boven valt deze terug naar beneden
Sisyphus wordt altijd tragisch voorgesteld; volgens Camus is Sisyphus niet
malcontent, juist gelukkig
Camus ziet in Sisyphus wat iedereen zou moeten zijn: je bewust zijn van de
onzinnigheid van ons bestaan
DE GESCHIEDSFILOSOFIE OP KAART GEZET
, 3 stromingen binnen geschiedfilosofie
1. Speculatieve/substantiële geschiedfilosofie
o Deel dat zich focust op ‘loop der dingen’
o Erkenning dat geschiedenis veranderlijk is
o Drie vragen
ritme/patroon in historisch proces?
Motor/drijfveer van historisch proces?
doel van historisch proces?
o Kritiek
Geschiedfilosofen hadden vertekend beeld van natuurwetenschappen
wankele grond voor wetmatigheden (opleggen van een keurslijf)
politiek vehikel; Popper ziet geschiedfilosofie als reden dat regimes
gewelddadig worden
2. Kritische/analytische geschiedfilosofie
o Centrale vraag: de (mogelijkheid van) ware kennis van het verleden én de aard van
die kennis
o ook soms gekarakteriseerd als het deel dat zich focust op de verhalen die mensen
over de loop der dingen vertellen
o Deelvragen
mogelijkheid van betrouwbare kennis
criteria van historische verklaringen
relatie geschiedenis en sociale wetenschappen
menselijke vrijheid
esthetische mechanismen
3. geschiedenis en maatschappij
o Historici dragen bij aan zelfbeeld van de periode en maatschappij waarin ze actief
zijn
o Spanningen in deze relatie (zelfbeeld historicus – zelfbeeld maatschappij)
Publieke rol historici
Canon?
o “History is neither a tribunal nor an alibi” (Koselleck, 2018).
o “The historian is himself historical” (Sartre, 1943)
, LES 2: DE KENBAARHEID VAN HET VERLEDEN
AMBITIE/DOEL: BETROUWBAREKENNIS OVER HET VERLEDEN DELEN + PRESENTEREN
Kernvraag bij kritische geschiedfilosofie: kunnen we wel iets betrouwbaar zeggen over het
verleden?
PRIMAAT VAN DE NATUUR(WETENSCHAPPEN)
16e-17e eeuw: wetenschappelijke revolutie: leidt tot wetenschappelijke methode: natuur
kunnen we waarnemen en algemene wetten uit afleiden
Opkomst van gangbaar beeld van kennis:
-> tegenstelling tussen (objectieve) natuur/waarheid vs (subjectieve) waarnemer
-> Splitsing natuur- en geesteswetenschappen
Scepticisme (= lang leve het subjectieve!)
o Oude traditie
Klassieke Oudheid: Sofisten + solipsime (enkel standpunt van de waarnemer
= absoluut subjectief)
o Lange tijd op achtergrond
Afwijzing door Augustinus (Si fallor, sum)
o Vanaf 17e eeuw: terug centraal in filosofische debatten
-> Réne Descartes en zijn Deus deceptor; wat als God kwaadaardig was?
o 2 voorwaarden voor gegronde twijfel: gebruiken sceptici om te twijfelen over het
verleden:
a) Voorstelling van wereld mét bestaan van het betwijfelde
b) Reden waarom eraan getwijfeld kan worden
Splitsing natuur & geest
o Gevolg van wetenschappelijke revolutie
o Primaat van de natuur: waarneembaar concept
o Pogingen tot overbrugging natuur & geest vanaf 19e eeuw
-> Positivisten
-> Carl Hempel Function of General Laws in History
Is geschiedenis een wetenschap?
o 'Directe' waarnemingen (natuur) vs 'indirecte' waarnemingen (="fog of the past")
o Geschiedenis heeft geen vasttaande wetten
o onvolledige bronnen (verloren / nooit bestaan)
o vertekende bronnen
o te véél bronnen > historicus gedwongen om (persoonlijke) keuzes maken, zélfs
indien hij/zij vanuit een heldere vraagstelling/hypothese vertrekt
o uitblijven van consensus over verklaringen, nooit boven twijfel verheven
, blijft het verleden altijd mistig?
o Zie quote Southgate op powerpoint
o 2 vragen die we moeten beantwoorden
We moeten kunnen beantwoorden of geschiedenis wel degelijk bestaat
Twijfel over methoden die we aannemen
o Doorheen 20e eeuw sceptische argumenten tegen kennisbasis van de geschiedenis:
o Bertrand Russel: sceptici
Analytische filosofie
Logica is alles; obv logica kunnen we kennis verwerven
Op zoek naar premissen
Bij nieuwe data: alles terug opnieuw in twijfel trekken
Gedachte experiment met geschiedenis
‘will to doubt’ als wetenschappelijke basishouding
‘non-existence of the past’ als een ‘serious hypothesis’? > alleszins een
denkbare mogelijkheid
> twijfel over álle historische kennis
HET VERLEDEN ALS PURE FICTIE OF CONSTRUCTIE
misschien heeft het verleden wel bestaan, maar nu is het ontoegankelijk
-> controle van historische uitspraken is onmogelijk
Michael Oakeshott (1901-1990)
o Heeft bovenstaand argument verder doorgedreven
o Bronnen leveren geen bewijs: enkel een mogelijk iets
o Experience and its modes (1933)
o extreme vorm van scepticisme
o ‘demonstratieve component’ ontbreekt bij uitspraken over het verleden
o bronnen leveren geen bewijs, hooguit een constructie van iets dat mogelijk gebeurde
o 'all genuine history is contemporary history' (Croce): genuanceerder dan oakeshoot;
alle geschiedenis vertrekt vanuit het heden
constructivistisch standpunt
De 2 punten van sceptici
o Bestaat het wel?
o Alles speelt zich af in het heden
R.G. COLLINGWOOD EN ZIJN PLEIDOOI VOOR DE VERBEELDING
Robin George Collingwood (1889-1943)
o Historicus/archeoloog van Romeins Brittannië
o "the best known neglected thinker of our time“ (Mink)
o Historisch kennis compleet anders dan natuurwetenschappelijke maar beide zijn
waardevol
o Hield splitsing natuur en geest vast; probeerde beide een objectieve basis te geven:
Idea of History (1946)
LES 1: INLEIDING: DE GESCHIEDENIS IS ABSURD
WAAROM GESCHIEDFILOSOFIE?
Bepaalde negatieve visie: ‘zweverig’
Vanaf 17e eeuw: verschuiving van humane naar exacte wetenschap: gevolg: filosofen stellen
geschiedenis voor als een hobby
Door Von Ranke kreeg geschiedenis een wetenschappelijke basis
o Staat tegenover geschiedfilosofie; dat is abstract
o Von ranke legt model moderne geschiedenis vast: geschiedsfilo blijft in de niche
Er wordt gezegd dat geschiedenis praktisch is; niet zozeer als wetenschap maar als praktijk
worden bestudeerd
Geschiedenis is niet gelijk aan filosofie
Een valse dichotomie
o Nadenken over geschiedwetenschap helpt ook in de praktijk
o De ‘evidenties’ van de praktijken in vraag stellen opent nieuwe onderzoekpistes
DE GESCHIEDENIS IS ABSURD
Kosseleck
o 1 vd belangrijke geschiedfilosofen vd 20e eeuw
Niet enkel denken over de zin maar ook over de onzin vd geschiedenis
Geschiedenis in totaliteit: absurd, onzinnig (niet zinloos!)
Geschiedenis bestaat uit twee delen; zin en onzin
Absurdisme
o Filosofische stroming, uitvloeiing van het existentialisme
o Verschil met existentialisme (Sartre)
Bij existentialisme is onzinnigheid een last
Camus: besef van onzinnigheid geeft juist genot en hoop, absurditeit
omarmen
o Besef dat wereld onkenbaar is, buiten dat ik besta
o Albert Camus (1913-1960)
o Strijd rationeel persoon vs onzinnige wereld
o Absurdisme ≠ scepticisme!
o Mythe van Sisyphus
straf
steen op een berg duwen, wanneer boven valt deze terug naar beneden
Sisyphus wordt altijd tragisch voorgesteld; volgens Camus is Sisyphus niet
malcontent, juist gelukkig
Camus ziet in Sisyphus wat iedereen zou moeten zijn: je bewust zijn van de
onzinnigheid van ons bestaan
DE GESCHIEDSFILOSOFIE OP KAART GEZET
, 3 stromingen binnen geschiedfilosofie
1. Speculatieve/substantiële geschiedfilosofie
o Deel dat zich focust op ‘loop der dingen’
o Erkenning dat geschiedenis veranderlijk is
o Drie vragen
ritme/patroon in historisch proces?
Motor/drijfveer van historisch proces?
doel van historisch proces?
o Kritiek
Geschiedfilosofen hadden vertekend beeld van natuurwetenschappen
wankele grond voor wetmatigheden (opleggen van een keurslijf)
politiek vehikel; Popper ziet geschiedfilosofie als reden dat regimes
gewelddadig worden
2. Kritische/analytische geschiedfilosofie
o Centrale vraag: de (mogelijkheid van) ware kennis van het verleden én de aard van
die kennis
o ook soms gekarakteriseerd als het deel dat zich focust op de verhalen die mensen
over de loop der dingen vertellen
o Deelvragen
mogelijkheid van betrouwbare kennis
criteria van historische verklaringen
relatie geschiedenis en sociale wetenschappen
menselijke vrijheid
esthetische mechanismen
3. geschiedenis en maatschappij
o Historici dragen bij aan zelfbeeld van de periode en maatschappij waarin ze actief
zijn
o Spanningen in deze relatie (zelfbeeld historicus – zelfbeeld maatschappij)
Publieke rol historici
Canon?
o “History is neither a tribunal nor an alibi” (Koselleck, 2018).
o “The historian is himself historical” (Sartre, 1943)
, LES 2: DE KENBAARHEID VAN HET VERLEDEN
AMBITIE/DOEL: BETROUWBAREKENNIS OVER HET VERLEDEN DELEN + PRESENTEREN
Kernvraag bij kritische geschiedfilosofie: kunnen we wel iets betrouwbaar zeggen over het
verleden?
PRIMAAT VAN DE NATUUR(WETENSCHAPPEN)
16e-17e eeuw: wetenschappelijke revolutie: leidt tot wetenschappelijke methode: natuur
kunnen we waarnemen en algemene wetten uit afleiden
Opkomst van gangbaar beeld van kennis:
-> tegenstelling tussen (objectieve) natuur/waarheid vs (subjectieve) waarnemer
-> Splitsing natuur- en geesteswetenschappen
Scepticisme (= lang leve het subjectieve!)
o Oude traditie
Klassieke Oudheid: Sofisten + solipsime (enkel standpunt van de waarnemer
= absoluut subjectief)
o Lange tijd op achtergrond
Afwijzing door Augustinus (Si fallor, sum)
o Vanaf 17e eeuw: terug centraal in filosofische debatten
-> Réne Descartes en zijn Deus deceptor; wat als God kwaadaardig was?
o 2 voorwaarden voor gegronde twijfel: gebruiken sceptici om te twijfelen over het
verleden:
a) Voorstelling van wereld mét bestaan van het betwijfelde
b) Reden waarom eraan getwijfeld kan worden
Splitsing natuur & geest
o Gevolg van wetenschappelijke revolutie
o Primaat van de natuur: waarneembaar concept
o Pogingen tot overbrugging natuur & geest vanaf 19e eeuw
-> Positivisten
-> Carl Hempel Function of General Laws in History
Is geschiedenis een wetenschap?
o 'Directe' waarnemingen (natuur) vs 'indirecte' waarnemingen (="fog of the past")
o Geschiedenis heeft geen vasttaande wetten
o onvolledige bronnen (verloren / nooit bestaan)
o vertekende bronnen
o te véél bronnen > historicus gedwongen om (persoonlijke) keuzes maken, zélfs
indien hij/zij vanuit een heldere vraagstelling/hypothese vertrekt
o uitblijven van consensus over verklaringen, nooit boven twijfel verheven
, blijft het verleden altijd mistig?
o Zie quote Southgate op powerpoint
o 2 vragen die we moeten beantwoorden
We moeten kunnen beantwoorden of geschiedenis wel degelijk bestaat
Twijfel over methoden die we aannemen
o Doorheen 20e eeuw sceptische argumenten tegen kennisbasis van de geschiedenis:
o Bertrand Russel: sceptici
Analytische filosofie
Logica is alles; obv logica kunnen we kennis verwerven
Op zoek naar premissen
Bij nieuwe data: alles terug opnieuw in twijfel trekken
Gedachte experiment met geschiedenis
‘will to doubt’ als wetenschappelijke basishouding
‘non-existence of the past’ als een ‘serious hypothesis’? > alleszins een
denkbare mogelijkheid
> twijfel over álle historische kennis
HET VERLEDEN ALS PURE FICTIE OF CONSTRUCTIE
misschien heeft het verleden wel bestaan, maar nu is het ontoegankelijk
-> controle van historische uitspraken is onmogelijk
Michael Oakeshott (1901-1990)
o Heeft bovenstaand argument verder doorgedreven
o Bronnen leveren geen bewijs: enkel een mogelijk iets
o Experience and its modes (1933)
o extreme vorm van scepticisme
o ‘demonstratieve component’ ontbreekt bij uitspraken over het verleden
o bronnen leveren geen bewijs, hooguit een constructie van iets dat mogelijk gebeurde
o 'all genuine history is contemporary history' (Croce): genuanceerder dan oakeshoot;
alle geschiedenis vertrekt vanuit het heden
constructivistisch standpunt
De 2 punten van sceptici
o Bestaat het wel?
o Alles speelt zich af in het heden
R.G. COLLINGWOOD EN ZIJN PLEIDOOI VOOR DE VERBEELDING
Robin George Collingwood (1889-1943)
o Historicus/archeoloog van Romeins Brittannië
o "the best known neglected thinker of our time“ (Mink)
o Historisch kennis compleet anders dan natuurwetenschappelijke maar beide zijn
waardevol
o Hield splitsing natuur en geest vast; probeerde beide een objectieve basis te geven:
Idea of History (1946)