13.1 OVERZICHT VAN HET SPIERSYSTEEM
Betrokken bij beweging: zowel beweging van het gehele organisme als beweging van materialen in
het organisme
Types van spieren
3 types spierweefsels: glad, hart- en skeletspierweefsel - Cellen hiervan worden myocyten genoemd
Glad spierweefsel
- Gevormd zoals smalle cilinders met puntige uiteindes
- Cellen zitten in parallelle lijnen die vellen vormen
- Lijnen te vinden in hart- en skeletspieren maar niet in gladde spieren
- Ligt in de wanden van holle interne organen en bloedvaten en zorgt voor contractie van de
wand
- Contracties van gladde spieren is onvrijwillig, zonder bewuste controle
- Is trager om te contraheren dan het skeletspierweefsel, maar het kan verlengde contracties
doorstaan en wordt niet snel ‘moe’
Hartspierweefsel
- Vormt de hartwand
- De vezels hebben normaal 1 kern, gestreept en tubulair
- Vertakking laat vezels toe om in elkaar te grijpen aan geïntercaleerde schijven
o Plasmamembraan aan geïntercaleerde schijven bevat gap junctions die toelaten
dat contracties snel genoeg spreiden doorheen de hartwand
- Hartvezels ontspannen tussen 2 contracties, wat uitputting vermijdt
- Contracties van de hartspier is ritmisch en gebeurt zonder zenuwstimulatie van buitenaf en
zonder bewuste controle
, Skeletspierweefsel
- Vezels zijn tubulair, hebben meerdere nuclei en is gestreept en maken de skeletspieren vast
aan het skeletsysteem
- Vezels kunnen lang zijn en zorgen dus voor de lengte van de spieren
- Myocyten zijn spiervezels
- Vrijwillig: we kunnen kiezen om een deel van het lichaam te bewegen
Skeletspieren van het lichaam
Mensen horen bij de vertebraten
- Deze bevatten een interne vertebrale kolom, een skelet en verbonden aanhangsels
- Skeletspieren zijn gehecht aan het skelet en de contracties veroorzaken beweging van botten
een gewrichten
Functies van de skeletspieren
- Ondersteuning: Skeletspiercontracties verzetten zich tegen de zwaartekracht en laten toe om
ons lichaam recht te houden
- Beweging van botten en andere lichaamsstructuren: Spiercontracties staan ook in voor de
beweging van ogen, gezichtsuitdrukkingen en ademen
- Behoud van een constante lichaamstemperatuur: Skeletspiercontracties veroorzaken afbraak
van ATP, waardoor warmte vrijkomt dat doorheen het lichaam verspreid wordt
- Beweging van bloeistoffen in het cardiovasculaire en lymfesysteem: druk van
skeletspiercontracties houdt bloed in beweging in de cardiovasculaire venen en lymfe
beweegt in de lymfevaten
- Bescherming van interne organen en stabilisatie van gewrichten: spieren stutten de botten en
spierwand in de buikregio beschermen de interne organen. Spierpezen helpen de botten
samenhouden aan gewrichten