HOOFDSTUK 1 : INLEIDING
LABORATORIUMDIAGNOSTIEK
Er zijn 2 soorten labo’s : privaat labo & ziekenhuis labo
1. Centrale rol van klinisch labo
Adviseren van de arts m.b.t aanvragen van relevante labo testen i.k.v diagnose, prognose en
opvolging
Aanleveren van duidelijke richtlijnen rond correcte staalname (bv beenmerg, bloed,…) ,
bewaarcondities en transport naar labo
Uitvoeren van laboratoriumtesten gebruikmakend van gevalideerde (nu enkel
gecommercialiseerde testen, niet zelf gemaakt) testen door competent (diploma,
competentie ook steeds opvolgen) personeel en gecontroleerd door interne en externe
(externe partij) kwaliteitscontrole
Correcte interpretatie van laboresultaten in functie van klinische vraagstelling rekening
houdend met analytische en biologische variabiliteit
2. Verschillende afdelingen klinisch labo
De standaard afdelingen :
Routine klinische chemie/medische biochemie (24u labo) (bv cholesterol, elektrolyten,…)
Routine hematologie (24u labo) goede en kwade bloedaandoeningen (celtelling, routine
stolling, bloedgroepbepaling, kruisproeven)
Microbiologie (bacteriologie, virologie, mycologie) : kweek en identificatie, antibiogram,
moleculaire testing
Team kwaliteit : discipline overkoepelend (Sciensano/accreditatie)
Gespecialiseerd :
In domein van de klinische chemie (auto-immuniteit, fertiliteit, toxicologie)
Hematologische diagnostiek : beenmergonderzoek, immuunfenotypering, moleculaire
diagnostiek
Deze gespecialiseerde afdelingen zijn complex, worden niet veel gedaan, zijn niet
geautomatiseerd en zijn duur
NETWERKSTRUCTUUR
Locoregionale ziekenhuisnetwerken (bv ZNA) : ziekenhuizen werken samen voor
gespecialiseerde test in labo/beeldvorming wordt je naar een ziekenhuis in de buurt
gestuurd brede zorg in de regio
3. Laboratorium testcyclus
, 3.1 Preanalytische fase
3.1.1 Testaanvraag arts
Voorwaarden RIZIV (diegene die terugbetaling + waarde/prijs test bepalen) voor
voorschriften klinische biologie :
Voorgeschreven door de zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft
Wie? Geneesheer, tandarts, vroedvrouw
Geen analyses voorschrijven waarover hij onvoldoende kennis bezit of die hij niet
correct zou ku interpreteren (bv huisarts weet te weinig over immunologie)
Klinische inlichtingen bv : patiënt krijgt therapie die invloed
heeft op analyse
Als je kijkt op het aanvraagformulier : cijfers in kleuren voor bepaalde soort afname , € teken
betekent niet terugbetaald
3.1.2 Voorbereiding patiënt
bv glucose is anders als je net
gegeten hebt
moet aanduiden of je nuchter bent
Andere
referentiewaarden
Bv contrastof na beeldvorming
Cortisol is een stresshormoon dat hoger is
in de ochtend
CK verhoogt na fysieke inspanning
3.1.3 Monstername focus op perifeer bloed
Correcte afnametechniek – vermijden van hemolyse
- Serum (bloed eerst laten stollen! Routine biochemische testsen)
- Additieven ter preventie van stolling plasma
o EDTA (ethyleendiaminetetra-azijnzuur) is NIET geschikt voor biochemisch
onderzoek
Vaak aanwezig als K+ zout minder frequent als Na+ zout
verstoring meten ionen (enkel hematologisch onderzoek)
EDTA cheleert bivalente Ca2+ en Mg2+
Zonder K geen stolling
o Na-fluoride/K-oxalaat : bepaling glucose – absoluut noodzakelijk indien
serum/plasma niet snel van RBC kan worden gescheiden (afname privé
consultatie huisarts/specialist). Glucose concentratie in serum daalt
progressief na bloedafname (~10-15 mg/dl , normale waarde 75-95)
dus dan lijkt op hypoglycemie daarom is er een glycolyse remmer
LABORATORIUMDIAGNOSTIEK
Er zijn 2 soorten labo’s : privaat labo & ziekenhuis labo
1. Centrale rol van klinisch labo
Adviseren van de arts m.b.t aanvragen van relevante labo testen i.k.v diagnose, prognose en
opvolging
Aanleveren van duidelijke richtlijnen rond correcte staalname (bv beenmerg, bloed,…) ,
bewaarcondities en transport naar labo
Uitvoeren van laboratoriumtesten gebruikmakend van gevalideerde (nu enkel
gecommercialiseerde testen, niet zelf gemaakt) testen door competent (diploma,
competentie ook steeds opvolgen) personeel en gecontroleerd door interne en externe
(externe partij) kwaliteitscontrole
Correcte interpretatie van laboresultaten in functie van klinische vraagstelling rekening
houdend met analytische en biologische variabiliteit
2. Verschillende afdelingen klinisch labo
De standaard afdelingen :
Routine klinische chemie/medische biochemie (24u labo) (bv cholesterol, elektrolyten,…)
Routine hematologie (24u labo) goede en kwade bloedaandoeningen (celtelling, routine
stolling, bloedgroepbepaling, kruisproeven)
Microbiologie (bacteriologie, virologie, mycologie) : kweek en identificatie, antibiogram,
moleculaire testing
Team kwaliteit : discipline overkoepelend (Sciensano/accreditatie)
Gespecialiseerd :
In domein van de klinische chemie (auto-immuniteit, fertiliteit, toxicologie)
Hematologische diagnostiek : beenmergonderzoek, immuunfenotypering, moleculaire
diagnostiek
Deze gespecialiseerde afdelingen zijn complex, worden niet veel gedaan, zijn niet
geautomatiseerd en zijn duur
NETWERKSTRUCTUUR
Locoregionale ziekenhuisnetwerken (bv ZNA) : ziekenhuizen werken samen voor
gespecialiseerde test in labo/beeldvorming wordt je naar een ziekenhuis in de buurt
gestuurd brede zorg in de regio
3. Laboratorium testcyclus
, 3.1 Preanalytische fase
3.1.1 Testaanvraag arts
Voorwaarden RIZIV (diegene die terugbetaling + waarde/prijs test bepalen) voor
voorschriften klinische biologie :
Voorgeschreven door de zorgverlener die de patiënt in behandeling heeft
Wie? Geneesheer, tandarts, vroedvrouw
Geen analyses voorschrijven waarover hij onvoldoende kennis bezit of die hij niet
correct zou ku interpreteren (bv huisarts weet te weinig over immunologie)
Klinische inlichtingen bv : patiënt krijgt therapie die invloed
heeft op analyse
Als je kijkt op het aanvraagformulier : cijfers in kleuren voor bepaalde soort afname , € teken
betekent niet terugbetaald
3.1.2 Voorbereiding patiënt
bv glucose is anders als je net
gegeten hebt
moet aanduiden of je nuchter bent
Andere
referentiewaarden
Bv contrastof na beeldvorming
Cortisol is een stresshormoon dat hoger is
in de ochtend
CK verhoogt na fysieke inspanning
3.1.3 Monstername focus op perifeer bloed
Correcte afnametechniek – vermijden van hemolyse
- Serum (bloed eerst laten stollen! Routine biochemische testsen)
- Additieven ter preventie van stolling plasma
o EDTA (ethyleendiaminetetra-azijnzuur) is NIET geschikt voor biochemisch
onderzoek
Vaak aanwezig als K+ zout minder frequent als Na+ zout
verstoring meten ionen (enkel hematologisch onderzoek)
EDTA cheleert bivalente Ca2+ en Mg2+
Zonder K geen stolling
o Na-fluoride/K-oxalaat : bepaling glucose – absoluut noodzakelijk indien
serum/plasma niet snel van RBC kan worden gescheiden (afname privé
consultatie huisarts/specialist). Glucose concentratie in serum daalt
progressief na bloedafname (~10-15 mg/dl , normale waarde 75-95)
dus dan lijkt op hypoglycemie daarom is er een glycolyse remmer