JEUGDCRIMINOLOGIE
Prof. Pleysier
2023-2024
,INHOUDSOPGAVE
1. Introductie jeugdcriminologie: ‘brandend actueel!’ .......................................................... 4
2. De jeugd van tegenwoordig: jongeren in vlaanderen .......................................................... 6
2.1. Jongeren en ‘de jeugd’ in historisch perspectief ........................................................ 6
2.2. Jongeren en ‘de jeugd’ als sociologische realiteit ...................................................... 7
2.3. Jeugdonderzoek in vlaanderen ................................................................................. 8
3. Jongeren in & met problemen in cijfers (deel I) ................................................................ 12
3.1. Inleiding ............................................................................................................... 12
3.2. OLiciële criminaliteitsstatistieken ......................................................................... 12
3.3. Self-report onderzoek............................................................................................ 14
4. Jongeren in & met problemen in cijfers (deel II) ............................................................... 16
5. Verklaringen voor jeugdcriminaliteit: micro-meso-macro (deel I) ..................................... 18
5.1. Situering ............................................................................................................... 18
5.2. Verklaringen ......................................................................................................... 18
6. Verklaringen voor jeugdcriminaliteit: micro-meso-macro (deel II) → etiologisch onderzoek
naar jeugdcriminaliteit.......................................................................................................... 24
6.1. Klassieke verklaringen voor (jeugd)delinquentie...................................................... 24
6.2. Historische krachtlijnen en actuele ontwikkelingen ................................................ 27
6.3. Epiloog ................................................................................................................. 28
7. Jeugdrechtmodellen ..................................................................................................... 30
7.1. Jeugdrechtmodellen in theorie............................................................................... 30
7.2. Jeugdrechtmodellen in wetgeving .......................................................................... 32
8. Interventies bij jeugdcriminaliteit................................................................................... 35
8.1. Wat werkt? ........................................................................................................... 35
8.2. RNR en GLM in de aanpak van jeugddelinquentie ................................................... 37
8.3. Bredere discussie over ‘evidence based’ praktijk..................................................... 40
9. Besluitvorming en beslissingspraktijk ............................................................................ 42
9.1. Doctoraatsonderzoek goedseels............................................................................ 42
9.2. NICC onderzoek.................................................................................................... 44
9.3. Vooronderzoek ‘monitoring en evaluatie van het decreet jeugddelinquentierecht’ .... 46
10. Preventie van jeugdcriminaliteit ................................................................................. 48
10.1. Het begrip preventie .............................................................................................. 48
10.2. Preventie, dimensies en modellen ......................................................................... 48
2
, 10.3. ‘voorkomen is beter dan genezen’ .......................................................................... 50
10.4. Houdbaarheid klassieke tweedeling: preventie versus repressie .............................. 52
11. Jongeren en slachtoLerschap .................................................................................... 53
11.1. De ontdekking van het slachtoLer .......................................................................... 53
11.2. Het jonge, vergeten slachtoLer .............................................................................. 53
11.3. SlachtoLerschap meten en verklaren ..................................................................... 54
11.4. Onderzoek naar slachtoLerschap bij kinderen en jongeren ..................................... 55
11.5. Enkele conclusies ................................................................................................. 57
3
, 1. INTRODUCTIE JEUGDCRIMINOLOGIE: ‘BRANDEND ACTUEEL!’
• JEUGDCRIMINALITEIT ALS ACTUEEL EN BRANDEND VRAAGSTUK ∼ criminaliteit en
onveiligheid in onze samenleving
® ‘onrust is van alle tijden’ (van Weringh, 1978)
® Er heerst een soort van ‘chronocentrisme’ = het gevoel dat we voor het eerst met een
probleem worden geconfronteerd terwijl dat niet zo is → in verleden ook al zo
® Breedmaatschappelijke observaties
® (laat)moderne risicomaatschappij (Beck, 1992)
o Onvoorwaardelijke geloof in wetenschap en kennis
o Productie van welvaart staat centraal → productie van risico’s (bv. (kern)energie)
o Toenemend risicobewustzijn, dalende risicoacceptatie
o ‘voorzorgsprincipe’: risico’s te allen tijde proberen vermijden
o “Dat is de succesparadox: hoe veiliger, welvarender en gezonder we worden, hoe
panischer we reageren op het laatste stukje tekort dat er nog is.” (interview met Marc
Schuilenburg)
® Paradigmawissel
o Van verzorgingsstaat naar een veiligheidsstaat
o Van een post-crime naar een pre-crime samenleving
® Pre-crime samenleving
o Interventies steunen niet langer op een strafrechtelijke inbreuk, maar reductie van
veiligheidsrisico’s staat centraal
o Focus op risico’s en risicogroepen
o Opereert onder het voorzorgsprincipe
o Discussies over overlast, leefbaarheid, regulering van gedrag, normen en waarden,
fatsoen, …
o Vroegtijdig ingrijpen
® Post-crime samenleving: je pleegt een inbreuk en hierop volgt een reactie, er wordt een
onderzoek gestart, er komt een proces, ...
® We leven in een … controlecultuur, incidentencultuur
® ‘gevoel van urgentie’ en morele paniek
® ‘populaire mythen’ over (jeugd)criminaliteit
o ‘jeugddelinquentie stijgt spectaculair’
o ‘jeugddelinquenten beginnen steeds jonger’
o ‘jeugd wordt gewelddadiger’
o ‘jeugdcriminaliteit is etnisch gekleurd’
o …
® ‘beeld is niet eenduidig’
® Meerderheid is ‘relatief braaf’, niettemin…
o Verschillende soorten jeugdcriminaliteit
o Typische jeugdcriminaliteit en ernstige (gedrags)problematiek
• JEUGDCRIMINOLOGIE ALS WETENSCHAP
® Jeugdcriminologie → suggereert een jeugdgerichte specialisatie in de criminologie
o Definitieproblemen in de criminologie
- Studiedomein is breder en heterogener geworden
- Criminologie tussen wetenschap en beleid
4
Prof. Pleysier
2023-2024
,INHOUDSOPGAVE
1. Introductie jeugdcriminologie: ‘brandend actueel!’ .......................................................... 4
2. De jeugd van tegenwoordig: jongeren in vlaanderen .......................................................... 6
2.1. Jongeren en ‘de jeugd’ in historisch perspectief ........................................................ 6
2.2. Jongeren en ‘de jeugd’ als sociologische realiteit ...................................................... 7
2.3. Jeugdonderzoek in vlaanderen ................................................................................. 8
3. Jongeren in & met problemen in cijfers (deel I) ................................................................ 12
3.1. Inleiding ............................................................................................................... 12
3.2. OLiciële criminaliteitsstatistieken ......................................................................... 12
3.3. Self-report onderzoek............................................................................................ 14
4. Jongeren in & met problemen in cijfers (deel II) ............................................................... 16
5. Verklaringen voor jeugdcriminaliteit: micro-meso-macro (deel I) ..................................... 18
5.1. Situering ............................................................................................................... 18
5.2. Verklaringen ......................................................................................................... 18
6. Verklaringen voor jeugdcriminaliteit: micro-meso-macro (deel II) → etiologisch onderzoek
naar jeugdcriminaliteit.......................................................................................................... 24
6.1. Klassieke verklaringen voor (jeugd)delinquentie...................................................... 24
6.2. Historische krachtlijnen en actuele ontwikkelingen ................................................ 27
6.3. Epiloog ................................................................................................................. 28
7. Jeugdrechtmodellen ..................................................................................................... 30
7.1. Jeugdrechtmodellen in theorie............................................................................... 30
7.2. Jeugdrechtmodellen in wetgeving .......................................................................... 32
8. Interventies bij jeugdcriminaliteit................................................................................... 35
8.1. Wat werkt? ........................................................................................................... 35
8.2. RNR en GLM in de aanpak van jeugddelinquentie ................................................... 37
8.3. Bredere discussie over ‘evidence based’ praktijk..................................................... 40
9. Besluitvorming en beslissingspraktijk ............................................................................ 42
9.1. Doctoraatsonderzoek goedseels............................................................................ 42
9.2. NICC onderzoek.................................................................................................... 44
9.3. Vooronderzoek ‘monitoring en evaluatie van het decreet jeugddelinquentierecht’ .... 46
10. Preventie van jeugdcriminaliteit ................................................................................. 48
10.1. Het begrip preventie .............................................................................................. 48
10.2. Preventie, dimensies en modellen ......................................................................... 48
2
, 10.3. ‘voorkomen is beter dan genezen’ .......................................................................... 50
10.4. Houdbaarheid klassieke tweedeling: preventie versus repressie .............................. 52
11. Jongeren en slachtoLerschap .................................................................................... 53
11.1. De ontdekking van het slachtoLer .......................................................................... 53
11.2. Het jonge, vergeten slachtoLer .............................................................................. 53
11.3. SlachtoLerschap meten en verklaren ..................................................................... 54
11.4. Onderzoek naar slachtoLerschap bij kinderen en jongeren ..................................... 55
11.5. Enkele conclusies ................................................................................................. 57
3
, 1. INTRODUCTIE JEUGDCRIMINOLOGIE: ‘BRANDEND ACTUEEL!’
• JEUGDCRIMINALITEIT ALS ACTUEEL EN BRANDEND VRAAGSTUK ∼ criminaliteit en
onveiligheid in onze samenleving
® ‘onrust is van alle tijden’ (van Weringh, 1978)
® Er heerst een soort van ‘chronocentrisme’ = het gevoel dat we voor het eerst met een
probleem worden geconfronteerd terwijl dat niet zo is → in verleden ook al zo
® Breedmaatschappelijke observaties
® (laat)moderne risicomaatschappij (Beck, 1992)
o Onvoorwaardelijke geloof in wetenschap en kennis
o Productie van welvaart staat centraal → productie van risico’s (bv. (kern)energie)
o Toenemend risicobewustzijn, dalende risicoacceptatie
o ‘voorzorgsprincipe’: risico’s te allen tijde proberen vermijden
o “Dat is de succesparadox: hoe veiliger, welvarender en gezonder we worden, hoe
panischer we reageren op het laatste stukje tekort dat er nog is.” (interview met Marc
Schuilenburg)
® Paradigmawissel
o Van verzorgingsstaat naar een veiligheidsstaat
o Van een post-crime naar een pre-crime samenleving
® Pre-crime samenleving
o Interventies steunen niet langer op een strafrechtelijke inbreuk, maar reductie van
veiligheidsrisico’s staat centraal
o Focus op risico’s en risicogroepen
o Opereert onder het voorzorgsprincipe
o Discussies over overlast, leefbaarheid, regulering van gedrag, normen en waarden,
fatsoen, …
o Vroegtijdig ingrijpen
® Post-crime samenleving: je pleegt een inbreuk en hierop volgt een reactie, er wordt een
onderzoek gestart, er komt een proces, ...
® We leven in een … controlecultuur, incidentencultuur
® ‘gevoel van urgentie’ en morele paniek
® ‘populaire mythen’ over (jeugd)criminaliteit
o ‘jeugddelinquentie stijgt spectaculair’
o ‘jeugddelinquenten beginnen steeds jonger’
o ‘jeugd wordt gewelddadiger’
o ‘jeugdcriminaliteit is etnisch gekleurd’
o …
® ‘beeld is niet eenduidig’
® Meerderheid is ‘relatief braaf’, niettemin…
o Verschillende soorten jeugdcriminaliteit
o Typische jeugdcriminaliteit en ernstige (gedrags)problematiek
• JEUGDCRIMINOLOGIE ALS WETENSCHAP
® Jeugdcriminologie → suggereert een jeugdgerichte specialisatie in de criminologie
o Definitieproblemen in de criminologie
- Studiedomein is breder en heterogener geworden
- Criminologie tussen wetenschap en beleid
4