mamma oncologie
&
gynaecologische
tumoren
(inclusief aantekeningen lessen)
Opleiding tot oncologie verpleegkundige van het Erasmus MC
Gebruikte boeken:
“Psychologische patiëntenzorg in de oncologie”
&
“Oncologie, handboek voor verpleegkundigen”
,Inhoudsopgave
1. Mammacarcinoom..................................................................................................................................... 3
1.2 Fundamentele aspecten, diagnostiek, behandeling mammaoncologie.........................................................7
1.3 Verpleegkundige aspecten rondom de chirurgische ingreep mammatumoren.............................................8
1.4 Borstprotheses..............................................................................................................................................11
2. Erfelijkheid............................................................................................................................................... 11
3. Gynaecologische oncologie...................................................................................................................... 12
3.2 Fundamentele aspecten, diagnostiek, behandeling gynaecologische tumoren..........................................17
2
, 1. Mammacarcinoom
(hoofdstuk 20 boek “oncologie, handboek voor verpleegkundigen en andere hulpverleners”)
Mammacarcinoom is de meest voorkomende kwaadaardige aandoening bij vrouwen.
Bij het ontstaan van mammacarcinoom speelt waarschijnlijk een combinatie van hormonale,
erfelijke en omgevingsfactoren een rol.
Risicofactoren bij het ontstaan van mammacarcinoom:
- Hormonale factoren
- Erfelijke en familiaire factoren
- Eerder doorgemaakt mammacarcinoom
- Bestraling van het bovenlichaam
- Eerder doorgemaakt ovarium-, endometrium- of coloncarcinoom
- Eerdere verwijdering van goedaardige tumor in de mamma
- Overgewicht
- Alcoholgebruik
Preventie: helaas is preventie van mammacarcinoom niet mogelijk, behalve preventieve
mamma-amputatie bij vastgestelde BRCA-gen-mutatie.
Het bevolkingsonderzoek borstkanker gaat in vanaf je 50e levensjaar tot aan je 76e, waarbij
er 2-jaarlijks een mammografie wordt gemaakt.
Belangrijke screenings buiten het kader van het bevolkingsonderzoek zijn:
- Vrouwen die eerder behandeld zijn voor mammacarcinoom of ductaal carcinoom
- Dragerschap van het BCA1- of -2 mutaties
- Thoraxwandbestraling in de voorgeschiedenis
- Atypische benigne borstafwijking in de voorgeschiedenis
Sterk verhoogd risico: vanaf 35e levensjaar extra jaarlijkse controle
Verhoogd risico: vanaf 40e levensjaar extra jaarlijkse controle
BRCA-mutatie dragers: vanaf 25e levensjaar jaarlijks mammografie, MRI en klinisch
borstonderzoek.
Symptomatische afwijkingen bij mammacarcinoom:
- Voelbare afwijking kan een cyste zijn, maar bij vrouwen boven de 30 jaar neemt de
kans op maligniteit toe
- Huid- of tepelintrekking kan duiden op mammacarcinoom doordat de tumor aan de
huid ‘trekt’.
- Tepel uitvloed melkachtig is meestal normaal, bloederig of bruine tepelvloed kan
duiden op een maligniteit.
- Ontstekingsverschijnselen lymphangitis carcinomatosa, duiden vaak op een
vergevorderd stadium van mammacarcinoom.
- Ulceratie ontstaat door tumorgroei door de huid, vergevorderd stadium.
Triple diagnostiek: onderzoek bestaande uit klinisch, beeldvormend en pathologisch-
anatomisch onderzoek.
Beeldvormend onderzoek bij mammacarcinoom kan zijn; mammografie, echografie en evt
aanvullende MRI.
Cytologische punctie; dunne naald, paar cellen, minder accuraat want kan niet benoemen of
het een in situ of invasief carcinoom is.
3