BWL : ENDOCRIEN STELSEL
ALGEMEEN :
- Sterke relatie met zenuwstelsel
- Alle cellen hebben een epitheloïd uitzicht en zijn onderling nauw
verbonden door maculae adherentes
- GEEN afvoerwegen (liggen niet gerangschikt rond lumen) => ENKEL
schildklier ligt rond een lumen (= follikelholte) maar ZONDER afvoerweg
- Nauw contact met bloedcapillairen nodig voor endocriene secretie =>
bloed is transportmiddel voor de hormonen va de endocriene cellen naar
de specifieke gevoelige organen of cellen (targets)
SCHILDKLIER :
- Glandula thyroïdea
- Zorgt voor productie van thyroxine en trijodothyronine => belangrijke
invloed op basaalmetabolisme
- Voorkwabhypofyse zorgt langs TSH (= thyroid stimulerend hormoon) voor
productie van thyroxine
- Zorgt ook voor productie van calcithonine = invloed op
calciummetabolisme (calciumbloedspiegel die rechtstreeks de
calcithonine productie regelt)
Algemene bouw :
- Bestaat uit 2 lobi en een isthmus; is omgeven door dun BWkapsel
- Vanuit kapsel : trabekels binnen de schildklier en deze verdelen dan de
schildklier op in 2 lobi => ze zijn volledig afgegrensd van elkaar!! (Sus en
Rund uitwendig waar te nemen; bij andere dieren is kapsel glad)
- Bloedvaten bereiken en verlaten de schildklier en de kleinere vaten
alsook de lymfevaten en zenuwen volgen de trabekels
- In de lobuli komen dan de schildklierfollikels voor
De schildklierfollikel en omgevend Interstitium :
- Follikels : blaas – eivormige structuur met wand bestaande uit eenlagig
epitheel en centrale holte opgevuld met colloïd => geheel ligt in
perifolliculair BW
- Grootte van de follikel hangt af van de activiteit :
Kleinere follikels komen meer in het centrum voor
, Grote follikels eerder perifeer
!!! Bij het PAARD is dit omgekeerd !!!
- Het epitheel omvat 2 soorten cellen :
1) De thyreocyt of follikelcel :
o Continue laag rond de follikelholte (onderling verbonden door
sluitbandennet) en rusten op dunne basaalmemb
o Staan in voor productie van thyroxine en trijodinine
o Actieve follikelcel : hoog cilindrisch; basale chromatinearme
kern; Golgi; weinig mitochondriën; duidelijk RER; apicale
microvesikels (lysosomen die zure fosfatase bevatten alsook
proteïnase en secretorische vesikels met thyroglobuline en ook
fagosomen); als laatste vindt je ook cytoplasma uitlopers die
duiden op actieve resorptie van colloied
o Inactieve cel : afgeplat; minder kleurbaar; kleinere kern
o Normale schildklier omvat zowel actieve als inactieve cellen
o Hyperthyroïdie : alle cellen zijn actief = centrale holte is klein =
schildklier is vergroot = parenchymateuze krop of struma
o Hypothyroïdie (cretinisme) cellen zijn inactief en omgeven een
grote centrale holte = schildklier vergoot = struma colloides of
colloiedkrop
2) De C-cellen (parafolliculaire cellen of clear cells) :
o Komen soms voor tussen basaalmemb en thyreocyt
o Bezitten meer mitochondriën en bevatten granules
o Produceert calcithonine => wijziging van calciumgehalte in
bloed zorgt voor activatie van de cellen
3) Colloidcellen :
o Smal; hoog en liggen tussen de thyreocyten en bezitten een
pycnotische kern
Het colloïd :
- Visceuze geelachtige vloeistof
- Belangrijke functionele bestanddelen in colloïd : jodide, jood,
thyroglobuline en gejodeerd thryoglobuline
ALGEMEEN :
- Sterke relatie met zenuwstelsel
- Alle cellen hebben een epitheloïd uitzicht en zijn onderling nauw
verbonden door maculae adherentes
- GEEN afvoerwegen (liggen niet gerangschikt rond lumen) => ENKEL
schildklier ligt rond een lumen (= follikelholte) maar ZONDER afvoerweg
- Nauw contact met bloedcapillairen nodig voor endocriene secretie =>
bloed is transportmiddel voor de hormonen va de endocriene cellen naar
de specifieke gevoelige organen of cellen (targets)
SCHILDKLIER :
- Glandula thyroïdea
- Zorgt voor productie van thyroxine en trijodothyronine => belangrijke
invloed op basaalmetabolisme
- Voorkwabhypofyse zorgt langs TSH (= thyroid stimulerend hormoon) voor
productie van thyroxine
- Zorgt ook voor productie van calcithonine = invloed op
calciummetabolisme (calciumbloedspiegel die rechtstreeks de
calcithonine productie regelt)
Algemene bouw :
- Bestaat uit 2 lobi en een isthmus; is omgeven door dun BWkapsel
- Vanuit kapsel : trabekels binnen de schildklier en deze verdelen dan de
schildklier op in 2 lobi => ze zijn volledig afgegrensd van elkaar!! (Sus en
Rund uitwendig waar te nemen; bij andere dieren is kapsel glad)
- Bloedvaten bereiken en verlaten de schildklier en de kleinere vaten
alsook de lymfevaten en zenuwen volgen de trabekels
- In de lobuli komen dan de schildklierfollikels voor
De schildklierfollikel en omgevend Interstitium :
- Follikels : blaas – eivormige structuur met wand bestaande uit eenlagig
epitheel en centrale holte opgevuld met colloïd => geheel ligt in
perifolliculair BW
- Grootte van de follikel hangt af van de activiteit :
Kleinere follikels komen meer in het centrum voor
, Grote follikels eerder perifeer
!!! Bij het PAARD is dit omgekeerd !!!
- Het epitheel omvat 2 soorten cellen :
1) De thyreocyt of follikelcel :
o Continue laag rond de follikelholte (onderling verbonden door
sluitbandennet) en rusten op dunne basaalmemb
o Staan in voor productie van thyroxine en trijodinine
o Actieve follikelcel : hoog cilindrisch; basale chromatinearme
kern; Golgi; weinig mitochondriën; duidelijk RER; apicale
microvesikels (lysosomen die zure fosfatase bevatten alsook
proteïnase en secretorische vesikels met thyroglobuline en ook
fagosomen); als laatste vindt je ook cytoplasma uitlopers die
duiden op actieve resorptie van colloied
o Inactieve cel : afgeplat; minder kleurbaar; kleinere kern
o Normale schildklier omvat zowel actieve als inactieve cellen
o Hyperthyroïdie : alle cellen zijn actief = centrale holte is klein =
schildklier is vergroot = parenchymateuze krop of struma
o Hypothyroïdie (cretinisme) cellen zijn inactief en omgeven een
grote centrale holte = schildklier vergoot = struma colloides of
colloiedkrop
2) De C-cellen (parafolliculaire cellen of clear cells) :
o Komen soms voor tussen basaalmemb en thyreocyt
o Bezitten meer mitochondriën en bevatten granules
o Produceert calcithonine => wijziging van calciumgehalte in
bloed zorgt voor activatie van de cellen
3) Colloidcellen :
o Smal; hoog en liggen tussen de thyreocyten en bezitten een
pycnotische kern
Het colloïd :
- Visceuze geelachtige vloeistof
- Belangrijke functionele bestanddelen in colloïd : jodide, jood,
thyroglobuline en gejodeerd thryoglobuline