e therapie
Jana Vanhoof
,INHOUD
De basics – basisassumpties van PDT ...................................................................................................2
1. Mensbeeld .......................................................................................................................................6
2. Kader ............................................................................................................................................. 12
3. Relatie ........................................................................................................................................... 16
4. veranderingsprocessen .................................................................................................................. 22
Mentaliseren ……………………………………………………………………………………………………………………………23
Construct .......................................................................................................................................... 23
Ontwikkeling ..................................................................................................................................... 24
Prototype 1: Mentalization-based treatmen for children (MBT-C) .......................................................... 36
Prototype 2: Dynamic interpersonal therapy (DIT) ................................................................................ 45
1
,BASISASSUMPTIES VAN PDT
DODO BIRD VERDICT
“Everybody has won, and all must have prices.”
In de psychodynamische therapie: Alle therapieën (de verschillende stromingen) zijn gemiddeld
genomen even effectief om een positieve uitkomst te gaan bewerkstelligen bij de cliënt. Dat is omdat de
non-specifieke factoren aan een bepaalde therapiestroming, de gemeenschappelijke factoren, veel
belangrijker zijn om de therapie uitkomst te bepalen.
Er is een groot belang (40%) van de therapie uitkomst die wordt
bepaald door zaken die niet hun oorsprong in de therapiekamer
hebben.
De helft van datgene dat in de therapiekamer zit (30%) hebben we
een gigantische invloed op. De therapeutische relatie bepaald de
helft van datgene waar je mogelijks een invloed op hebt.
Het dodo verdict gaat niet over het paarse stukje. Dit zijn de specifieke factoren.
Expectancy en placebo effecten: de verwachting van een behandeling op zich kan al een positieve
uitkomst hebben vanuit het hoopvolle om geholpen te worden door iemand met kennis van zaken.
DE BASICS – BASISASSUMPTIES VAN PDT
2
,BASISASSUMPTIE 1: ONTWIKKELINGSPERSPECTIEF
Psychodynamische theorieën zijn fundamenteel ontwikkelingspsychologisch en
ontwikkelingspsychopathologisch.
• Klemtoon op de formatieve (vormend; niet per se alles bepalend) rol van vroege
levenservaringen op latere psychische structuren en gedrag.
! cave: formatief ≠ deterministische of lineair-causaal (꞊ belangrijke maar complexe
invloed, in interactie met de rol van genetica, epigenetica, en latere ervaringen en
omgevingsinvloeden (probabilistisch))
• Klemtoon op de geleidelijke ontwikkeling van mentale capaciteiten, waardoor verschillende
ontwikkelingsfasen verschillende manieren van de wereld begrijpen en kennen met zich
meebrengen.
Bv.: Uitleggen aan peuter wat de ‘dood’ is.
Wordt empirisch ondersteund in wetenschappelijk onderzoek, o.m. recent neurobiologisch onderzoek
BASISASSUMPTIE 2: ROL VAN ONBEWUSTE MOTIVATIE EN INTENTIONALITEIT
Psychodynamische benaderingen erkennen dat:
• naast bewuste factoren, ook heel wat van ons denken, voelen en handelen gedreven wordt door
motieven waarvan we ons niet altijd (geheel) bewust zijn
• motivationele factoren onderling in conflict kunnen zijn, waardoor zowel normale als
psychopathologische ontwikkeling gekenmerkt kunnen zijn door conflict en de daaropvolgende
adaptieve en/of maladaptieve pogingen om psychisch evenwicht te (her)winnen en behouden.
Bv. Het is mooi weer buiten, maar ook les.
(zie ook Basisprincipe Mensbeeld)
Wordt empirisch ondersteund in recent neurowetenschappelijk onderzoek alsook in cognitief-
psychologisch en sociaal-psychologisch onderzoek
BASISASSUMPTIE 3: OVERDRACHT VAN PATRONEN VAN DENKEN, VOELEN EN HANDELEN
IN VROEGERE RELATIES NAAR HUIDIGE RELATIES
PD theorieën gaan er centraal van uit dat patronen van denken, voelen en handelen die geïnternaliseerd
zijn geraakt door vroegere relationele ervaringen (‘cognitief-affectieve schema’s’), en in de primaire
gehechtheidsrelaties bij uitstek (‘gehechtheidsrepresentaties’ of ‘interne werkmodellen’), – vaak
onbewust – doorspelen in hoe nieuwe relaties gepercipieerd en ervaren, en dus benaderd worden
• Dit impliceert dat je in de therapeutische relatie vaak “in het klein” krijgt te zien hoe de cliënt ook
met relaties en relationele stress in zijn/haar dagdagelijkse leven neigt om te gaan
cf. belang van overdracht en tegenoverdracht in psychodynamisch therapeutisch werk
(zie ook Basisprincipe Relatie)
Wordt empirisch ondersteund in gehechtheidsonderzoek en breder sociaal-cognitief onderzoek
(Link assumptie 1: de formatieve rol van vroege ervaringen)
3
,BASISASSUMPTIE 4: PERSOONSGERICHT PERSPECTIEF
Psychodynamische benaderingen houden rekening met de gehele persoon
I.p.v. zich louter te richten op de ontwikkelingstrajecten geïmpliceerd in een specifieke stoornis
(symptoom, gedrag, of persoonlijkheidskenmerk) – ‘stoornisgerichte benadering’ –, klemtoon op
multifinaliteit en equifinaliteit.
DSM-diagnoses hebben een waarde. Ze zijn nl. het startpunt. Je hebt een label gekregen, maar wat
betekent dat specifiek voor die persoon? Het wordt gezien als een kapstok om verder mee aan de slag te
gaan.
Multifinaliteit Een bepaalde factor kan leiden tot verschillende ontwikkelingsuitkomsten afhankelijk
van de invloed van en het samenspel met andere factoren
Equifinaliteit Een bepaalde ontwikkelingsuitkomst kan de resultante zijn van verschillende
ontwikkelingstrajecten, afhankelijk van …
Epistemologisch Individuele betekenisverlening staat centraal in ontwikkeling: een “stoornis”
perspectief wordt begrepen in de context van de adaptieve en maladaptieve functies die het
dient voor het individu
Bv.: er zit een functie onder: ‘ik val jou aan voordat jij mij kan aanvallen.’
Dit impliceert een verschuiving:
• Van een ‘one-size-fits-all’ benadering in psychotherapie
• Naar één die rekening houdt met “what works for whom, under what circumstances, and why”
o Impliceert dat niet iedereen volgens hetzelfde protocol behandeld kan worden
BASISASSUMPTIE 5: ERKENNING VAN COMPLEXITEIT
Psychodynamische benaderingen beklemtonen de complexiteit van psychisch functioneren
• Non-lineaire processen, regressie en progressie op verschillende, geïnterrelateerde
ontwikkelingslijnen
• Wederzijdse beïnvloeding tussen ontwikkelingsomstandigheden en latere betekenisverlening
Bv.: een meisje dat pas in de adolescentie tot het besef komt dat haar vaders gedrag ten aanzien
van haar op kinderleeftijd seksueel misbruik inhield
4
, BASISASSUMPTIE 6: FOCUS OP INNERLIJKE PSYCHISCHE WERELD EN PSYCHOLOGISCHE
CAUSALITEIT
Psychische ontwikkeling kan beschouwd worden als een beweging in de richting van toenemende
complexiteit, differentiatie, en integratie van gevoelens, gedachten, en representaties van zelf en
anderen, waarbij psychische processen, naast biologische en sociale factoren, een rol spelen in het
ontstaan en voortbestaan van psychopathologie
• Innerlijke psychische wereld
• Psychologische causaliteit
Wordt empirisch ondersteund door sociaal-cognitief onderzoek
BASISASSUMPTIE 7: CONTINUÏTEIT TUSSEN NORMALE EN PSYCHOPATHOLOGISCHE
ONTWIKKELING
Psychodynamische benaderingen beklemtonen de fundamentele continuïteit tussen normale en
psychopathologische ontwikkeling
• Zowel bij de normale als verstoorde psychische ontwikkeling doet men een poging tot het
(her)vinden van een dynamisch evenwicht tussen de (psychologische en biologische) impact van
vroegere ervaringen en huidige noden in de context van de omgeving van het individu
• In het kader van de conflicten en de onderhandeling van ontwikkelingstaken, zijn mensen
kwetsbaar om psychische problemen te ontwikkelen. Uitzonderlijk wanneer ze geconfronteerd
worden met moeilijke ervaringen die latente kwetsbaarheden kunnen oproepen en/of een
uitdaging vormen voor copingstrategieën die ooit adaptief waren maar maladaptief kunnen
worden onder nieuwe omstandigheden
(Zie mensbeeld)
Wordt empirisch ondersteund door dimensionele benaderingen van psychopathologie. En wordt in
toenemende mate ook erkend in andere theoretische raamwerken, niet in het minst door cognitief-
gedragstherapeutische benaderingen zoals schematherapie.
5