“Browsen door wetgeving”: het verschil tussen artikelen, paragrafen (§),
Romeinse cijfers, leden en punten (°)
- Blauw zijn de leden
- Bv. De kosten van het getuigengeld
o Art 33, lid 3, punt 1/ 1° van het decreet van 4 april 2014...
o Hier springt men direct naar lid omdat het een kleine bepaling is
.
- Ander voorbeeld: verwijzen naar een werkopdracht van categorie 3
o Artikel 8, Paragraaf 1, lid 3 van het decreet houdende...
1
,GRONDWETTELIJK RECHT
HOORCOLLEGE 1 : INLEIDING – DE GRONDWET – DE STAATSSTRUCTUUR
1. INLEIDING
Artikel 1 van de wet van 6 april 1847:
« Al wie, hetzij in openbare plaatsen of bijeenkomsten,
door uitlatingen, kreten of bedreigingen, hetzij door
welke geschriften, drukwerken, prenten of
zinnebeelden ook, die aangeslagen, rondgedeeld of
verkocht, te koop of voor de ogen van het publiek ten
toon gesteld worden, zich schuldig maakt aan
belediging van den persoon van den Koning, wordt gestraft met
gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met geldboete van 300 tot
3.000 frank ».
In het bovenste krantenartikel wordt verwezen naar recht op vrije meningsuiting
(grondrecht). Een Gentse rechter had twijfels aan de grondwettelijkheid van dit
artikel uit de wet van 1847 => prejudiciële vraag aan het grondwettelijk hof =>
grondwettelijk hof oordeelde dat het artikel in strijd is met recht op vrije
meningsuiting.
Judicial dialogue
- Rechterlijke dialoog is het mechanisme waarvan wordt verwacht dat het de
kans op constitutionele conflicten tot een minimum herleidt en dat de
conflicten die zich voordoen op een voor iedereen aanvaarde wijze
oplossen.
- Verwijst nar de dialoog tussen de grondwettelijke hoven, het Europees Hof
van Justitie en het EHRM.
- Hun taak is om hun constituties te bewaken en door middel van
interpellaties het conflict tussen de verschillende rechtsordes zoveel als
mogelijk te vermijden of op te lossen
1.1. STAATSRECHT – GRONDEWETTELIJK RECHT –
CONSTITUTIONAL LAW
- Staatsrecht/grondwettelijk recht/constitutional law: Is een deel van
het publiek recht
o Niet hetzelfde als privaat recht
Bv. Koopovereenkomst, huurcontract, echtscheiding
- Publiekrecht: Het geheel aan rechtsregels die de staat organiseren, die
vorm geven aan de staatsstructuur en die de overheid moet respecteren
bij de uitoefening van het staatsgezag, met name: (niet van buiten
kennen)
o Basisprincipes voor organisatie v/d staat en werking v/d instellingen
2
, Bv. Organisatie grondwettelijk hof
o Verhouding tussen de instellingen onderling
o Verhouding tussen de instellingen en de burger
o De grondrechten
1.2. RELEVANTIE V/H GRONDWETTELIJK RECHT VOOR
BESTUURSKUNDIGEN
- “Juridische en institutionele spelregels” waarbinnen politieke realiteit
en praktijk zich afspeelt
o Bijv. de afbakening van het onderzoek door de Vlaamse
parlementaire onderzoekscommissie inzake P-FOS
Waar moet het onderzoek zich op focussen, waar niet etc.
o Bijv. de juridische grenzen van het optreden van een regering in
lopende zaken
- Rechtsbescherming tegen de bestuurlijke overheid of de wetgever
en de grondrechtenbescherming
o Bijv. de overheid introduceert een algemeen verbod op het
onverdoofd slachten van dieren maar wordt vervolgens
geconfronteerd met diverse juridische procedures tegen het verbod
= ongrondwettelijk optreden van de overheid
De MR staat open voor een staatshervorming, wat op tafel ligt bij de federale
onderhandelingstafel. We hebben in de geschiedenis al enkele
staatshervormingen gehad, en deze komen aanbod.
2. DE BRONNEN VAN HET STAATSRECHT
Het geheel aan rechtsregels die de staat organiseren, die vorm geven aan de
staatsstructuur en die de overheid moet respecteren => over welke
rechtsregels hebben we het dan?
- De grondwet (in formele zin)
o De eigenlijke grondwet die dateert van 1831. De grondwet is sinds
dan nooit opgegeven en hernieuwd. Het is wel zwaar gecoördineerd
in 1994.
o Kan niet zo maar worden gewijzigd
o Uitgedrukt in GW of Gw.
- De materiele grondwet
o Heel veel zit niet in die grondwet opgenomen want de (formele)
grondwet is een kort, begrijpelijk document.
De grondwet moet beknopt blijven
De grondwet kan niet makkelijk gewijzigd worden waardoor
het opportuun is om bepaalde regels (zoals de
organisatie van het parlement) niet in de
grondwet te plaatsen maar in bv. Bijzonder
wetten.
3
, o = De ‘levende grondwet’ via evolutieve interpretaties,
(grondwettelijke) rechtspraak, (bijzondere) wetten, grondwettelijke
gewoontes en beginselen, internationale
(mensenrechten)verdragen, …
Evolutieve interpretaties: bepaling van de grondwet zijn
geschreven in 1831 en je gaat deze interpreteren in de
huidige juridische context.
Vb. artikel 159 Gw. “De hoven en rechtbanken
passen de algemene, provinciale en plaatselijke
besluiten en verordeningen alleen toe in zoverre zij met
de wetten overeenstemmen.”
o Niet alleen hoven en rechtbanken zijn verplicht
maar alle rechterlijke organen zijn verplicht om
besluiten buiten toepassing te laten indien ze
strijdig zijn met hogere wetten.
o Wetten kan je ook ruimer gaan interpreteren als
niet alleen de weten van het parlement maar
ook de grondwet, internationale mensenrechten
verdragen (was nog geen sprake van in 1831)
Vb. artikel 22 Gw.
Op die manier hou je de grondwet actueel en levend
Bv. Bijzonder wet op de hervorming van de instellingen. Als
je deze bepalingen moet opnemen in de grondwet wordt het
een heel lange wettekst.
Grondwettelijke gewoontes, beginselen en gebruiken
Bv. Regering in lopende zaken : onze grondwet zegt
niets over de situatie dat als een regering wordt
ontslaan door het parlement/of ontslag neemt en wat in
tussentijd moet gebeuren tot een nieuwe regering
gevormd wordt. Daarom grondwettelijke gewoonte, dat
in die tussentijd de regering zich moet beperken tot de
lopende zaken (= alles om het land te laten blijven
draaien). Deze gewoonte ga je nergens terugvinden in
de grondwet.
Is ontstaan uit rechtspraak en politieke praktijk
(politieke praktijk is zo belangrijk dat die afdwingbaar is
via grondwettelijke gewoontes zie HC3)
Internationale (mensenrechten)verdragen
o Begrip ‘deconstitutionalisering’
Tendens die we het laatste decennia vaststellen
Omdat onze grondwet zo moeilijk te wijzigen valt, beknopt
moet blijven en staatsstructuur complexer is geworden sinds
de federalisering (jaren 70’) worden steeds meer regels van
grondwettelijk recht in andere bronnen (materiele grondwet)
opgenomen en niet meer in de formele Grondwet. Het
aandeel formele grondwet daalt.
4