Kvl personen met verstandelijke beperking: H1-5
Inhoud
1.1. Inleiding................................................................................................3
1.2. Het concept paradigma.........................................................................3
1.3. Defectparadigma..................................................................................3
1.4. Ontwikkelingsparadigma.......................................................................4
1.5. Burgerschapparadigma.........................................................................4
1.5.1. Self-advocacy..................................................................................5
1.5.2. Ervaringsdeskundige.......................................................................5
1.5.3. Disability studies.............................................................................6
2.1. Inleiding................................................................................................6
2.2. Intelligentie als multidimensioneel concept..........................................6
2.3. Verstandelijke beperking als concept....................................................7
2.3.1. Gradaties verstandelijke beperking................................................7
2.4. Sociaal ecologische definitie van verstandelijke beperking..................8
2.5. De ‘GAP’ /kloof......................................................................................9
3.1. Inleiding..............................................................................................10
3.2. Vroegtijdige opsporing........................................................................10
3.2.1. Tijdens de zwangerschap..............................................................10
3.2.2. Na de geboorte.............................................................................11
3.3. Oorzaken.............................................................................................11
3.3.1. Genetische afwijkingen.................................................................11
3.3.2. Prenatale, perinatale en postnatale oorzaken...............................12
4.1. Inleiding..............................................................................................13
4.2. Een droom aan het diggelen...............................................................13
4.3. Het gezin onder druk..........................................................................13
4.4. Ouderschap onder druk......................................................................13
4.5. Doolhof van hulpverlening..................................................................14
4.6. Balans tussen draagkracht en draaglast.............................................14
4.7. Driehoekskunde van Egberts..............................................................15
1
,4.8. Basishouding van de hulpverlener ten aanzien van de ouders...........15
4.8.1. Vijf tips voor communicatie met ouders.......................................16
4.9. Ouderbetrokkenheid...........................................................................16
5.1. Inleiding..............................................................................................17
5.2. Ontwikkeling onder druk.....................................................................17
5.3. Kijk op leerbaarheid en ontwikkeling..................................................18
5.3.1. Plastisch brein...............................................................................18
5.3.2. Aangeleerde hulploosheid en hulpverleningssyndroom................18
5.3.3. Fixedmindset naar growthmindset................................................18
5.3.4. Vygotsky en Feuerstein + eigen initiatiefmodel............................18
2
, Hoofdstuk 1: ontwikkeling in de sector p.11-30
1.1. Inleiding
Verhaal lezen boek.
1.2. Het concept paradigma
Paradigma: geheel van wetenschappelijke bevindingen die op een bepaald
moment als maatgevend worden beschouwd.
Gemeenschappelijke gedachtengoed dat ons denken en handelen
richting geeft.
Hangt samen met de waarden en normen die op dat moment aanwezig
zijn.
Paradigmashift = een verschuiving naar een nieuw paradigma.
Nieuwe modellen als tegenreactie op de voorgaande modellen.
Soms ook verdiepend of verbredend.
Beinvloed door nieuwe wetenschappelijke inzichten + veranderingen.
Terminologie veranderd, ondersteuning ook.
Drie belangrijke paradigma’s (Ad Van Gennep):
1.3. Defectparadigma
- Tot 1970.
- Focus: verschillen tussen mensen met en zonder verstandelijke
beperking.
- Spraken over debielen, idioten, imbecielen terminologie gebaseerd
op tekorten op intellectueel functioneren (IQ).
- Beperking ziekte/ stoornis patiënt
- Segregatie: weg van de maatschappij, afzonderen in voorzieningen
ver weg van de samenleving.
- Ze hadden alles in de voorzieningen zodat ze niet in de samenleving
moeten komen (Bv. Tandarts, kapper).
- Ouders kregen advies om kind toe te vertrouwen aan ‘deskundigen’.
Kritische bedenkingen:
Focus op de beperking.
Mensen gereduceerd tot niet-mensen.
Gefocust op medische en niet op de kwaliteit/ontwikkeling.
Wensen van de persoon geen rekening mee gehouden.
Persoon geen of weinig contact met familie.
De groep primeert en niet het individu.
Ouders waren niet ‘ geschikt’ alles overlaten aan deskundigen.
3
Inhoud
1.1. Inleiding................................................................................................3
1.2. Het concept paradigma.........................................................................3
1.3. Defectparadigma..................................................................................3
1.4. Ontwikkelingsparadigma.......................................................................4
1.5. Burgerschapparadigma.........................................................................4
1.5.1. Self-advocacy..................................................................................5
1.5.2. Ervaringsdeskundige.......................................................................5
1.5.3. Disability studies.............................................................................6
2.1. Inleiding................................................................................................6
2.2. Intelligentie als multidimensioneel concept..........................................6
2.3. Verstandelijke beperking als concept....................................................7
2.3.1. Gradaties verstandelijke beperking................................................7
2.4. Sociaal ecologische definitie van verstandelijke beperking..................8
2.5. De ‘GAP’ /kloof......................................................................................9
3.1. Inleiding..............................................................................................10
3.2. Vroegtijdige opsporing........................................................................10
3.2.1. Tijdens de zwangerschap..............................................................10
3.2.2. Na de geboorte.............................................................................11
3.3. Oorzaken.............................................................................................11
3.3.1. Genetische afwijkingen.................................................................11
3.3.2. Prenatale, perinatale en postnatale oorzaken...............................12
4.1. Inleiding..............................................................................................13
4.2. Een droom aan het diggelen...............................................................13
4.3. Het gezin onder druk..........................................................................13
4.4. Ouderschap onder druk......................................................................13
4.5. Doolhof van hulpverlening..................................................................14
4.6. Balans tussen draagkracht en draaglast.............................................14
4.7. Driehoekskunde van Egberts..............................................................15
1
,4.8. Basishouding van de hulpverlener ten aanzien van de ouders...........15
4.8.1. Vijf tips voor communicatie met ouders.......................................16
4.9. Ouderbetrokkenheid...........................................................................16
5.1. Inleiding..............................................................................................17
5.2. Ontwikkeling onder druk.....................................................................17
5.3. Kijk op leerbaarheid en ontwikkeling..................................................18
5.3.1. Plastisch brein...............................................................................18
5.3.2. Aangeleerde hulploosheid en hulpverleningssyndroom................18
5.3.3. Fixedmindset naar growthmindset................................................18
5.3.4. Vygotsky en Feuerstein + eigen initiatiefmodel............................18
2
, Hoofdstuk 1: ontwikkeling in de sector p.11-30
1.1. Inleiding
Verhaal lezen boek.
1.2. Het concept paradigma
Paradigma: geheel van wetenschappelijke bevindingen die op een bepaald
moment als maatgevend worden beschouwd.
Gemeenschappelijke gedachtengoed dat ons denken en handelen
richting geeft.
Hangt samen met de waarden en normen die op dat moment aanwezig
zijn.
Paradigmashift = een verschuiving naar een nieuw paradigma.
Nieuwe modellen als tegenreactie op de voorgaande modellen.
Soms ook verdiepend of verbredend.
Beinvloed door nieuwe wetenschappelijke inzichten + veranderingen.
Terminologie veranderd, ondersteuning ook.
Drie belangrijke paradigma’s (Ad Van Gennep):
1.3. Defectparadigma
- Tot 1970.
- Focus: verschillen tussen mensen met en zonder verstandelijke
beperking.
- Spraken over debielen, idioten, imbecielen terminologie gebaseerd
op tekorten op intellectueel functioneren (IQ).
- Beperking ziekte/ stoornis patiënt
- Segregatie: weg van de maatschappij, afzonderen in voorzieningen
ver weg van de samenleving.
- Ze hadden alles in de voorzieningen zodat ze niet in de samenleving
moeten komen (Bv. Tandarts, kapper).
- Ouders kregen advies om kind toe te vertrouwen aan ‘deskundigen’.
Kritische bedenkingen:
Focus op de beperking.
Mensen gereduceerd tot niet-mensen.
Gefocust op medische en niet op de kwaliteit/ontwikkeling.
Wensen van de persoon geen rekening mee gehouden.
Persoon geen of weinig contact met familie.
De groep primeert en niet het individu.
Ouders waren niet ‘ geschikt’ alles overlaten aan deskundigen.
3