Examenvoorbereiding WO1
1 Planten
1.1 Verschillende sporenplaten en zaadplanten
1.1.1Sporenplanten
1.1.1.1 Geef de kenmerken van sporenplanten.
- Voorplanting met soortgenoten
1.1.1.1 Geef de 3 sporenplanten.
- Wieren
- Mossen
- Varens
1.1.2Zaadplanten
1.1.2.1 Geef de kenmerken van zaadplanten.
- Voorplanting met bloemen en zaden
1.1.2.2 Geef de 3 zaadplanten.
- Bomen
- Grassen
- Kruidachtige planten
1.1.2.1 Benoem de delen van zaadplanten.
1.1.3Kiemplantje
1.1.3.1 Wat is een kiemplantje?
- Kiemplant = Een jonge plant, die zich ontwikkelt uit het embryo in het zaad.
1
, 1.2 De belangrijke rol van bladgroen
1.2.1Rol van bladgroen
1.2.1.1 Waarom hebben de meeste planten een groene
kleur?
- Ze hebben bladgroenkorrels in de bladeren, stengels, …
1.2.1.1 Wat is de rol van bladgroen?
- Fotosynthese = groene planten kunnen met de energie van het zonlicht, hun eigen
voedsel (suikers) aanmaken d.m.v. de stoffen uit hun omgeving (water en mineralen die
ze uit de grond halen met hun wortels, koolstofdioxide die ze uit de lucht halen met
hun bladeren). Tijdens dit proces komt er ook zuurstof vrij
-
1.2.1.1 Wat doen de planten met de suikers die
ze aanmaken?
- Omzetten naar andere stoffen
o bouwstoffen
- Energie uit putten om te groeien, bloeien, …
o ook mineralen nodig ( ijzer, kalk, kalium, nitraten, …)
1.2.1.2 Waarom staan planten aan de basis van de
voedselpiramide?
- Ze kunnen zelf hun voedsel aanmaken (producenten)
- Alle andere schakels zijn voor hun voeding afhankelijk van de planten
1.3 Voorplanting bij de bloemen
1.3.1Voortplanting van de plant (bloem)
1.3.1.1 Geef de onderdelen van de bloem.
- Kroonbladen
- Meeldraad (mannelijk)
o Rondom de stamper in het midden van de bloem
- Stamper (vrouwelijk)
- Kelkbladeren
o Groen
o Beschermen de kroon
- Kroonbladeren
o Gekleurd
o Groter dan de kelkbladeren
2
1 Planten
1.1 Verschillende sporenplaten en zaadplanten
1.1.1Sporenplanten
1.1.1.1 Geef de kenmerken van sporenplanten.
- Voorplanting met soortgenoten
1.1.1.1 Geef de 3 sporenplanten.
- Wieren
- Mossen
- Varens
1.1.2Zaadplanten
1.1.2.1 Geef de kenmerken van zaadplanten.
- Voorplanting met bloemen en zaden
1.1.2.2 Geef de 3 zaadplanten.
- Bomen
- Grassen
- Kruidachtige planten
1.1.2.1 Benoem de delen van zaadplanten.
1.1.3Kiemplantje
1.1.3.1 Wat is een kiemplantje?
- Kiemplant = Een jonge plant, die zich ontwikkelt uit het embryo in het zaad.
1
, 1.2 De belangrijke rol van bladgroen
1.2.1Rol van bladgroen
1.2.1.1 Waarom hebben de meeste planten een groene
kleur?
- Ze hebben bladgroenkorrels in de bladeren, stengels, …
1.2.1.1 Wat is de rol van bladgroen?
- Fotosynthese = groene planten kunnen met de energie van het zonlicht, hun eigen
voedsel (suikers) aanmaken d.m.v. de stoffen uit hun omgeving (water en mineralen die
ze uit de grond halen met hun wortels, koolstofdioxide die ze uit de lucht halen met
hun bladeren). Tijdens dit proces komt er ook zuurstof vrij
-
1.2.1.1 Wat doen de planten met de suikers die
ze aanmaken?
- Omzetten naar andere stoffen
o bouwstoffen
- Energie uit putten om te groeien, bloeien, …
o ook mineralen nodig ( ijzer, kalk, kalium, nitraten, …)
1.2.1.2 Waarom staan planten aan de basis van de
voedselpiramide?
- Ze kunnen zelf hun voedsel aanmaken (producenten)
- Alle andere schakels zijn voor hun voeding afhankelijk van de planten
1.3 Voorplanting bij de bloemen
1.3.1Voortplanting van de plant (bloem)
1.3.1.1 Geef de onderdelen van de bloem.
- Kroonbladen
- Meeldraad (mannelijk)
o Rondom de stamper in het midden van de bloem
- Stamper (vrouwelijk)
- Kelkbladeren
o Groen
o Beschermen de kroon
- Kroonbladeren
o Gekleurd
o Groter dan de kelkbladeren
2