Antwoorden op vraagstellingen
Van Heteren, Smits & van Veen.
Hoofdstuk 1: De orthopedagogische vraagstelling:
1.1. Ontwikkelen en opvoeden: het opvoedingsproces:
In de ontwikkeling van het kind hebben zowel de opvoeder als het kind een opgave. De ouder
om op te voeden en het kind zich ontwikkelen.
Het verloop van de zelfontplooing van het kind hand in grote mate af van zijn omgeving en
leefsituatie. zoals de manier van samenwerken tussen de ouders, ervaringen op school of in de
buurt, enz. Hier pikt het kind veel van op, maar soms is dit niet voldoende voor optimale
zelfontplooing, soms is het nodig dat de ouder een pedagogische interventie doet.
Het volwassen worden van een kind is een geleidelijk proces waarbij het kind zich ontwikkeld
aan wat bedoeld en onbedoeld op hem inwerkt. Dit betekent niet dat het kind een passieve rol
heeft in zijn eigen ontwikkeling. De ouders en omgeving nemen de intitiatieven, maar het kind
lokt deze uit.
Soms is er sprake van een moeilijke periode in de opvoeding, dit wordt gezien als een extra
aandachtspunt. Er moet in dat geval bewuster pedagogisch gehandeld worden. Het
opvoedingproces kent voortdurende afwisseling van bijna automatisch en bewust pedagogisch
handelen. Wanneer problemen te groot worden, kan de hulp van een professional ingeschakeld
worden.
1.2 Stagnerend opvoedingsproces en de orhtopedagogische vraagstelling.
Binnen de pedagogiek is de theorie van Kok over specifiek opvoeden belangrijk. Het kernbegrip
hierin is: de orthopedagogische vraagstelling.Hierin wordt aangegeven dat men doormiddel van
orthopedagogisch handelen antwoord moet geven op de opvoedingsvraag van het kind.
Wanneer de ontwikkeling van een kind vastloopt, moet worden gekeken of de opvoeder deze
vraag wel beantwoordt. Er wordt dan gekeken naar:
Het ontwikkelingsverloop van het kind,
Het opvoeden van de opvoeder
De bijkomende omststandigheden die het opvoedproces beinvloeden
De onderlinge wisselwerking en aansluiting.
In het ontwikkelingsproces worden drie aspecten onderscheiden: affectieve, cognitieve en
conatieve aspecten. Deze worden geanalyseerd op basis van 3 opvoedingsdimensies:
het aangaan en onderhouden van relaties,
klimaat scheppen.
aanpassen en situatie hanteren.
, Wanneer deze wisselwerking niet adequaat verloopt, is er sprake van een stagnerend
opvoedingsproces. Dit is te lezen in het gedrag van het kind.Duidelijke signalen zijn:
teruggetrokken gedrag, eetproblemen, conflicten, enz. Wanneer hier niet op wordt ingespeeld
kunnen psychologische problemen ontstaan. Er moet onderzocht worden welke
opvoedingsvraag achter het gedrag schuilgaat, zodat hier op kan worden ingespeeld.
de wisselwerking en aansluiting tussen de ontwikkeling en opvoeding krijgt in de theorie van kok
vorm in een assenstelsel. Deze bestaat uit de 3 verschillende ontwikkelingsaspecten en
onderlinge samenhang hiertussen. Binnen die eenheid kan de behoefte aan bijsturing van het
opvoeden visueel gemaakt worden.
In de praktijk bleken deze assen nog niet voldoende uitgewerkt. Het alternatief hiervoor is het
vraagstelling ordenend systeem. Dit systeem is sterker handelingsgericht en worden
eenduidiger aangegeven.
Analyse van de ontwikkeling
Het affectieve aspect
Het cognitieve aspect
Het conatieve aspect
Analyse van de opvoeding
Relaties aangaan en onderhouden, opvoederspresentatie
Klimaat scheppen en aanpassen
Situaties hanteren
Analyse van beinvloedende omstandigheden
Analyse van het stagnerend opvoedproces
Onderlinge wisselwerking en aansluiting van ontwikkeling,opvoeding en beinvloedende
omstandigheden.
Vaststelling van het vraagstellingstype:
Emotionele ruimte bieden
Relationele ruimte laten
Structureren
Variëren
Profileren
Harmoniëren.
Vaststellen van de vraagstelling om specifiek handelen
Opstellen behandelplan
Orthopedagogisch handelen als antwoord op de vraagstelling om specifiek opvoeden:
Opvoedpresentatie
Klimaat scheppen en aanpassen
Situatie hanteren.
Hoofdstuk 2. Het opvoedingsproces nader beschouwd: