HOOFDSTUK 5: Kunststoffen
Synthetische stoffen:
-Thermoplasten: (thermos = warm; plaz = vormen).
-Thermoharders: (kunnen niet plastisch navervormd worden).
-Elastomeren: (van elastisch = veerkrachtig en meros = deel) zijn veerkrachtig zoals rubber.
Thermoplasten:
Macromoleculen hebben hier een
lineaire structuur
(de monomeren is als een ketting
verbonden met elkaar met soms
vertakkingen die zich niet verbinden
met andere ketens)
Thermoplasten hebben → niet vernette structuur
Als de structuren worden verwarmd komen de ketenmoleculen wat losser van elkaar
(vertonen verwerkingsverschijnselen en later vervloeïngsverschillen bij het verwarmen)
Thermoplasten zijn dus opnieuw plastisch vervormbaar
Thermoharders:
macromoleculen vormen → 3D vernette structuur
(monomeren vormen ketsen die veelvoudig met elkaar
verbonden zijn → netwerk met kleine mazen)
Thermoharders → worden hard door verwarming
kunnen niet meer vervormd worden na uitharding
Elastomeren:
word ook synthetische rubber genoemd.
zijn zachte stoffen
Macromoleculen vormen → netwerk met grote mazen
waardoor geheel
plastisch samenhangend
blijft
3. Verwerking van kunststoffen
3.1. Extruderen
Extruderen (to extrude = uitdrijven) → continue (ononderbroken methode voor productie van
halffabrikaten)
Het zijn platen, bladen, profielen, buiten, mantels,.. die → verder bewerkt moeten worden tot
volledig afgewerkt gebruiksvoorwerp
Als basisproduct → voornamelijk thermoplasten in poeder of korrelvorm (granulaat)
32
/
, 1 → verhitte cilinder 3 → spuitkop
2 → opening voor materiaal 4 → het materiaal id gewenste vorm
In een verhitte cilinder (1) draait een schroef
die het materiaal (2) naar voor brengt, verdicht,
plastificeert (dus smelt) en homogeen maakt
(homogene = gelijkmatig).
Aan het eind vd schroef bevindt zich een
spuitkop (3) die aan de plastische massa de
gewenste vorm (4: buizen, profielen, platen,
filmen) geeft bij het verlaten van de schroef.
Door de koeling bij thermoplasten en verhitting bij
thermoharders en elastomeren, wordt het
gevormde materiaal gefixeerd.
Extrusiemachine werkt als → vleesmolen die
gehakt maakt
(alleen is de wand vd
cilinder verwarmd &
schroef veel langer
dan bij vleesmolen)
3.2. Spuitgieten
Deze verwerkingsmethode → op grote schaal toegepast
kan nauwkeurig zeer ingewikkelde vormen geven aan kwaliteitsvoorwerpen &
nabewerking is overbodig
Meestal werkt men met thermoplasten (soms elastomeren & thermoharders)
Matrijs (= mal) wordt
geopend &
gesloten dmv speciaal
sluitingsmechanisme.
Id matrijs
→ holle ruimte waarin
langs aanvoerkanalen de
plastische massa wordt
gespoten door
voorwaartse beweging
vd schroef)
Plastische
kunststofmassa stolt
door snelle afkoeling
(bolletje vanonder is
kenmerk hiervoor)
33
/
Synthetische stoffen:
-Thermoplasten: (thermos = warm; plaz = vormen).
-Thermoharders: (kunnen niet plastisch navervormd worden).
-Elastomeren: (van elastisch = veerkrachtig en meros = deel) zijn veerkrachtig zoals rubber.
Thermoplasten:
Macromoleculen hebben hier een
lineaire structuur
(de monomeren is als een ketting
verbonden met elkaar met soms
vertakkingen die zich niet verbinden
met andere ketens)
Thermoplasten hebben → niet vernette structuur
Als de structuren worden verwarmd komen de ketenmoleculen wat losser van elkaar
(vertonen verwerkingsverschijnselen en later vervloeïngsverschillen bij het verwarmen)
Thermoplasten zijn dus opnieuw plastisch vervormbaar
Thermoharders:
macromoleculen vormen → 3D vernette structuur
(monomeren vormen ketsen die veelvoudig met elkaar
verbonden zijn → netwerk met kleine mazen)
Thermoharders → worden hard door verwarming
kunnen niet meer vervormd worden na uitharding
Elastomeren:
word ook synthetische rubber genoemd.
zijn zachte stoffen
Macromoleculen vormen → netwerk met grote mazen
waardoor geheel
plastisch samenhangend
blijft
3. Verwerking van kunststoffen
3.1. Extruderen
Extruderen (to extrude = uitdrijven) → continue (ononderbroken methode voor productie van
halffabrikaten)
Het zijn platen, bladen, profielen, buiten, mantels,.. die → verder bewerkt moeten worden tot
volledig afgewerkt gebruiksvoorwerp
Als basisproduct → voornamelijk thermoplasten in poeder of korrelvorm (granulaat)
32
/
, 1 → verhitte cilinder 3 → spuitkop
2 → opening voor materiaal 4 → het materiaal id gewenste vorm
In een verhitte cilinder (1) draait een schroef
die het materiaal (2) naar voor brengt, verdicht,
plastificeert (dus smelt) en homogeen maakt
(homogene = gelijkmatig).
Aan het eind vd schroef bevindt zich een
spuitkop (3) die aan de plastische massa de
gewenste vorm (4: buizen, profielen, platen,
filmen) geeft bij het verlaten van de schroef.
Door de koeling bij thermoplasten en verhitting bij
thermoharders en elastomeren, wordt het
gevormde materiaal gefixeerd.
Extrusiemachine werkt als → vleesmolen die
gehakt maakt
(alleen is de wand vd
cilinder verwarmd &
schroef veel langer
dan bij vleesmolen)
3.2. Spuitgieten
Deze verwerkingsmethode → op grote schaal toegepast
kan nauwkeurig zeer ingewikkelde vormen geven aan kwaliteitsvoorwerpen &
nabewerking is overbodig
Meestal werkt men met thermoplasten (soms elastomeren & thermoharders)
Matrijs (= mal) wordt
geopend &
gesloten dmv speciaal
sluitingsmechanisme.
Id matrijs
→ holle ruimte waarin
langs aanvoerkanalen de
plastische massa wordt
gespoten door
voorwaartse beweging
vd schroef)
Plastische
kunststofmassa stolt
door snelle afkoeling
(bolletje vanonder is
kenmerk hiervoor)
33
/