Geschiedenis
WETENSCHAP EN ABSOLUTISME
Floor Hoeksema | Hoofdstuk 4 | 29 juli 2015
, Met een wetenschappelijke blik
WAT IS KENMERKEND VOOR HET NIEUWE WETENSCHAPPELIJKE
DENKEN?
René Descartes (1596-1650)
De ouders van René Descartes behoorden tot de bourgeoisie en waren
gefortuneerd genoeg om heel Europa door te reizen en zijn studie te bekostigen.
Hierdoor ontstond het idee dat ieder mens met een andere blik op de wereld kijkt.
Het was moeilijk om duidelijk onderscheid te maken tussen werkelijkheid en
illusie, dus was het beter om aan alles te twijfelen. Descartes was van één ding
echter zeker: ‘Ik denk, dus ik ben.’ Bewijzen doe je volgens hem door proeven te
nemen of te redeneren.
Francis Bacon (1561-1626)
Bacon signaleerde beperkingen van de mens bij het waarnemen. Vier oorzaken:
1. Hartstocht;
2. Iemands aanleg en opvoeding;
3. Spraakverwarring;
4. De ideeën van andere filosofen.
Hij noemde dit kernprobleem de ‘menselijke dwaling’. Hij was voorstander van de
experimentele wetenschap, waarin oude ideeën werden losgelaten en er werd
geëxperimenteerd.
Observeren, experimenteren en redeneren
Van Leeuwenhoek is een goed voorbeeld van het nieuwe wetenschappelijke
denken, omdat hij nauwkeurig observeerde met behulp van een microscoop en
precies beschreef. Net als Descartes had hij bewijzen als uitgangspunt. Wat hij
deed was om twee redenen nieuw:
1. Hij observeerde zelf;
2. Hij gebruikte middelen die de Grieken nog niet hadden.
Inductie en deductie
Inductie is een theorie opbouwen van een specifieke situatie naar een algemene
regel. Deductie is een theorie opbouwen van een algemene regel naar een
specifieke situatie. Voor deduceren hoeven meestal geen proeven te worden
gedaan, je kunt namelijk de algemene informatie gebruiken en via een formule
beredeneren wat je anders in een proef had gezien.
Isaac Newton (1643-1727)
Isaac Newton deed onderzoek over ons zonnestelsel. Zijn twijfel was de vraag
waarom de appel wél, maar de maan niet op de aarde viel. Newton had ontdekt
dat er ook buiten de aarde zwaartekracht bestond. Hij had, door te observeren en
te redeneren, een natuurwet opgesteld.
PAGINA 1
WETENSCHAP EN ABSOLUTISME
Floor Hoeksema | Hoofdstuk 4 | 29 juli 2015
, Met een wetenschappelijke blik
WAT IS KENMERKEND VOOR HET NIEUWE WETENSCHAPPELIJKE
DENKEN?
René Descartes (1596-1650)
De ouders van René Descartes behoorden tot de bourgeoisie en waren
gefortuneerd genoeg om heel Europa door te reizen en zijn studie te bekostigen.
Hierdoor ontstond het idee dat ieder mens met een andere blik op de wereld kijkt.
Het was moeilijk om duidelijk onderscheid te maken tussen werkelijkheid en
illusie, dus was het beter om aan alles te twijfelen. Descartes was van één ding
echter zeker: ‘Ik denk, dus ik ben.’ Bewijzen doe je volgens hem door proeven te
nemen of te redeneren.
Francis Bacon (1561-1626)
Bacon signaleerde beperkingen van de mens bij het waarnemen. Vier oorzaken:
1. Hartstocht;
2. Iemands aanleg en opvoeding;
3. Spraakverwarring;
4. De ideeën van andere filosofen.
Hij noemde dit kernprobleem de ‘menselijke dwaling’. Hij was voorstander van de
experimentele wetenschap, waarin oude ideeën werden losgelaten en er werd
geëxperimenteerd.
Observeren, experimenteren en redeneren
Van Leeuwenhoek is een goed voorbeeld van het nieuwe wetenschappelijke
denken, omdat hij nauwkeurig observeerde met behulp van een microscoop en
precies beschreef. Net als Descartes had hij bewijzen als uitgangspunt. Wat hij
deed was om twee redenen nieuw:
1. Hij observeerde zelf;
2. Hij gebruikte middelen die de Grieken nog niet hadden.
Inductie en deductie
Inductie is een theorie opbouwen van een specifieke situatie naar een algemene
regel. Deductie is een theorie opbouwen van een algemene regel naar een
specifieke situatie. Voor deduceren hoeven meestal geen proeven te worden
gedaan, je kunt namelijk de algemene informatie gebruiken en via een formule
beredeneren wat je anders in een proef had gezien.
Isaac Newton (1643-1727)
Isaac Newton deed onderzoek over ons zonnestelsel. Zijn twijfel was de vraag
waarom de appel wél, maar de maan niet op de aarde viel. Newton had ontdekt
dat er ook buiten de aarde zwaartekracht bestond. Hij had, door te observeren en
te redeneren, een natuurwet opgesteld.
PAGINA 1