Hc : fysiologie
Homeostase
= streven naar intern evenwicht/ stabiel intern milieu
Bv. Lichaamstemperatuur, voldoende voedsel, …
Noodzakelijk voor normale werking v/h lichaam
Fysiologische mechanismen zorgen voor homeostatische regulering
Intern milieu
= meerdere vloeistofcompartimenten
Intracellulaire vloeistof 2/3 + extracellulaire vloeistof 1/3
Extracellulaire vloeistof
Bloed(plasma)
Interstitiële vloeistof
Bedraagt 15 liter
12 liter interstitiële vloeistof
3 liter bloedplasma
Samenstelling
Voedingstoffen, afvalstoffen, O2, …
Overleving afzonderlijke cel -> intern milieu in evenwicht (bv. Temperatuur, pH…)
Probleemstelling voor de mens
Externe omgeving veranderd continu
Bv. T°, vochtigheidsgraad, …
Interne omgeving veranded continu
Bv. Bij activiteit, bij ziekte, …
Homeostatische regulering
1. Prikkel
2. Receptoren : gevoelig voor verandering
3. Besturingssysteem/ integratiecentrum : ontvangt + verwerkt die verandering
4. Effector (cel of orgaan) : reageert op de signalen v/h besturingssysteem en gaat de prikkel
versterken of tegengaan
Negatieve terugkoppeling bij homeostase
= vorm van terugkoppeling waarmee een proces negatief wordt beïnvloed tot eventueel de
oorspronkelijke waarde weer bereikt is
Bv. Een te hoge lichaamstemperatuur (koorts)
1. Prikkel 38°C
2. Receptor : merken een verhoogde lichaamstemperatuur op
3. Besturingssysteem : warmtecentrum in de hersenen
4. Effector : bloedvaten en zweetklieren in de huid
Toename bloedstroom naar de huid + toename transpireren
5. Herselt : lichaam koelt af
Positieve terugkoppeling bij homeostase
= vorm van terugkoppeling waarbij een proces positief beïnvloed wordt, het proces wordt dus
gestimuleerd, versterkt
Bv. Bloedstolling bij een wond
1. Bloedende wond
2. Chemische stoffen komen vrij die de bloedstolling in gang zetten
3. Ketting van reacties kome, op gang -> cellen, cel fragmenten en plasmaeiwitten vormen een
stolsel
4. Stolsel vordert -> stoffen komen brij die proces VERSNELLEN
5. Eindigt met bloedstolsel dat het vaat afsluit en het bloeden stopt
PH eb zuur-base evenwicht
Homeostase
= streven naar intern evenwicht/ stabiel intern milieu
Bv. Lichaamstemperatuur, voldoende voedsel, …
Noodzakelijk voor normale werking v/h lichaam
Fysiologische mechanismen zorgen voor homeostatische regulering
Intern milieu
= meerdere vloeistofcompartimenten
Intracellulaire vloeistof 2/3 + extracellulaire vloeistof 1/3
Extracellulaire vloeistof
Bloed(plasma)
Interstitiële vloeistof
Bedraagt 15 liter
12 liter interstitiële vloeistof
3 liter bloedplasma
Samenstelling
Voedingstoffen, afvalstoffen, O2, …
Overleving afzonderlijke cel -> intern milieu in evenwicht (bv. Temperatuur, pH…)
Probleemstelling voor de mens
Externe omgeving veranderd continu
Bv. T°, vochtigheidsgraad, …
Interne omgeving veranded continu
Bv. Bij activiteit, bij ziekte, …
Homeostatische regulering
1. Prikkel
2. Receptoren : gevoelig voor verandering
3. Besturingssysteem/ integratiecentrum : ontvangt + verwerkt die verandering
4. Effector (cel of orgaan) : reageert op de signalen v/h besturingssysteem en gaat de prikkel
versterken of tegengaan
Negatieve terugkoppeling bij homeostase
= vorm van terugkoppeling waarmee een proces negatief wordt beïnvloed tot eventueel de
oorspronkelijke waarde weer bereikt is
Bv. Een te hoge lichaamstemperatuur (koorts)
1. Prikkel 38°C
2. Receptor : merken een verhoogde lichaamstemperatuur op
3. Besturingssysteem : warmtecentrum in de hersenen
4. Effector : bloedvaten en zweetklieren in de huid
Toename bloedstroom naar de huid + toename transpireren
5. Herselt : lichaam koelt af
Positieve terugkoppeling bij homeostase
= vorm van terugkoppeling waarbij een proces positief beïnvloed wordt, het proces wordt dus
gestimuleerd, versterkt
Bv. Bloedstolling bij een wond
1. Bloedende wond
2. Chemische stoffen komen vrij die de bloedstolling in gang zetten
3. Ketting van reacties kome, op gang -> cellen, cel fragmenten en plasmaeiwitten vormen een
stolsel
4. Stolsel vordert -> stoffen komen brij die proces VERSNELLEN
5. Eindigt met bloedstolsel dat het vaat afsluit en het bloeden stopt
PH eb zuur-base evenwicht