Wonen
I. Inleiding
1. Definitie
o Huis is geen thuis
o Huis = fysieke structuur
o Thuis = verzameling evoluerende culturele, demografische en psychologische betekenissen die
we aan de structuur hechten
o 2 definities nodig
2. Residentie
5 kerndimensies volgens Altman
o Permanent – tijdelijk
Westen: vaak vaste verblijfplaatsen (soms 2e verblijf)
Andere minder geïndustrialiseerde landen: meer tijdelijk
o Gedifferentieerd – homogeen
Opdeling in kamers met verschillende functies
Gedifferentieerd: veel kamers met elk eigen functie
Homogeen: (bijna) elke activiteit in dezelfde ruimte
Mate van differentiatie = functie van welstand
Mate van differentiatie beïnvloedt privacy en territorialiteit
o Gemeenschappelijkheid
Samen of apart
Evolutie: kinderen uit huis
o Identiteit – stereotypisch
Identiteit: toont unieke interesses en behoeften
Stereotiep: aansluitend bij in cultuur gebruikelijke verschijningsvorm
o Open – gesloten
Mate van openheid tov buitenstaanders
o Variatie tussen en in culturen
o Effecten op gedrag moeilijk te onderzoeken en dus weinig gekend
o Ideaal in onze cultuur:
Permanent
Gedifferentieerd
Niet-gemeenschappelijk
Gesloten
Identiteit
o Maar ook tegengestelde: kot
o Afhankelijk van levensfase
, 3. Thuis
6 kernwoorden
Als 1 ontbreekt dan is het geen thuis
o Toevluchtsoord
Privacy
Veiligheid
Bescherming voor (gevaren van) buitenaf
o Ordening in bestaan
Referentiepunt: plaats waarvan we vertrekken en naar terugkeren
Verbonden aan continuïteit, routine
Waar we ons leven ordenen
o Identiteit
Symbool voor wie we zijn: fysieke structuur van onze identiteit
Toont familierelaties en socio-economische status
Identiteit ook bepaald door thuis: je groeit er op
o Verbondenheid
Ruimtelijke patronen zorgen voor verbondenheid
Deel van een groep, cultuur, …
o Warmte
Symbolische en interpersoonlijke warmte
o Geschikt
Voldoet aan eigen fysieke en psychologische behoeften
4. Thuisloos
o Dakloos is niet thuisloos en vv
Iemand met residentie kan thuisloos zijn
Iemand zonder huis kan wel een thuis hebben
(Bewuste keuze of gedwongen om thuis te verlaten)
o Overgang dakloos – thuisloos: 3 stadia
Steun van familie gaat verloren
• Gradueel verlies
• Zowel emotioneel als financieel
Steun van vrienden gaat verloren
• Dimensies van ‘thuis’ soms overgenomen door vrienden
• Eenmaal vrienden weg: dichter bij thuisloos
Steun van de samenleving valt weg
• Wegvallen van adres = wegvallen van sociale voorziening en dus samenleving
II. Voorkeur keuze en tevredenheid
I. Inleiding
1. Definitie
o Huis is geen thuis
o Huis = fysieke structuur
o Thuis = verzameling evoluerende culturele, demografische en psychologische betekenissen die
we aan de structuur hechten
o 2 definities nodig
2. Residentie
5 kerndimensies volgens Altman
o Permanent – tijdelijk
Westen: vaak vaste verblijfplaatsen (soms 2e verblijf)
Andere minder geïndustrialiseerde landen: meer tijdelijk
o Gedifferentieerd – homogeen
Opdeling in kamers met verschillende functies
Gedifferentieerd: veel kamers met elk eigen functie
Homogeen: (bijna) elke activiteit in dezelfde ruimte
Mate van differentiatie = functie van welstand
Mate van differentiatie beïnvloedt privacy en territorialiteit
o Gemeenschappelijkheid
Samen of apart
Evolutie: kinderen uit huis
o Identiteit – stereotypisch
Identiteit: toont unieke interesses en behoeften
Stereotiep: aansluitend bij in cultuur gebruikelijke verschijningsvorm
o Open – gesloten
Mate van openheid tov buitenstaanders
o Variatie tussen en in culturen
o Effecten op gedrag moeilijk te onderzoeken en dus weinig gekend
o Ideaal in onze cultuur:
Permanent
Gedifferentieerd
Niet-gemeenschappelijk
Gesloten
Identiteit
o Maar ook tegengestelde: kot
o Afhankelijk van levensfase
, 3. Thuis
6 kernwoorden
Als 1 ontbreekt dan is het geen thuis
o Toevluchtsoord
Privacy
Veiligheid
Bescherming voor (gevaren van) buitenaf
o Ordening in bestaan
Referentiepunt: plaats waarvan we vertrekken en naar terugkeren
Verbonden aan continuïteit, routine
Waar we ons leven ordenen
o Identiteit
Symbool voor wie we zijn: fysieke structuur van onze identiteit
Toont familierelaties en socio-economische status
Identiteit ook bepaald door thuis: je groeit er op
o Verbondenheid
Ruimtelijke patronen zorgen voor verbondenheid
Deel van een groep, cultuur, …
o Warmte
Symbolische en interpersoonlijke warmte
o Geschikt
Voldoet aan eigen fysieke en psychologische behoeften
4. Thuisloos
o Dakloos is niet thuisloos en vv
Iemand met residentie kan thuisloos zijn
Iemand zonder huis kan wel een thuis hebben
(Bewuste keuze of gedwongen om thuis te verlaten)
o Overgang dakloos – thuisloos: 3 stadia
Steun van familie gaat verloren
• Gradueel verlies
• Zowel emotioneel als financieel
Steun van vrienden gaat verloren
• Dimensies van ‘thuis’ soms overgenomen door vrienden
• Eenmaal vrienden weg: dichter bij thuisloos
Steun van de samenleving valt weg
• Wegvallen van adres = wegvallen van sociale voorziening en dus samenleving
II. Voorkeur keuze en tevredenheid