Inleiding onderzoeksmethoden voor mens- en maatschappijwetenschappen
H1. Waarom sociaalwetenschappelijk onderzoek?
Steeds ingegeven door vragen
• Sociale onderzoekers stellen voortdurend vragen
• Bronnen voor vragen
o Nieuwsgierigheid
o Eigen ervaring
o Berichtgeving in de media, colleges, wetenschappelijke literatuur, boeken,
conferenties…
• Het beschrijven van een fenomeen (Wat is x? Welke vormen veronderstelt x?)
• Het verklaren van oorzaken en gevolgen van een fenomeen (is y beïnvloed door x of
is y een gevolg van x?
• Het voorspellen van een uitkomst (gebeurt y onder omstandigheden a en b?)
• Het evalueren van een fenomeen (leidt x tot bv. de voordelen die het claimt te
hebben?)
• Het ingrijpen en ontwikkelen van goede praktijken (hoe kan y verbeterd worden?
• Empowerment (hoe kunnen we het leven van degenen die we onderzoeken
verbeteren?
Voorbeelden
• Klimaatopwarming
o Twee tegengestelde visies
o Leidt wetenschap niet tot ware kennis over de wereld?
o Onpartijdigheid?
• The rotting big apple
o 1990 hoge criminaliteitscijfers
o Gebrek aan sociaal weefsel, broken window theory
o Burgemeester Giuliani: daling criminaliteitscijfers
o Causaal verband?
• Verkiezingspolls
o Vraagstelling, representativiteit, betrouwbaarheidsintervallen, missing values
,De wetenschappelijke aanpak
• Wat is wetenschap?
o Verschil tussen het verwerven van alledaagse en wetenschappelijke kennis?
▪ Strikte regels om de kwaliteit te waarborgen en zo tot geldige en
betrouwbare kennis te komen
▪ Systeem / methode om tot gefundeerde kennis te komen
▪ Langzaam en eeuwenlang proces
• Cumulatief proces
▪ Geaccumuleerde kennis: georganiseerd in theorieën en gestoeld op
empirische gegevens
• Theorieën worden getoetst en aangepast, alle kennis is tijdelijk,
er bestaat geen absolute kennis
o Gefundeerde kennis?
▪ Volgens systematische procedures (regeltjes)
▪ Op objectieve wijze
▪ Getoetste en falsifieerbare kennis (verifieerbaar)
• Als er een theorie is die niet falsifieerbaar is, hebben we er
niets aan
▪ Volgt een bepaalde cyclus
• Welke aanpak?
o Systematisch
▪ Onderzoek = methodisch
▪ Steeds gebaseerd op gestructureerde, empirische observatie
▪ Systematiek laat toe dat onderzoek herhaalbaar is → methode moet
opnieuw toegepast kunnen worden zodat het herhaalbaar is
▪ Voorkomt “lukrake” pogingen om kennis te verzamelen
o Objectief
▪ Onbevooroordeeld en objectief observeren, analyseren en rapporteren
▪ Relatief: zekere mate van subjectiviteit = onvermijdelijk
▪ Intersubjectiviteit
o Toetsbaar en falsifieerbaar
▪ Onderzoek moet geverifieerd kunnen worden
• Bewijsvoering moet altijd uitgedaagd en bevraagd kunnen
worden
• Alle kennis is tijdelijk
, ▪ Wetenschappelijke kennis moet gedeeld worden en openbaar zijn om
eventuele onjuistheid te kunnen controleren
▪ Peer review
o Volgens een bepaalde cyclus
Alternatieve bronnen van kennis
• Eigen waarnemingen en ervaringen
• Pers en media
• Ideologieën
Positie van mens- en maatschappijwetenschappen
• Alfa-, beta- en gammawetenschappen
o Scheiding tussen natuur- en geesteswetenschappen
▪ Natuur- of betawetenschappen: natuurwetten
▪ Geestes- of alfawetenschappen: studie van product menselijk
handelen
▪ Product van de 19e eeuw
▪ Charles P Snow (1959) “The two Cultures”
▪ De scheiding tussen alfa- en betawetenschappen heeft historisch een
grote invloed uitgeoefend op de methodestrijd binnen de mens- en
maatschappijwetenschappen.
o Sociale wetenschappen
▪ Komen vooral in de loop van de 20e eeuw tot stand
▪ Wolf Lepinies (1985) “Die drei Kulturen”
▪ Jerome Kagan (2009) “The three cultures”
, ▪ De “gammawetenschappen” & gammacanon: studie van menselijk
handelen
▪ Methodologie is een wezenlijk onderdeel van elke discipline
▪ De organisatie in grote wetenschapsgebieden en disciplines
beïnvloedt onze manier van denken en wetenschap uitoefenen.
• Methodestrijd
o W. Dilthey (1833 – 1911)
▪ Sociale wetenschappen: eigen methodologische grond
▪ Object sociale wetenschappen kan niet benaderd worden via
experimentele methode (natuurwetenschappen) of introspectie
(geesteswetenschappen)
▪ Menselijke vrije wil laat zich niet in wetmatigheden vertalen
▪ Begrijpen in historische context
o E. Durkheim
▪ Sociale fenomenen voltrekken zich volgens onderliggende
wetmatigheden
o M. Weber
▪ Sociale verschijnselen gedetermineerd door sociale wetmatigheden en
product van menselijke wil.
Context van sociaalwetenschappelijk onderzoek
• Sociaal onderzoek vindt niet plaats in een vacuüm → context
• Bepaalde elementen van die context
o Bestaande context visie op de relatie tussen theorie en onderzoek
o Epistemologische beschouwingen
o Ontologische beschouwingen
o Ethische beschouwingen
o Doel onderzoek
o Politieke context
o Persoonlijkheid van de onderzoeker
H1. Waarom sociaalwetenschappelijk onderzoek?
Steeds ingegeven door vragen
• Sociale onderzoekers stellen voortdurend vragen
• Bronnen voor vragen
o Nieuwsgierigheid
o Eigen ervaring
o Berichtgeving in de media, colleges, wetenschappelijke literatuur, boeken,
conferenties…
• Het beschrijven van een fenomeen (Wat is x? Welke vormen veronderstelt x?)
• Het verklaren van oorzaken en gevolgen van een fenomeen (is y beïnvloed door x of
is y een gevolg van x?
• Het voorspellen van een uitkomst (gebeurt y onder omstandigheden a en b?)
• Het evalueren van een fenomeen (leidt x tot bv. de voordelen die het claimt te
hebben?)
• Het ingrijpen en ontwikkelen van goede praktijken (hoe kan y verbeterd worden?
• Empowerment (hoe kunnen we het leven van degenen die we onderzoeken
verbeteren?
Voorbeelden
• Klimaatopwarming
o Twee tegengestelde visies
o Leidt wetenschap niet tot ware kennis over de wereld?
o Onpartijdigheid?
• The rotting big apple
o 1990 hoge criminaliteitscijfers
o Gebrek aan sociaal weefsel, broken window theory
o Burgemeester Giuliani: daling criminaliteitscijfers
o Causaal verband?
• Verkiezingspolls
o Vraagstelling, representativiteit, betrouwbaarheidsintervallen, missing values
,De wetenschappelijke aanpak
• Wat is wetenschap?
o Verschil tussen het verwerven van alledaagse en wetenschappelijke kennis?
▪ Strikte regels om de kwaliteit te waarborgen en zo tot geldige en
betrouwbare kennis te komen
▪ Systeem / methode om tot gefundeerde kennis te komen
▪ Langzaam en eeuwenlang proces
• Cumulatief proces
▪ Geaccumuleerde kennis: georganiseerd in theorieën en gestoeld op
empirische gegevens
• Theorieën worden getoetst en aangepast, alle kennis is tijdelijk,
er bestaat geen absolute kennis
o Gefundeerde kennis?
▪ Volgens systematische procedures (regeltjes)
▪ Op objectieve wijze
▪ Getoetste en falsifieerbare kennis (verifieerbaar)
• Als er een theorie is die niet falsifieerbaar is, hebben we er
niets aan
▪ Volgt een bepaalde cyclus
• Welke aanpak?
o Systematisch
▪ Onderzoek = methodisch
▪ Steeds gebaseerd op gestructureerde, empirische observatie
▪ Systematiek laat toe dat onderzoek herhaalbaar is → methode moet
opnieuw toegepast kunnen worden zodat het herhaalbaar is
▪ Voorkomt “lukrake” pogingen om kennis te verzamelen
o Objectief
▪ Onbevooroordeeld en objectief observeren, analyseren en rapporteren
▪ Relatief: zekere mate van subjectiviteit = onvermijdelijk
▪ Intersubjectiviteit
o Toetsbaar en falsifieerbaar
▪ Onderzoek moet geverifieerd kunnen worden
• Bewijsvoering moet altijd uitgedaagd en bevraagd kunnen
worden
• Alle kennis is tijdelijk
, ▪ Wetenschappelijke kennis moet gedeeld worden en openbaar zijn om
eventuele onjuistheid te kunnen controleren
▪ Peer review
o Volgens een bepaalde cyclus
Alternatieve bronnen van kennis
• Eigen waarnemingen en ervaringen
• Pers en media
• Ideologieën
Positie van mens- en maatschappijwetenschappen
• Alfa-, beta- en gammawetenschappen
o Scheiding tussen natuur- en geesteswetenschappen
▪ Natuur- of betawetenschappen: natuurwetten
▪ Geestes- of alfawetenschappen: studie van product menselijk
handelen
▪ Product van de 19e eeuw
▪ Charles P Snow (1959) “The two Cultures”
▪ De scheiding tussen alfa- en betawetenschappen heeft historisch een
grote invloed uitgeoefend op de methodestrijd binnen de mens- en
maatschappijwetenschappen.
o Sociale wetenschappen
▪ Komen vooral in de loop van de 20e eeuw tot stand
▪ Wolf Lepinies (1985) “Die drei Kulturen”
▪ Jerome Kagan (2009) “The three cultures”
, ▪ De “gammawetenschappen” & gammacanon: studie van menselijk
handelen
▪ Methodologie is een wezenlijk onderdeel van elke discipline
▪ De organisatie in grote wetenschapsgebieden en disciplines
beïnvloedt onze manier van denken en wetenschap uitoefenen.
• Methodestrijd
o W. Dilthey (1833 – 1911)
▪ Sociale wetenschappen: eigen methodologische grond
▪ Object sociale wetenschappen kan niet benaderd worden via
experimentele methode (natuurwetenschappen) of introspectie
(geesteswetenschappen)
▪ Menselijke vrije wil laat zich niet in wetmatigheden vertalen
▪ Begrijpen in historische context
o E. Durkheim
▪ Sociale fenomenen voltrekken zich volgens onderliggende
wetmatigheden
o M. Weber
▪ Sociale verschijnselen gedetermineerd door sociale wetmatigheden en
product van menselijke wil.
Context van sociaalwetenschappelijk onderzoek
• Sociaal onderzoek vindt niet plaats in een vacuüm → context
• Bepaalde elementen van die context
o Bestaande context visie op de relatie tussen theorie en onderzoek
o Epistemologische beschouwingen
o Ontologische beschouwingen
o Ethische beschouwingen
o Doel onderzoek
o Politieke context
o Persoonlijkheid van de onderzoeker