Kanscontracten
Kenmerken
Art. 1104, lid 2 Oud BW: gelijkwaardigheid prestaties gelegen in kans op winst of verlies
Art. 1964 Oud BW: definitie kanscontract
(Omvang) prestaties staan niet vast
Aleatoir karakter: toeval
Spel en weddenschap (NIET)
Weddenschap: spelactiviteit hangt af van toevallig feit of een derde
Art. 1965 Oud BW: geen rechtsvordering voor betaling van weddenschap; maar
verliezer kan niet terugeisen wat hij vrijwillig betaald heeft (art. 1967 Oud BW)
Spelcontracten hebben ongeoorloofde oorzaak => nietig (openbare orde)
Wet van 7 mei 1999
Lijfrente – Art. 1968 Oud BW
Kenmerken
o Definitie: renteplichtige moet aan rentetrekker periodiek een bepaalde
geldsom betalen gedurende het leven van de rentetrekker
• Rechtsverhouding
• Periodieke uitkering
• Geldbedrag: er moet rente zijn, anders geen kans op verlies (en
herkwalificatie naar vermomde schenking)
• Duur = leven van een lijf
o Kan om niet of onder bezwarende titel
• Indien om niet dan is het geen kanscontract meer
Lijfrente onder bezwarende titel
o Aleatoir karakter (onzekerheid): kans op verlies/winst, onbekend hoe lang lijf zal
leven
o Renteplichtige krijgt kapitaal of goed in ruil waarvoor hij lijfrente betaalt
• Stipulant = verkoper
• Renteplichtige = koper
• Evt. derde rentetrekker (begunstigde van de rente via onrechtstreekse
schenking)
o Rentevoet vrij bepaald, maar mag aleatoire karakter niet ontnemen
• Anders herkwalificatie naar vermomde schenking
• Renteverkrijger ontvangt rente in verhouding met aantal dagen dat lijf
heeft geleefd (of helemaal indien vooraf betaald)
o Vorm
• Verkoop = goed definitief vervreemden tegen lijfrente
• Vruchtgebruik = lijf krijgt vruchtgebruik en blote eigendom tegen lijfrente
Lijf
o Persoon op het hoofd van wie de rente gevestigd is (meestal rentegenieter of een
derde)
o Kan op hoofd van een derde of op leven van meerdere personen
o Rente loopt zolang lijf leeft (bewijzen door rentegenieter met alle middelen van
recht)
, Werkelijke kans op winst of verlies
= Onzekerheid over kans op succes (lang leven en lang betalen of niet)
Subjectieve onzekerheid = is er volgens contractanten een zekerheid over de levensduur
lijf?
Objectieve onzekerheid = is er obv rente en gezondheid van het lijf een zekerheid over
winnaar?
o De artikelen 1974 en 1975 Oud BW: objectieve onzekerheid
Art. 1974 Oud BW: lijf moet in leven zijn op moment van contractsluiting
Art. 1975 Oud BW: lijf moet normaal gezond zijn op moment
van contractsluiting – 3 voorwaarden
1. Bij contractsluiting aangetast door ziekte
2. Deze ziekte moet het overlijden hebben veroorzaakt
3. Overlijden vond plaats binnen 20 dagen na de dagtekening
Niet van toepassing bij rente om niet
Nietig, ongeacht of partijen op de hoogte waren van de ziekte
o Objectieve of subjectieve onzekerheid buiten de hypothese van de artikelen
1974 en 1975 Oud BW?
Termijn van 20 dagen is verouderd
Overeenkomst vernietigen bij overlijden na 20 dagen als aleatoir
karakter ontbreekt
Subjectieve kennis van het nakende overlijden van het lijf =
voldoende voor vernietiging => kwade trouw
Enkel objectieve onzekerheid
Was overeenkomst bij sluiting echt onzeker?
Ongeacht TGT/TKT partijen
Indien niet: afwezigheid voorwerp en dus nietige
overeenkomst
o Lees toepassing p218
Ontbinding
o Niet-betaling van de rentetermijnen leidt niet tot het recht op ontbinding
door de rentegenieter (art. 1978 Oud BW) => enkel dwanguitvoering
mogelijk
o Maar suppletief karakter
Verschil met eeuwigdurende rente
o Niet-afkoopbaar karakter van de lijfrente i.t.t. eeuwigdurende rente
o Lijfrente ≠ eeuwigdurende rente; dus geen afkoopbaarheid van de lijfrente in
de zin van art. 1911 Oud BW
Verschil met kostcontract (ook een kanscontract)
o Definitie: persoon verkrijgt goed in ruil voor het verstrekken van kost en
inwoon aan de vervreemder
o Regels lijfrente niet van toepassing (art. 1974 en 1975 Oud BW)
Onevenwicht door ontoereikend karakter (onvoldoende onzekerheid)
o Nietigheid
Niet ernstig karakter van de rente: rente kleiner dan of gelijk aan
gegenereerde inkomsten goed
Benadeling meer dan 7/12 van de verkoper: bedrag prestaties van
de koper worden berekend ien is minder dan 7/12 (bewijslast ligt bij
Kenmerken
Art. 1104, lid 2 Oud BW: gelijkwaardigheid prestaties gelegen in kans op winst of verlies
Art. 1964 Oud BW: definitie kanscontract
(Omvang) prestaties staan niet vast
Aleatoir karakter: toeval
Spel en weddenschap (NIET)
Weddenschap: spelactiviteit hangt af van toevallig feit of een derde
Art. 1965 Oud BW: geen rechtsvordering voor betaling van weddenschap; maar
verliezer kan niet terugeisen wat hij vrijwillig betaald heeft (art. 1967 Oud BW)
Spelcontracten hebben ongeoorloofde oorzaak => nietig (openbare orde)
Wet van 7 mei 1999
Lijfrente – Art. 1968 Oud BW
Kenmerken
o Definitie: renteplichtige moet aan rentetrekker periodiek een bepaalde
geldsom betalen gedurende het leven van de rentetrekker
• Rechtsverhouding
• Periodieke uitkering
• Geldbedrag: er moet rente zijn, anders geen kans op verlies (en
herkwalificatie naar vermomde schenking)
• Duur = leven van een lijf
o Kan om niet of onder bezwarende titel
• Indien om niet dan is het geen kanscontract meer
Lijfrente onder bezwarende titel
o Aleatoir karakter (onzekerheid): kans op verlies/winst, onbekend hoe lang lijf zal
leven
o Renteplichtige krijgt kapitaal of goed in ruil waarvoor hij lijfrente betaalt
• Stipulant = verkoper
• Renteplichtige = koper
• Evt. derde rentetrekker (begunstigde van de rente via onrechtstreekse
schenking)
o Rentevoet vrij bepaald, maar mag aleatoire karakter niet ontnemen
• Anders herkwalificatie naar vermomde schenking
• Renteverkrijger ontvangt rente in verhouding met aantal dagen dat lijf
heeft geleefd (of helemaal indien vooraf betaald)
o Vorm
• Verkoop = goed definitief vervreemden tegen lijfrente
• Vruchtgebruik = lijf krijgt vruchtgebruik en blote eigendom tegen lijfrente
Lijf
o Persoon op het hoofd van wie de rente gevestigd is (meestal rentegenieter of een
derde)
o Kan op hoofd van een derde of op leven van meerdere personen
o Rente loopt zolang lijf leeft (bewijzen door rentegenieter met alle middelen van
recht)
, Werkelijke kans op winst of verlies
= Onzekerheid over kans op succes (lang leven en lang betalen of niet)
Subjectieve onzekerheid = is er volgens contractanten een zekerheid over de levensduur
lijf?
Objectieve onzekerheid = is er obv rente en gezondheid van het lijf een zekerheid over
winnaar?
o De artikelen 1974 en 1975 Oud BW: objectieve onzekerheid
Art. 1974 Oud BW: lijf moet in leven zijn op moment van contractsluiting
Art. 1975 Oud BW: lijf moet normaal gezond zijn op moment
van contractsluiting – 3 voorwaarden
1. Bij contractsluiting aangetast door ziekte
2. Deze ziekte moet het overlijden hebben veroorzaakt
3. Overlijden vond plaats binnen 20 dagen na de dagtekening
Niet van toepassing bij rente om niet
Nietig, ongeacht of partijen op de hoogte waren van de ziekte
o Objectieve of subjectieve onzekerheid buiten de hypothese van de artikelen
1974 en 1975 Oud BW?
Termijn van 20 dagen is verouderd
Overeenkomst vernietigen bij overlijden na 20 dagen als aleatoir
karakter ontbreekt
Subjectieve kennis van het nakende overlijden van het lijf =
voldoende voor vernietiging => kwade trouw
Enkel objectieve onzekerheid
Was overeenkomst bij sluiting echt onzeker?
Ongeacht TGT/TKT partijen
Indien niet: afwezigheid voorwerp en dus nietige
overeenkomst
o Lees toepassing p218
Ontbinding
o Niet-betaling van de rentetermijnen leidt niet tot het recht op ontbinding
door de rentegenieter (art. 1978 Oud BW) => enkel dwanguitvoering
mogelijk
o Maar suppletief karakter
Verschil met eeuwigdurende rente
o Niet-afkoopbaar karakter van de lijfrente i.t.t. eeuwigdurende rente
o Lijfrente ≠ eeuwigdurende rente; dus geen afkoopbaarheid van de lijfrente in
de zin van art. 1911 Oud BW
Verschil met kostcontract (ook een kanscontract)
o Definitie: persoon verkrijgt goed in ruil voor het verstrekken van kost en
inwoon aan de vervreemder
o Regels lijfrente niet van toepassing (art. 1974 en 1975 Oud BW)
Onevenwicht door ontoereikend karakter (onvoldoende onzekerheid)
o Nietigheid
Niet ernstig karakter van de rente: rente kleiner dan of gelijk aan
gegenereerde inkomsten goed
Benadeling meer dan 7/12 van de verkoper: bedrag prestaties van
de koper worden berekend ien is minder dan 7/12 (bewijslast ligt bij