In de franse zinsopbouw is de volghorde onderwerp + alle werkwoorden + lijdend
voorwerp + bijwoordelijke bepaling. Alle werkwoorden komen dus bij elkaar te staan
dit is in het nederlands niet zo. Persoonlijk voornaamwoorden kunnen ook in het frans de
functie van lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp hebben.
Voorbeeld: je porte mon sac souvent. Dat betekent ik draag mijn tas vaak. Probeer voor
jezelf de zin te ontleden volgens het stappenplan wat bovenin dikgedrukt staat. Is dat gelukt
heb je de franse zinsopbouw onder de knie.
voorwerp + bijwoordelijke bepaling. Alle werkwoorden komen dus bij elkaar te staan
dit is in het nederlands niet zo. Persoonlijk voornaamwoorden kunnen ook in het frans de
functie van lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp hebben.
Voorbeeld: je porte mon sac souvent. Dat betekent ik draag mijn tas vaak. Probeer voor
jezelf de zin te ontleden volgens het stappenplan wat bovenin dikgedrukt staat. Is dat gelukt
heb je de franse zinsopbouw onder de knie.