BRIGITTE DECLERCQ
PATHOLOGIE VAN DE VERLOSKUNDE
,Inleiden van de baring
Inleiding
● Bij 25,2 % van de zwangerschappen wordt de baring ingeleid, wat een stijging is ten
opzichte van de voorbije jaren. De spreiding van de inductie van de baring varieert
naargelang de kraamkliniek van 11,8 % tot 39,3 %. (SPE, jaarverslag 2018).
● Soms is het in het belang van moeder en kind wenselijk om de zwangerschap
kunstmatig te beeïndigen. Aangezien de meeste indicaties relatief zijn moet men
zich steeds afvragen of voor de betreffenden vrouw en haar kind de voordelen
afwegen op de nadelen (Heineman et. al., 2017).
● Het kunstmatig op gang brengen van de baring is nooit zonder risico daarom is
foetale en maternale bewaking uitermate van belang.
Vrouw en partner op de hoogte brengen van alle opties met voor- en nadelen met een
risico-inschatting:
● Meeste vrouwen gaan in arbeid tussen 37 zw en 42 zw
● Risico’s bespreken bij zwangerschap langer dan 42 zw en de opties hierbij
● Opties kunnen zijn :
○ Strippen van de vliezen
○ Inductie tussen 41 zw en 42 zw
○ Afwachtend beleid
Terminologie
● Het uitlokken van baarmoedercontracties met behulp van mechanische of
farmacologische middelen
● De inductie moet EFFECTIEF en VEILIG zijn voor moeder en kind
● Parturiënte moet induceerbaar zijn : gunstige Bishopscore
● Foetus moet rijp zijn : 38 zw : dus zeker zijn omtrent de juiste zwangerschapsduur
● Vaginale bevalling moet mogelijk zijn
● Soms is er moeilijk onderscheid te maken tussen pre-inductie en inductie
● Aandacht hebben voor de Bishopscore
2
,Methoden bij het inleiden van de baring
Bishopscore
Bij een onrijpe cervix begint de inductie van de baring d.m.v. toediening van
prostaglandinen of door niet-farmacologische technieken. De rijpheid van de cervix wordt
voornamelijk beoordeeld door vaginaal toucher m.b.v. de Bishop-score
Naargelang de duur van de zwangerschap:
● Preterme inductie : < 37 weken
● À terme inductie : 37 – 42 weken
● Postterme inductie : > 42 weken
Naargelang de gebruikte techniek:
● Mechanische inductie : amniotomie
● Chemische inductie : oxytocine
● PGL
● Gecombineerde inductie : ARM en oxytocine
3
, Naargelang de indicatie:
Medische inductie (therapeutische inductie):
● Wanneer het voortbestaan van de zwangerschap een « bedreiging » betekent voor
de foetus of/en moeder. Soms kan deze inductie gepland worden voor 38 w.
zwangerschap.
● Medische indicaties zijn :
● Seroniteit, PROM à terme, PET na 34 weken, IUGR,..
Niet –medische inductie:
● Het gaat hier om commoditeit van de geneesheer of zwangere of organisatie van
het ziekenhuis : vb. verlof dokter, werk echtgenoot, tweeling overdag …
● Essentiële voorwaarde een zwangerschapsduur van 38 zw.
Tegenindicaties
Deze vloeien voort uit de voorwaarden:
● weigering van het koppel
● matige tegenindicatie: littekenuterus, cerclage
SHIRODKAR
Absolute tegenindicatie:
● Ongekende duur
● Onrijpe cx
● <38 weken
● CPD
Relatieve tegenindicatie:
● Groot kind
● Stuitligging
4
PATHOLOGIE VAN DE VERLOSKUNDE
,Inleiden van de baring
Inleiding
● Bij 25,2 % van de zwangerschappen wordt de baring ingeleid, wat een stijging is ten
opzichte van de voorbije jaren. De spreiding van de inductie van de baring varieert
naargelang de kraamkliniek van 11,8 % tot 39,3 %. (SPE, jaarverslag 2018).
● Soms is het in het belang van moeder en kind wenselijk om de zwangerschap
kunstmatig te beeïndigen. Aangezien de meeste indicaties relatief zijn moet men
zich steeds afvragen of voor de betreffenden vrouw en haar kind de voordelen
afwegen op de nadelen (Heineman et. al., 2017).
● Het kunstmatig op gang brengen van de baring is nooit zonder risico daarom is
foetale en maternale bewaking uitermate van belang.
Vrouw en partner op de hoogte brengen van alle opties met voor- en nadelen met een
risico-inschatting:
● Meeste vrouwen gaan in arbeid tussen 37 zw en 42 zw
● Risico’s bespreken bij zwangerschap langer dan 42 zw en de opties hierbij
● Opties kunnen zijn :
○ Strippen van de vliezen
○ Inductie tussen 41 zw en 42 zw
○ Afwachtend beleid
Terminologie
● Het uitlokken van baarmoedercontracties met behulp van mechanische of
farmacologische middelen
● De inductie moet EFFECTIEF en VEILIG zijn voor moeder en kind
● Parturiënte moet induceerbaar zijn : gunstige Bishopscore
● Foetus moet rijp zijn : 38 zw : dus zeker zijn omtrent de juiste zwangerschapsduur
● Vaginale bevalling moet mogelijk zijn
● Soms is er moeilijk onderscheid te maken tussen pre-inductie en inductie
● Aandacht hebben voor de Bishopscore
2
,Methoden bij het inleiden van de baring
Bishopscore
Bij een onrijpe cervix begint de inductie van de baring d.m.v. toediening van
prostaglandinen of door niet-farmacologische technieken. De rijpheid van de cervix wordt
voornamelijk beoordeeld door vaginaal toucher m.b.v. de Bishop-score
Naargelang de duur van de zwangerschap:
● Preterme inductie : < 37 weken
● À terme inductie : 37 – 42 weken
● Postterme inductie : > 42 weken
Naargelang de gebruikte techniek:
● Mechanische inductie : amniotomie
● Chemische inductie : oxytocine
● PGL
● Gecombineerde inductie : ARM en oxytocine
3
, Naargelang de indicatie:
Medische inductie (therapeutische inductie):
● Wanneer het voortbestaan van de zwangerschap een « bedreiging » betekent voor
de foetus of/en moeder. Soms kan deze inductie gepland worden voor 38 w.
zwangerschap.
● Medische indicaties zijn :
● Seroniteit, PROM à terme, PET na 34 weken, IUGR,..
Niet –medische inductie:
● Het gaat hier om commoditeit van de geneesheer of zwangere of organisatie van
het ziekenhuis : vb. verlof dokter, werk echtgenoot, tweeling overdag …
● Essentiële voorwaarde een zwangerschapsduur van 38 zw.
Tegenindicaties
Deze vloeien voort uit de voorwaarden:
● weigering van het koppel
● matige tegenindicatie: littekenuterus, cerclage
SHIRODKAR
Absolute tegenindicatie:
● Ongekende duur
● Onrijpe cx
● <38 weken
● CPD
Relatieve tegenindicatie:
● Groot kind
● Stuitligging
4