Inhoudsopgave
Klinisch redeneren......................................................................................................................................... 1
KR1 (S) ProActive Nursing 1 (alleen kwartiel 1) ..................................................................................................2
KR2 (S) ProActive Nursing 2 (alleen kwartiel 1) ................................................................................................10
KR3 (S) Klinisch redeneren bij ouderen .............................................................................................................13
Geneeskunde............................................................................................................................................... 18
GK1: Veelvoorkomende problematiek bij ouderen.............................................................................................18
GK2: Farmacologie.............................................................................................................................................23
GK3: Bloedafwijkingen.......................................................................................................................................29
GK4: Nieren........................................................................................................................................................37
Veiligheid & Kwaliteit................................................................................................................................... 45
VK1: Hoe goed doen jij en jouw stage-instelling het?........................................................................................45
VK2: Veiligheidsmanagementsysteem en -beleid..............................................................................................51
Klinisch redeneren
,KR1 (S) ProActive Nursing 1 (alleen kwartiel 1)
Aan de hand van de methodiek van Bakker inzichtelijk maken welke klinische problematiek
er speelt bij de zorgvrager.
Niet-klinische zorg: eerstelijns, gespecialiseerde/intensieve thuiszorg.
Verwachtingen van een verpleegkundige. Goed op de hoogte zijn van:
- (Nieuwe) ziekten, stoornissen en beperkingen
- Nieuwe onderzoeks- en behandelwijzen.
- Beroepscode: opkomen belangen patiënt
Klinisch redeneren = ‘Het gebruiken van kennis in de praktijk.’ à link tussen kennis en
vaardigheden en handelen/ professioneel gedrag in de praktijk.
- Continu kritisch nadenken-meedenken over situatie van de patiënt en de
voortvloeiende beslissingen
- Als verpleegkundige altijd de vraag stellen: wie, wat, wanneer, hoe, waarom?
Essentie van KR:
1. Wat heeft de patiënt? (medische diagnose of werkdiagnose)
2. Hoe gaat het met de patiënt? (ziektegevolgen)
3. Wat kunnen we doen? (zorgdiagnostiek)
Leercirkel van David Kolb
Ervaringsleren= leren d.m.v. ervaringen, ongeacht leeftijd, wat je geleerd hebt neem je mee
naar toekomstige patiënten.
De drie ‘O’s’ van redeneren
- Er valt je iets op à je ordent de gedachten à oordeel. Oordeel/ conclusie altijd
kunnen onderbouwen (feiten), geen onderbouwde oordelen/meningen zijn
vermoedens.
Observeren Zijn allerlei mogelijke waargenomen feiten:
klinische symptomen, klachten, controles,
lab waarden, bloedwaarden etc.
Ordenen A.d.h.v. observaties je gedachten ordenen.
Vragen als: wat heb je nu waargenomen?
Waar zit het probleem? Wat is het
probleem? Zijn er verbanden met andere
problemen en hoe breng ik dit alles onder
woorden?
Moeilijkste onderdeel van de drie O’s.
Oordelen Diagnosticeren, constateren of vaststellen.
, Oordeelsvorming à stoplichtsysteem/
keuzes status problematiek.
Rood = stop: signaleren actueel probleem
c.q. punt waarop actie ondernomen moet
worden.
Oranje = waarschuwing: verhoogd risico
signaleren, een bedreigde functie.,
Groen = veilig: (geen probleem/geen
disfunctie).
Overdenken Heen-en-weer denken.
Controleren of redeneren klopt.
Redeneren is een cyclisch denkproces.
Bij elk oordeel wordt overdacht of de feiten
juist zijn en/of ze niet ondertussen
veranderd zijn.
Op basis van de klinische problematiek beredeneren welke zorg er nodig is.
Zes-stappen-methodiek
- Het (leren) redeneren op een gestructureerde manier laten verlopen.
Essentie van de stap Redeneerhulp
1. Oriëntatie op de situatie/klinisch beeld. - SBAR methode
Beoordeel de situatie op grond van klinisch - EWS-score
beeld/voorgeschiedenis en geef je - SIRS-criteria
aanbeveling.
2. Klinische probleemstellingen - Zorgthema’s ProActive Nursing-
Beredeneer de problematiek en de model
prioriteiten - SCEGS, ABCDE-methodiek
3. Aanvullend klinisch onderzoek - Anamnese, LO, lab, beeldvormend
Beredeneer welke informatie (nog) nodig is. onderzoek, fysiologisch
functieonderzoek
4. Klinisch beleid - Zorgthema’s, SCEGS, ABCDE-