HOOFDSTUK 1:
Par. 1: Prisoners’ dilemma
Speltheorie: je bestudeert de manier waarop mensen beslissingen nemen waarbij ze rekening
houden met keuzes van anderen.
Simultaan spel: als je gelijktijdig en eenmalig beslist. Sequentieel (na elkaar)
Gevangen dilemma: simultaan spel waarbij een evenwicht ontstaat, de uitkomst is hierbij voor beide
spelers niet optimaal. De mogelijke uitkomsten van zo’n dilemma noteer je in een tabel en de
uitkomsten noem je een opbrengstenmatrix/payoff-matrix.
Uitkomst die voor jou het meest gunstig is: dominante strategie
Par. 2
Collectief belang= het belang van alle spelers samen
In de speltheorie is er onderscheid in:
- Nul-som-spel: uitkomst spel heeft constante waarde.
- Niet-som-spel: combinatie van strategieën, beide spelers winst of verlies had kunnen maken.
Prijzenoorlog: beide concurrenten bestrijden elkaar met prijsverlagingen. (Op een oligopolie)
Par. 3
- Sociale normen: ongeschreven regels over hoe je je hoort te gedragen.
Om te zorgen dat je afspraken nakomt schrijf je ze op in een contract.
Zelfbinding: jezelf eenzijdig aan een afspraak houden
Verzonken kosten: kosten die je maakt en die je niet meer ongedaan kunt maken.
Par. 4
Extern effect: bijkomstig gevolg van productie of consumptie.
Positief extern effect Bijv. gratis product erbij als je iets koopt.
Negatief extern effect Vervuiling/geluidsoverlast
- Maatschappelijke kosten: kosten als gevolg van negatieve effecten. De overheid probeert je
deze kosten niet te laten maken en dat heet collectieve dwang.
3 soorten goederen:
1. Collectieve goederen: fietspad, politie. Worden betaald door belastinggeld
2. Quasi- collectieve goederen: de lasten worden grotendeels door de overheid betaald maar
individueel kunnen worden afgenomen. (Bibliotheek)
3. Individuele goederen: zijn door de markt geproduceerd en kunnen individueel worden
afgenomen.
Meeliftgedrag: als mensen ergens gebruik van maken waar ze niet voor betalen.