ECONOMIE
o Thema 3: niet-competitieve markten
HOOFDSTUK 1: MONOPOLIE
Een octrooi of patent beschermt de uitvinder van een technisch product of proces.
geldt voor één of meer landen en voor max. 20 jaar
Een licentie is een afspraak tussen de licentiegever (de octrooihouder) en de licentienemer.
krijgt toestemming van de licentiegever om de uitvinding zelf te maken, te verkopen of toe te
passen
COMPETITIEVE MARKT NIET-COMPETITIEVE MARKT
MONOPOLIE
atomische markt
aantal producenten veel 1
aantal consumenten veel veel
homogeen product
kenmerken product homogeen product geen substituten
open markt
beperkingen op toetreding tot geen geen toetreding
markt
transparante markt
informatie perfect niet perfect
1. Redenen voor het bestaan van monopolies
Monopolies bestaan om verschillende redenen:
- technisch: de monopolist heeft als enige de technische kennis of het alleenrecht op het gebruik van
productiefactoren
- wettelijk: de monopolist beschikt over een octrooi of wettelijke bescherming
- strategisch: de monopolist slaagt erin mogelijke concurrenten uit de markt te houden
2. De prijsvorming bij monopolie
Optimale afzet = de hoeveelheid die de onderneming effectief verkoopt (snijpunt van MO en MK)
optimale afzet i.p.v. optimale productiegrootte
De prijs bij een monopolie is hoger dan de
prijs bij een competitieve markt.
De optimale afzet bij een monopolie is
lager dan bij een competitieve markt.
is niet in voordeel van de consument
1
, Prijszetter = monopolist is de enige aanbieder op de markt en kan de prijs van zijn product zelf
bepalen streeft naar winstmaximalisatie
moet rekening houden met: - prijselasticiteit van de vraag
- mogelijkheid dat de consument voor een soortgelijk goed kiest
- mogelijke alternatieven op de markt
3. Welvaartsverlies bij monopolie
4. Prijsdiscriminatie
Prijsdiscriminatie = verschillende groepen reizigers verschillende prijzen betalen voor dezelfde
diensten (bv. door leeftijd, geboorteplaats, tijdstip, geslacht, woonplaats…)
Doel: zijn winst vergroten door verschillende prijzen te vragen aan verschillende
consumentengroepen
2
o Thema 3: niet-competitieve markten
HOOFDSTUK 1: MONOPOLIE
Een octrooi of patent beschermt de uitvinder van een technisch product of proces.
geldt voor één of meer landen en voor max. 20 jaar
Een licentie is een afspraak tussen de licentiegever (de octrooihouder) en de licentienemer.
krijgt toestemming van de licentiegever om de uitvinding zelf te maken, te verkopen of toe te
passen
COMPETITIEVE MARKT NIET-COMPETITIEVE MARKT
MONOPOLIE
atomische markt
aantal producenten veel 1
aantal consumenten veel veel
homogeen product
kenmerken product homogeen product geen substituten
open markt
beperkingen op toetreding tot geen geen toetreding
markt
transparante markt
informatie perfect niet perfect
1. Redenen voor het bestaan van monopolies
Monopolies bestaan om verschillende redenen:
- technisch: de monopolist heeft als enige de technische kennis of het alleenrecht op het gebruik van
productiefactoren
- wettelijk: de monopolist beschikt over een octrooi of wettelijke bescherming
- strategisch: de monopolist slaagt erin mogelijke concurrenten uit de markt te houden
2. De prijsvorming bij monopolie
Optimale afzet = de hoeveelheid die de onderneming effectief verkoopt (snijpunt van MO en MK)
optimale afzet i.p.v. optimale productiegrootte
De prijs bij een monopolie is hoger dan de
prijs bij een competitieve markt.
De optimale afzet bij een monopolie is
lager dan bij een competitieve markt.
is niet in voordeel van de consument
1
, Prijszetter = monopolist is de enige aanbieder op de markt en kan de prijs van zijn product zelf
bepalen streeft naar winstmaximalisatie
moet rekening houden met: - prijselasticiteit van de vraag
- mogelijkheid dat de consument voor een soortgelijk goed kiest
- mogelijke alternatieven op de markt
3. Welvaartsverlies bij monopolie
4. Prijsdiscriminatie
Prijsdiscriminatie = verschillende groepen reizigers verschillende prijzen betalen voor dezelfde
diensten (bv. door leeftijd, geboorteplaats, tijdstip, geslacht, woonplaats…)
Doel: zijn winst vergroten door verschillende prijzen te vragen aan verschillende
consumentengroepen
2