Pathologie en geneeskunde voor fysiotherapie, bewegingstherapie en ergotherapie,
J.H. Vrijenhoek
- Hoofdstuk 8.3 Calcium en fosfaatstofwisselingsstoornissen (8.3.1 t/m 8.3.4)
- Hoofdstuk 12 Aandoeningen van de nieren en urinewegen
- Hoofdstuk 13 Aandoeningen van endocriene klieren (13.1 t/m 13.5)
Hoofdstuk 8.3 calcium en fosfaatwisselingsstoornissen
Bij de regulatie van de concentratie calcium (Ca2+) en fosfaat (PO4 3-) in het bloed
spelen bepaalde stoffen een rol. Deze stoffen zijn:
o Het parathyreoïdaal hormoon (parathormoon, PTH) , deze wordt gemaakt in
de bijschildklieren. Als het serumcalcium daalt wordt er meer geproduceerd,
en andersom. Het PTH heeft de volgende functies:
- de terugresorptie van fosfaat in de nieren remmen,
- de terugresorptie van calcium in de nieren bevorderen,
- calcium en fosfaat uit het bot mobiliseren,
- de werking van vitamine D in de darm bevorderen.
o Enkele afgeleiden van vitamine D, vitamine D2 en D3. De functie van vitamine
D is het bevorderen van:
- de opname van calcium en fosfaat uit de darm
- de vorming van osteoblasten
- de mineralisatie van het bot
- de terugresorptie van calcium n fosfaat uit de nier
o Calcitonine, geproduceerd in de schildklier. Calcitonine remt:
- de botresorptie
- de terugresorptie van calcium en fosfaat in de nier
Hypercalciëmie
Is een verhoging van het calciumgehalte in het bloed, de verhoging kan
veroorzaakt worden door:
o Primaire hyperparathyreoïdie, een verhoogde productie van het PTH als
gevolg van hyperplasie of een adenoom van de bijschildklier,
o Secundaire hyperparathyreoïdie, een verhoogde productie van het PTH,
treedt op bij rachitis, osteomalacie en vooral in gevallen van een
nierinsufficiëntie; hier is sprake van een tekort aan vitamine D en een
hypocalciëmie.
Hypercalciëmie leidt tot een metastatische verkalking, verkalking in het weefsel
zonder dat er voorafgaande regressieve veranderingen zijn in bijvoorbeeld de
nieren, de longen, de huid en de vaatwanden.
Hypocalciëmie
Kan ontstaan door te weinig vorming van het PTH bij een hypoparathyreoïdie. Dit
kan een gevolg zijn van een operatieve verwijdering van de schildklier tezamen met