1. herkennen van kritieke zorgvrager
1.1 Airway
- Open en veilig
- Bedreigd → veilige houding, ingrijpen noodzakelijk?
- Geobstrueerd? → obstructie verwijderen indien mogelijk
1.2 Breathing
Frequentie
- Minuutvolume = tidal volume x frequentie
- Tachypnee -> diverse oorzaken -> relateren aan
activiteit/ziekteproces
- Evolutie in de tijd
Ademarbeid
- De inspanningen die het kind moet leveren om de gasuitwisseling op peil te
houden:
o Is gedreven door zuurstofbehoefte van het lichaam
o Gedreven door de behoefte om CO2 af te blazen en ph binnen
bepaalde grenzen te houden
- Belangrijkste observatie om de klinisch inschatting te doen van de respiratie
- Weinig ademarbeid is geen garantie op een goede ademhaling
- Lichamelijke tekenen:
o Neusvleugels die gebruikt worden
o Intrekkingen: intercostaal, sternaal en subcostaal
o Hulpademhalingsspieren: met head-bobbing bij zuigelingen
o Paradoxale ademhaling
o Respiratoire ademhaling: stridor, wheezing en kreunen
Teugvolume: dit is de hoeveelheid lucht die per ademhaling in en uit de thorax gaat
- Dit bepaalt de CO2 afgifte
- Klinische inschatting:
o Look, listen and feel
o Auscultatie
o Palpatie
o Inspectie
o Percussie
- Silent chest: ademhalingsstilstand (ook al is er arbeid)
Oxygenatie: is de inschatting van de zuurstofreserve in het bloed
- Kan je meten door de saturatie te nemen, dit is de concentratie Hgb gebonden
zuurstof
o Pitfall?
- Koude extremiteiten:
o Slechte kwaliteit van de meting
o Verkeerde waarde
o Altijd de pols controleren als je twijfelt
1
, 1.3 circulatie
Hartfrequentie
- Het compensatiemechanisme van het
kind
- Hoe jonger, hoe meer uitgesproken
- Altijd koppelen aan ziekteproces/activiteit
- CAVE: hartfrequentie zegt niets over de
kwaliteit van de pompfunctie
Pols
- Weergave mechanische activiteit
- Belangrijke klinische parameter om diepte van shock in te schatten
- Verschil tussen perifere en centrale polsen
o Centraal geen of zeer zwakke pols → hartstilstand
o Perifeer geen of zeer zwakke pols → zeer diepe shock → pré-arrest
Bloeddruk (pressure): geeft een inschatting van de perfusiekwaliteit van de organen
- Te hoog → risico op bloedingen, belastend voor myocard
- Te laag → hypoperfusie van organen
- Het kind kan de bloeddruk vrij lang op peil houden
o Laattijdig zakken → hypotensie is voorbode van stilstand
o Behalve bij:
Obstructieve shock
Sommige vormen van distributieve shock
Perifere perfusie
- De inschatting hiervan behelst de evaluatie van een aantal zogenaamde
eindorganen
o Belangrijkste: bewustzijn (AVPU, GCS)
o Urineproductie (min. 1ml/kg/u)
o Huid
Temperatuur
Kleur
Capillaire refill
Preload
- Het inschatten hiervan vertelt iets over de mogelijkheid van het hart om het
aangeboden vocht weg te werken
- Vermoeden rechterhartfalen:
o Opgezette jugularisvenen (kan ook op spanningspneumothorax wijzen)
o Palpeerbare lever
o Oedeemvorming (niet acuut)
- Vermoeden linkerhartfalen: longoedeem
1.4 disability
⟹ inschatten van neurologische status van kind door de AVPU en de GCS
- De neurologische status moet kunnen geplaatst worden i.k.v ziektebeeld:
o Stuipen
2