Grondslagen van het strafrecht
1 GOEDERENRECHT
1.1 GOEDEREN
- = relatie tussen rechtssubject en een goed
- Art. 3.38 Bw. =.voorwerpen, ongeacht, of ze natuurlijk of kunstmatig, lichamelijk of
onlichaemlijk zijn, zijn te onderscheiden van dieren. Vorowerpen en dieren zijn te
onderscheiden van personen.
- Art. 3.39 Bw. = dieren zijn iets anders dan voorwerpen maar we gaan ze wel behandelen als
voorwerpen.
- Art. 3.41 Bw.= goederen in de ruimste zin zijn alle voorwerpen die vatbaar zijn voor toe-
eigening
1.1.1. SOORTEN GOEDEREN: ROEREND EN ONROEREND
- Summa divisio= onroerend en roerend (Art. 3.46 BW.)
Als het niet onroerend is (binnen de categorieën) dan is het roerend.
Art. 3.47 BW.
- = onroerende goederen uit hun aard, door incorporatie of door bestemming: definitie.
Onroerend uit hun aard zijn de grond en de samenstellende volumes, die in 3
dimensies zijn bepaald.
Onroerend door incorporatie zijn alle bouwwerken en bepalntingen die, doordat zij
geïncorcporeerd zijn in onroerende goederen uit hun aard, hiervan een inherent
bestanddeel vormen.
Ook inherente bestanddelen van deze bouwwekren en beplantingen izjn onroerend
door incorporatie, ongeacht of zij geïncorporeerd zijn. Accessoria van een onroerend
goed worden geacht onroerend door bestemming te zijn.
Uitleg:
1. Incorporatie= vastgemaakt aan de grond
2. Accessoria= goederen die onroerend worden door bestemming (Art. 3.9)
- Onderscheidscriterium tussen onroerend- en roerende goederen= verplaatsbaarheid.
Onroerende goederen= onbewegelijk
Roerende goederen= bewegelijk
1 GOEDERENRECHT
1.1 GOEDEREN
- = relatie tussen rechtssubject en een goed
- Art. 3.38 Bw. =.voorwerpen, ongeacht, of ze natuurlijk of kunstmatig, lichamelijk of
onlichaemlijk zijn, zijn te onderscheiden van dieren. Vorowerpen en dieren zijn te
onderscheiden van personen.
- Art. 3.39 Bw. = dieren zijn iets anders dan voorwerpen maar we gaan ze wel behandelen als
voorwerpen.
- Art. 3.41 Bw.= goederen in de ruimste zin zijn alle voorwerpen die vatbaar zijn voor toe-
eigening
1.1.1. SOORTEN GOEDEREN: ROEREND EN ONROEREND
- Summa divisio= onroerend en roerend (Art. 3.46 BW.)
Als het niet onroerend is (binnen de categorieën) dan is het roerend.
Art. 3.47 BW.
- = onroerende goederen uit hun aard, door incorporatie of door bestemming: definitie.
Onroerend uit hun aard zijn de grond en de samenstellende volumes, die in 3
dimensies zijn bepaald.
Onroerend door incorporatie zijn alle bouwwerken en bepalntingen die, doordat zij
geïncorcporeerd zijn in onroerende goederen uit hun aard, hiervan een inherent
bestanddeel vormen.
Ook inherente bestanddelen van deze bouwwekren en beplantingen izjn onroerend
door incorporatie, ongeacht of zij geïncorporeerd zijn. Accessoria van een onroerend
goed worden geacht onroerend door bestemming te zijn.
Uitleg:
1. Incorporatie= vastgemaakt aan de grond
2. Accessoria= goederen die onroerend worden door bestemming (Art. 3.9)
- Onderscheidscriterium tussen onroerend- en roerende goederen= verplaatsbaarheid.
Onroerende goederen= onbewegelijk
Roerende goederen= bewegelijk