BIJLAGE 3
LEERLINGCOMPETENTIES
, Bijlage 3, oefenkaartjes leerlingcompetenties.
Op de volgende pagina’s zijn de oefenkaartjes te vinden die betrekking
hebben op het oefenen van de competenties van de leerlingen. Deze hebben
te maken met:
Waarnemen
Verwonderen
Vertellen
Verbeelden
Nadenken
Waarderen
Veranderen
Deze competenties hebben verschillende kleuren. De kaartjes op de
volgende pagina’s ook. Op deze manier kun je bijvoorbeeld per dag een
andere vaardigheid oefenen met de kinderen.
Bij ieder “eerste” kaartje is er ook een beschreven waarom deze
competentie belangrijk is voor de kinderen en welk doel eraan gekoppeld is.
Deze opdrachtkaartjes dienen als voorbeelden die gebruikt kunnen worden.
Uiteraard kun je als leerkracht ook eigen opdrachten verzinnen die
vergelijkbaar zijn, zolang het maar doelgericht blijft.
Ook zou je deze opdrachten kunnen omzetten naar onderwerpen die
aansluiten op zingeving.
Wanneer een leerling leert om scherp te kijken/actief te luisteren, dan kan
dit helpen bij het vormgeven van je levensbeschouwelijke visie, op het
moment dat het daarover gaat. Leerlingen die zich ontwikkelen in het
‘vertellen’, leren dan ook hun eigen levensbeschouwelijke visie te vertellen
etcetera.
De opdrachtkaartjes kun je koppelen aan het thema over zingeving, maar
kun je ook in ‘algemene’ zin oefenen.
Denk tijdens het oefenen van deze kaartjes ook aan de
leerkrachtcompetenties. (Bijlage 2)
LEERLINGCOMPETENTIES
, Bijlage 3, oefenkaartjes leerlingcompetenties.
Op de volgende pagina’s zijn de oefenkaartjes te vinden die betrekking
hebben op het oefenen van de competenties van de leerlingen. Deze hebben
te maken met:
Waarnemen
Verwonderen
Vertellen
Verbeelden
Nadenken
Waarderen
Veranderen
Deze competenties hebben verschillende kleuren. De kaartjes op de
volgende pagina’s ook. Op deze manier kun je bijvoorbeeld per dag een
andere vaardigheid oefenen met de kinderen.
Bij ieder “eerste” kaartje is er ook een beschreven waarom deze
competentie belangrijk is voor de kinderen en welk doel eraan gekoppeld is.
Deze opdrachtkaartjes dienen als voorbeelden die gebruikt kunnen worden.
Uiteraard kun je als leerkracht ook eigen opdrachten verzinnen die
vergelijkbaar zijn, zolang het maar doelgericht blijft.
Ook zou je deze opdrachten kunnen omzetten naar onderwerpen die
aansluiten op zingeving.
Wanneer een leerling leert om scherp te kijken/actief te luisteren, dan kan
dit helpen bij het vormgeven van je levensbeschouwelijke visie, op het
moment dat het daarover gaat. Leerlingen die zich ontwikkelen in het
‘vertellen’, leren dan ook hun eigen levensbeschouwelijke visie te vertellen
etcetera.
De opdrachtkaartjes kun je koppelen aan het thema over zingeving, maar
kun je ook in ‘algemene’ zin oefenen.
Denk tijdens het oefenen van deze kaartjes ook aan de
leerkrachtcompetenties. (Bijlage 2)