Microbiologie:
1) Tekening peptidoglycaan laag met de aminozuren. Ook wanneer het een gram + bacterie is =
met L-Lysine op plaats 3 op pg. 3 in samenvatting (ook op mijn stuvia account
verkrijgbaar!!)
2) Lipopolysacchariden (LPS) of endotoxines: Opbouw & funtie pg 6 (ook op mijn stuvia
account verkrijgbaar!!)
3) Structuur van EDTA = chelator van calcium tekenen (chemisch middel dat de barriere van
hun lipopolysacchariden (LPS) van G- bac verbreekt):
1
, 1) Pg 23 samenvatting (ook op mijn stuvia account verkrijgbaar!!)
2) Flora van (mond, urogentiaal, darm, huid, …) pg 36 samenvatting (ook op mijn stuvia
account verkrijgbaar!!)
VANCOMYCINE RESISTENTIE:
3) Vancomycine resistentie:
4) Hoe werkt vancomycine? pg43 samenvatting (ook op mijn stuvia account verkrijgbaar!!)
Hoe kan een bacterie resistent worden tegen vancomycine? (2 besproken in de les, 1
uitgewerkt)
2
,Mond (normale flora):
Tong: Lactobacillus spp.
Tand: Viridans streptococci
CYCLUS Toxoplasma gondii:
3
, Cyclus klein beetje anders dan op de afbeelding staat: ma focus toch vooral op de afbeelding en
weet gewoon wat de rest is!!!
1) De seksuele ontwikkelingscyclus van de parasiet:
Levenscyclus Deze vindt uitsluitend plaats in de kat (= eindgastheer). De kat wordt besmet door
het inslikken van infectieuze oöcyste of zoitocysten = (weefselcysten) van prooidieren.
Een oöcyst bestaat uit:
Binnenin oöcyst krijg je 2 sporocysten tijdens de maturatie en in elk van die 2 krijg je 4
sporozoyten. DUS die 8 sporozoyten (in totaal) komen vrij en gaan naar de darm en macrofagen gaan
die opnemen worden trofozoïten in de darmcel vormen zich om tot schizonten deze
produceren veel vrije merozoïten hieruit ontstaan de micro- en macrogameten vorming
zygote gaan zich terug omvormen tot oöcysten = die via de kattenfeces in het milieu
terechtkomen. (Uit zowel sporozoïten als bradyzoïeten kunnen via schizogonie merozoïten ontstaan.
Het merozoietstadium is het enige stadium dat in staat is tot seksuele reproductie.)
2) De aseksuele ontwikkelingscyclus van de parasiet ( in alles behalve de kat):
Deze kan in elk type cel van de tussengastheer plaatsvinden (de mens, maar ook een grote variëteit
aan dieren). Het actieve stadium van de parasiet is de tachyzoïet. Deze komt na het inslikken vrij uit
de oöcyste of uit de weefselcyste, dringt de gastheercel binnen en deelt intracellulair. Het
delingsproces gaat door tot de gastheercel barst. De vrijgekomen tachyzoïeten dringen direct weer
nieuwe cellen binnen en beginnen opnieuw met delen. Door een nog niet geheel begrepen
mechanisme ontstaat na enige tijd een omslag in dit proces en ontstaan weefselcysten. Deze
bevatten bradyzoïeten *(wanneer we ons niet in de kat bevinden) zullen ze zich omvormen tot
bradyzoïeten (= traag delende vorm) & zich migreren naar ander weefsel (ogen, hersenen, spieren)
en gaan weefselcysten = zoitocysten vormen) *, dat wil zeggen een veel trager stadium van de
parasiet met een zeer laag stofwisselingsniveau en slechts weinig deling. De bradyzoïet bevindt zich
in de intracellulaire weefselcyst = zoitocysten.
Bij de mens vindt alleen de aseksuele cyclus plaats. 1 tot 2 weken na infectie komt de vorming van
weefselcysten (met daarin bradyzoïeten) tot stand. De cysten kunnen zich in elk weefsel bevinden en
handhaven, maar de organen die het meest worden aangedaan zijn hersenen, netvlies (ogen),
spierweefsel en de hartspier. Deze weefselcysten zijn vrijwel rond en veroorzaken geen
ontstekingsreactie in de omliggende weefsels. Het aantal en de lokalisatie van de weefselcysten kan
variëren, evenals de schade die ze teweeg kunnen brengen.
4