Scheikunde – Hoofdstuk 3 – Organische chemie Samenvatting
// Paragraaf 1 – Verbrandingsreacties
Energie die is opgeslagen in een stof heet chemische energie E. Energievormen kunnen in elkaar
worden omgezet. Bij een exotherme reactie (ΔE < 0, afb.1) komt energie vrij, een endotherme
reactie (ΔE > 0, afb.2) heeft energie nodig. De energieomzetting in deze reacties is het energie-effect
ΔE = Ereactieproducten – Ebeginstoffen. In een energiediagram worden deze twee niveaus zichtbaar gemaakt. De
energie die nodig is om de reactie op gang te brengen, is de activeringsenergie Eact. De
reactiewarmte is de energie die vrijkomt of nodig is in J mol -1.
Koolwaterstoffen zijn vooral opgebouwd uit C- en H-atomen. Als er genoeg O2 aanwezig is, kunnen
deze volledig verbrand worden. Zo niet, dan treedt een onvolledige verbranding op, waarbij CO(g)
en C(s) ontstaan. De energie die vrijkomt per mol verbrande stof is de verbrandingswarmte (Binas
T56). Bij een exotherme reactie is deze negatief. Bij de ontbrandingstemperatuur start een
verbrandingsreactie spontaan.
Het molair volume Vm (in dm3mol-1) is het volume dat één mol van elk gas onder bepaalde
omstandigheden inneemt. V = n · Vm. Vm is afhankelijk van de temperatuur en de druk. Vm = 22,4
dm3mol-1 (T = 273 K, p = p0) en Vm = 24,5 dm3mol-1 (T = 298 K, p = p0). Stookwaarde is de geleverde
warmte na verbranding van een brandstof in J kg -1 of J m-3. (Binas T28B)
// Paragraaf 2 – Organische verbindingen
Koolwaterstoffen zijn organische verbindingen. Alkanen hebben alleen enkelvoudige
atoombindingen en zijn dus verzadigde koolwaterstoffen. Alkenen (dubbele binding)
en alkynen (drievoudige binding) zijn onverzadigd. Cycloalkanen (verzadigd) bevatten
een ringstructuur. Structuurisomeren hebben dezelfde molecuulformule, maar een
andere structuurformule. In benzeen verplaatsen de elektronen zich in de
ringstructuur. Organische verbindingen die een benzeenring bevatten zijn aromatische
verbindingen of benzeenderivaten. Hiervoor wordt vaak de skeletweergave gebruikt.
Een H-atoom in een koolwaterstof kan worden vervangen door een atoom(groep): een substituent.
Karakteristieke groepen bevatten minimaal één andere atoomsoort dan C of H en veranderen de
eigenschappen van een stof. Alkaanzuren zijn geen substituenten, want een C-atoom van het alkaan
is onderdeel van de karakteristieke groep. Alkanolen zijn verbindingen waarbij minimaal één H-
atoom is vervangen door -O-H. In alkaanaminen is de H vervangen door -NH2, in een halogeenalkaan
door een halogeenatoom.
// Paragraaf 3 – Systematische naamgeving
Karakteristieke groepen hebben bij het geven van systematische namen een volgorde van prioriteit
(Binas T66D). Het stappenplan:
1. Stamnaam
// Paragraaf 1 – Verbrandingsreacties
Energie die is opgeslagen in een stof heet chemische energie E. Energievormen kunnen in elkaar
worden omgezet. Bij een exotherme reactie (ΔE < 0, afb.1) komt energie vrij, een endotherme
reactie (ΔE > 0, afb.2) heeft energie nodig. De energieomzetting in deze reacties is het energie-effect
ΔE = Ereactieproducten – Ebeginstoffen. In een energiediagram worden deze twee niveaus zichtbaar gemaakt. De
energie die nodig is om de reactie op gang te brengen, is de activeringsenergie Eact. De
reactiewarmte is de energie die vrijkomt of nodig is in J mol -1.
Koolwaterstoffen zijn vooral opgebouwd uit C- en H-atomen. Als er genoeg O2 aanwezig is, kunnen
deze volledig verbrand worden. Zo niet, dan treedt een onvolledige verbranding op, waarbij CO(g)
en C(s) ontstaan. De energie die vrijkomt per mol verbrande stof is de verbrandingswarmte (Binas
T56). Bij een exotherme reactie is deze negatief. Bij de ontbrandingstemperatuur start een
verbrandingsreactie spontaan.
Het molair volume Vm (in dm3mol-1) is het volume dat één mol van elk gas onder bepaalde
omstandigheden inneemt. V = n · Vm. Vm is afhankelijk van de temperatuur en de druk. Vm = 22,4
dm3mol-1 (T = 273 K, p = p0) en Vm = 24,5 dm3mol-1 (T = 298 K, p = p0). Stookwaarde is de geleverde
warmte na verbranding van een brandstof in J kg -1 of J m-3. (Binas T28B)
// Paragraaf 2 – Organische verbindingen
Koolwaterstoffen zijn organische verbindingen. Alkanen hebben alleen enkelvoudige
atoombindingen en zijn dus verzadigde koolwaterstoffen. Alkenen (dubbele binding)
en alkynen (drievoudige binding) zijn onverzadigd. Cycloalkanen (verzadigd) bevatten
een ringstructuur. Structuurisomeren hebben dezelfde molecuulformule, maar een
andere structuurformule. In benzeen verplaatsen de elektronen zich in de
ringstructuur. Organische verbindingen die een benzeenring bevatten zijn aromatische
verbindingen of benzeenderivaten. Hiervoor wordt vaak de skeletweergave gebruikt.
Een H-atoom in een koolwaterstof kan worden vervangen door een atoom(groep): een substituent.
Karakteristieke groepen bevatten minimaal één andere atoomsoort dan C of H en veranderen de
eigenschappen van een stof. Alkaanzuren zijn geen substituenten, want een C-atoom van het alkaan
is onderdeel van de karakteristieke groep. Alkanolen zijn verbindingen waarbij minimaal één H-
atoom is vervangen door -O-H. In alkaanaminen is de H vervangen door -NH2, in een halogeenalkaan
door een halogeenatoom.
// Paragraaf 3 – Systematische naamgeving
Karakteristieke groepen hebben bij het geven van systematische namen een volgorde van prioriteit
(Binas T66D). Het stappenplan:
1. Stamnaam