H13 Therapieën voor psychische stoornissen
Therapie: algemene term voor een behandelproces; in de psychologie en
psychiatrie verwijst de term naar een grote verscheidenheid aan
psychologische en biomedische technieken.
Wat is therapie?
Therapeutische alliantie: de relatie tussen therapeut en cliënt, waarbij
beide partijen samenwerken om de cliënt te helpen het hoofd te bieden
aan psychologische of gedragsmatige problemen.
➢ Vertrouwen en empathie zijn twee essentiële ingrediënten.
Verloop therapeutisch proces:
1. Identificeren van het probleem
2. Identificeren van oorzaken van het probleem en/of omstandigheden
die het probleem in stand houden
3. Keuze voor een bepaald soort behandeling en de behandeling zelf
Psychologische therapie: therapie die is gebaseerd op psychologische
principes (psychotherapie).
➢ Gericht op het veranderen van verstorende gedachten, gevoelens en
gedrag met behulp van psychologische technieken.
➢ Ingedeeld in: inzichtgevende therapie en gedragstherapie, of een
combinatie van beide; cognitieve gedragstherapie
Biomedische therapie: behandeling waarbij het accent ligt op het
veranderen van de hersenen, vooral door het toepassen van
geneesmiddelen, psychochirurgie of elektroshocktherapie.
Hoe behandelen psychologen psychische stoornissen?
Inzichtgevende therapieën
Inzichtgevende therapie: psychotherapie waarbij de therapeut de patiënt
helpt om de oorzaken van zijn probleem te begrijpen (inzicht te
verwerven).
Psychoanalyse: een benadering van de psychologie die is gebaseerd op de
veronderstelling van Freud, die de nadruk legt op onbewuste processen.
De term verwijst zowel naar Freuds psychoanalytische theorie als naar zijn
psychoanalytische behandelmethode.
Analyse van overdracht: freudiaanse techniek waarbij de relatie tussen
patiënt en therapeut wordt geanalyseerd en geïnterpreteerd. Gebaseerd
op het idee dat deze relatie een weerspiegeling vormt van onopgeloste
conflicten uit het verleden van de patiënt.
, Neofreudiaanse psychodynamische therapieën: therapeutische technieken
die zijn ontwikkeld door psychodynamische theoretici die het niet eens
waren met bepaalde aspecten van Freuds theorieën en
behandelmethoden.
Humanistische therapie: therapeutische techniek die ervan uitgaat dat
mensen geneigd zijn tot positieve groei en zelfrealisatie. Deze neiging kan
echter geblokkeerd worden door een ongezonde omgeving, een negatief
zelfbeeld of kritiek van anderen.
Cliëntgerichte therapie: door Carl Rogers ontwikkelde humanistische
benadering van therapie. Benadrukt de natuurlijke neiging van mensen tot
gezonde psychologische groei en zelfrealisatie.
Gevoelsreflectie (spiegelen): door Carl Rogers ontwikkelde techniek
waarbij de therapeut de woorden van de cliënt parafraseert om de
emotionele toon die eruit spreekt te benadrukken.
Cognitieve therapie: beschouwt rationeel denken (tegenover emotie,
motivatie of onderdrukte conflicten) als de sleutel tot de behandeling van
psychische stoornissen.
Groepstherapie: elke vorm van psychotherapie waarbij meer patiënten
tegelijk betrokken zijn. Groepstherapeuten werken vaan vanuit een
humanistisch perspectief.
➢ Zelfhulpgroep: therapiegroep, georganiseerd en begeleid door leken
in plaats van professionele therapeuten (alcohol, depressie,
schulden)
➢ Relatie- of gezinstherapie
Gedragstherapieën
Gedragstherapie: elke vorm van psychotherapie die is gebaseerd op de
principes van stimulus-respons-leren, met name operante en klassieke
conditionering.
Gedragsmodificatie: de systemische toepassing van de inzichten van de
gedragspsychologie om gedrag te beïnvloeden.
Klassieke conditioneringstechnieken:
➢ Systematische desensitisatie: techniek uit de gedragstherapie
waarbij angst wordt uitgedoofd door de patiënt bloot te stellen aan
een angstoproepende stimulus. De patiënt krijgt stapsgewijs steeds
sterkere vormen van deze stimulus aangeboden.
- Exposuretherapie: vorm van desensitisatietherapie waarbij de
patiënt direct geconfronteerd wordt met de stimulus die zoveel
angst oproept.
Therapie: algemene term voor een behandelproces; in de psychologie en
psychiatrie verwijst de term naar een grote verscheidenheid aan
psychologische en biomedische technieken.
Wat is therapie?
Therapeutische alliantie: de relatie tussen therapeut en cliënt, waarbij
beide partijen samenwerken om de cliënt te helpen het hoofd te bieden
aan psychologische of gedragsmatige problemen.
➢ Vertrouwen en empathie zijn twee essentiële ingrediënten.
Verloop therapeutisch proces:
1. Identificeren van het probleem
2. Identificeren van oorzaken van het probleem en/of omstandigheden
die het probleem in stand houden
3. Keuze voor een bepaald soort behandeling en de behandeling zelf
Psychologische therapie: therapie die is gebaseerd op psychologische
principes (psychotherapie).
➢ Gericht op het veranderen van verstorende gedachten, gevoelens en
gedrag met behulp van psychologische technieken.
➢ Ingedeeld in: inzichtgevende therapie en gedragstherapie, of een
combinatie van beide; cognitieve gedragstherapie
Biomedische therapie: behandeling waarbij het accent ligt op het
veranderen van de hersenen, vooral door het toepassen van
geneesmiddelen, psychochirurgie of elektroshocktherapie.
Hoe behandelen psychologen psychische stoornissen?
Inzichtgevende therapieën
Inzichtgevende therapie: psychotherapie waarbij de therapeut de patiënt
helpt om de oorzaken van zijn probleem te begrijpen (inzicht te
verwerven).
Psychoanalyse: een benadering van de psychologie die is gebaseerd op de
veronderstelling van Freud, die de nadruk legt op onbewuste processen.
De term verwijst zowel naar Freuds psychoanalytische theorie als naar zijn
psychoanalytische behandelmethode.
Analyse van overdracht: freudiaanse techniek waarbij de relatie tussen
patiënt en therapeut wordt geanalyseerd en geïnterpreteerd. Gebaseerd
op het idee dat deze relatie een weerspiegeling vormt van onopgeloste
conflicten uit het verleden van de patiënt.
, Neofreudiaanse psychodynamische therapieën: therapeutische technieken
die zijn ontwikkeld door psychodynamische theoretici die het niet eens
waren met bepaalde aspecten van Freuds theorieën en
behandelmethoden.
Humanistische therapie: therapeutische techniek die ervan uitgaat dat
mensen geneigd zijn tot positieve groei en zelfrealisatie. Deze neiging kan
echter geblokkeerd worden door een ongezonde omgeving, een negatief
zelfbeeld of kritiek van anderen.
Cliëntgerichte therapie: door Carl Rogers ontwikkelde humanistische
benadering van therapie. Benadrukt de natuurlijke neiging van mensen tot
gezonde psychologische groei en zelfrealisatie.
Gevoelsreflectie (spiegelen): door Carl Rogers ontwikkelde techniek
waarbij de therapeut de woorden van de cliënt parafraseert om de
emotionele toon die eruit spreekt te benadrukken.
Cognitieve therapie: beschouwt rationeel denken (tegenover emotie,
motivatie of onderdrukte conflicten) als de sleutel tot de behandeling van
psychische stoornissen.
Groepstherapie: elke vorm van psychotherapie waarbij meer patiënten
tegelijk betrokken zijn. Groepstherapeuten werken vaan vanuit een
humanistisch perspectief.
➢ Zelfhulpgroep: therapiegroep, georganiseerd en begeleid door leken
in plaats van professionele therapeuten (alcohol, depressie,
schulden)
➢ Relatie- of gezinstherapie
Gedragstherapieën
Gedragstherapie: elke vorm van psychotherapie die is gebaseerd op de
principes van stimulus-respons-leren, met name operante en klassieke
conditionering.
Gedragsmodificatie: de systemische toepassing van de inzichten van de
gedragspsychologie om gedrag te beïnvloeden.
Klassieke conditioneringstechnieken:
➢ Systematische desensitisatie: techniek uit de gedragstherapie
waarbij angst wordt uitgedoofd door de patiënt bloot te stellen aan
een angstoproepende stimulus. De patiënt krijgt stapsgewijs steeds
sterkere vormen van deze stimulus aangeboden.
- Exposuretherapie: vorm van desensitisatietherapie waarbij de
patiënt direct geconfronteerd wordt met de stimulus die zoveel
angst oproept.