MTV1 College 4: Koolhydraten en energiewinning
Vragen bij hoofdstuk 6 uit het dictaat:
1. Noem drie functies van koolhydraten.
Energiebron
Bouwstof
Signaalfunctie in glycoproteïnen en glycolipiden
2. Op grond waarvan worden koolhydraten ingedeeld?
Het aantal suikermoleculen
Het aantal koolstofatomen in een monosacharide
3. Wat is een glycosidische binding?
Binding tussen 2 monosachariden die ontstaat onder afsplitsing van water
4. Wat is het verschil tussen zetmeel en cellulose.
Zetmeel: gemaakt van α-glucose α-glycosydische bindingen
Cellulose: gemaakt van β-glucose β-glycosydische bindingen
5. Wat voor type reactie is de splitsing van zetmeel in kleinere eenheden?
Hydrolyse reactie
6. Yolanthe geeft Wesley een bloedtransfusie en Wesley knapt daarvan op. Een half jaar
later geeft Wesley Yolanthe een bloedtransfusie, maar Yolanthe wordt alleen maar
zieker. Geef in onderstaande tabel aan welke bloedgroep Yolanthe kan hebben als
Wesley bloedgroep A, B, AB of 0 heeft. Doe dit in twee stappen. Bekijk eerst de
bloedtransfusie die Wesley ondergaat en dan de bloedtransfusie die Yolanthe
ondergaat
Bloedtransfusie Wesley
Wesley Corresponderende bloedgroep Yolanthe
A A/0 kan niet bloedgroep A
B B/0 kan niet bloedgroep B
AB A/B/AB/0 kan niet bloedgroep AB
0 0 kan niet bloedgroep 0
Bloedtransfusie Yolanthe
Wesley Corresponderende bloedgroep Yolanthe
A 0
B 0
AB A/B/0
0 Wesley kan niet bloedgroep 0 hebben
, Koolhydraten en sachariden
Koolhydraten
Koolhydraten = koolstofverbindingen met 1 ketongroep of aldehydegroep + veel
hydroxylgroepen (-OH) goed oplosbaar in water
Veel koolhydraten zijn zoet van smaak suikers (sachariden)
Belangrijk bestanddeel van dieet (ca. 50%), maar laag gehalte in lichaam
koolhydraten worden omgezet in andere verbindingen en verbruikt als energie
Functies:
o Energieleverantie
o Bouwstof in:
cellulose (planten)
basissubstantie bindweefsel (dieren)
nucleïnezuren/uitgangsmateriaal voor synthese en vetzuren
o Onderdeel van glycoproteïnen en glycolipiden (signaalfunctie)
Indeling
Monosacharide (suikermolecuul): kleinste eenheid
koolhydraat
o 3 C-atomen triosen
o 5 C-atomen pentosen
o 6 C-atomen hexosen
Indeling koolhydraten: aantal suikermoleculen
Vragen bij hoofdstuk 6 uit het dictaat:
1. Noem drie functies van koolhydraten.
Energiebron
Bouwstof
Signaalfunctie in glycoproteïnen en glycolipiden
2. Op grond waarvan worden koolhydraten ingedeeld?
Het aantal suikermoleculen
Het aantal koolstofatomen in een monosacharide
3. Wat is een glycosidische binding?
Binding tussen 2 monosachariden die ontstaat onder afsplitsing van water
4. Wat is het verschil tussen zetmeel en cellulose.
Zetmeel: gemaakt van α-glucose α-glycosydische bindingen
Cellulose: gemaakt van β-glucose β-glycosydische bindingen
5. Wat voor type reactie is de splitsing van zetmeel in kleinere eenheden?
Hydrolyse reactie
6. Yolanthe geeft Wesley een bloedtransfusie en Wesley knapt daarvan op. Een half jaar
later geeft Wesley Yolanthe een bloedtransfusie, maar Yolanthe wordt alleen maar
zieker. Geef in onderstaande tabel aan welke bloedgroep Yolanthe kan hebben als
Wesley bloedgroep A, B, AB of 0 heeft. Doe dit in twee stappen. Bekijk eerst de
bloedtransfusie die Wesley ondergaat en dan de bloedtransfusie die Yolanthe
ondergaat
Bloedtransfusie Wesley
Wesley Corresponderende bloedgroep Yolanthe
A A/0 kan niet bloedgroep A
B B/0 kan niet bloedgroep B
AB A/B/AB/0 kan niet bloedgroep AB
0 0 kan niet bloedgroep 0
Bloedtransfusie Yolanthe
Wesley Corresponderende bloedgroep Yolanthe
A 0
B 0
AB A/B/0
0 Wesley kan niet bloedgroep 0 hebben
, Koolhydraten en sachariden
Koolhydraten
Koolhydraten = koolstofverbindingen met 1 ketongroep of aldehydegroep + veel
hydroxylgroepen (-OH) goed oplosbaar in water
Veel koolhydraten zijn zoet van smaak suikers (sachariden)
Belangrijk bestanddeel van dieet (ca. 50%), maar laag gehalte in lichaam
koolhydraten worden omgezet in andere verbindingen en verbruikt als energie
Functies:
o Energieleverantie
o Bouwstof in:
cellulose (planten)
basissubstantie bindweefsel (dieren)
nucleïnezuren/uitgangsmateriaal voor synthese en vetzuren
o Onderdeel van glycoproteïnen en glycolipiden (signaalfunctie)
Indeling
Monosacharide (suikermolecuul): kleinste eenheid
koolhydraat
o 3 C-atomen triosen
o 5 C-atomen pentosen
o 6 C-atomen hexosen
Indeling koolhydraten: aantal suikermoleculen