HOOFDSTUK 2
Volledige elektronenconfiguratie
13Al: 1s² 2s² 2p 3s² 3p
6 1
- De gele getallen geven het hoofdenergieniveau weer.
- De groene letters geven het subniveau weer.
- De rode getallen geven het aantal elektronen op dat subniveau weer.
Verkorte elektronenconfiguratie
Als we hetzelfde voorbeeldelement nemen als daarjuist bekomen we nu volgende
verkorte elektronenconfiguratie:
13Al: [Ne] 3s² 3p
1
Hokjesvoorstelling (of vakjesdiagram)
Als we hetzelfde voorbeeldelement nemen als daarjuist bekomen we nu volgende
hokjesvoorstelling:
Regels van de minimale energie (aufbau-principe)
We kunnen dit makkelijk onthouden door het volgende:
Regel van Hund
De regel van Hund is de regel van het grootste aantal elektronen. De
regel zegt dat je elk elektron eerst ongepaard in de hokjes moet
plaatsen en daarna mag je pas in elk hokje twee elektronen beginnen te plaatsen.
Verbodsregel van Pauli
De verbodsregel van Pauli geeft aan dat elk elektron uniek is. Voor elk elektron in een
hokje, is er een ander element. De elementen verschillen met minstens één van de
kwantumgetallen van elkaar.
Stabiele elektronenconfiguratie
De elektronen van de buitenste energieniveaus streven naar een zo hoog mogelijke
stabiliteit. Volgende configuraties leveren een hogere stabiliteit en dus een lagere
energie-inhoud op:
- De edelgasconfiguratie:
18Ar: 1s² 2s² 2p 3s² 3p
6 6
- Een volledig bezet subniveau: d10 is energetisch stabieler dan d9
29Cu: [Ar] 4s 3d en niet [Ar] 4s² 3d9
1 10
- Een half bezet subniveau: d5 is energetisch stabieler dan d4
24Cr: [Ar] 4s 3d en niet [Ar] 4s 3d
1 5 2 4
1