Toepassen van epidemiologie:
Beschrijven van gezondheid.
o Het voorkomen van een ziekte.
o Wat is de gezondheidstoestand van een populatie?
Verklaren van gezondheid.
o Verband tussen determinant en ziekte.
Bv. leidt voorlichting op scholen tot minder soa’s?
o Oorzaak van een ziekte (causatie).
Terminologie: frequentiematen zeggen iets over het voorkomen.
Prevalentie.
Incidentie
Associatiematen zeggen iets
over samenhang tussen ziekte
en factoren.
Ecologische studies: meten op
geaggregeerd niveau.
Voordelen: snel klaar, efficiënt
en er kan een hypothese
gevormd worden.
Nadelen: ‘ecologische valkuil’ –
uitspraken gebaseerd op
waarnemingen aan populaties
ten onrechte vertalen naar
effecten op individueel niveau.
o (Er zijn geen
waarnemingen op individueel niveau.
Tabak: ontwikkelingen
Bij een patiënt-controle onderzoek zijn critici vaak wel overtuigd van de relatie, maar niet van een
causaal verband.
Er moest een onderzoeksmethode gevonden worden die meer causatie zou brengen.
Hoorcollege 2
Vertekeningen (bias) van onderzoeksresultaten:
Goede weerspiegeling van de werkelijkheid resultaten zijn valide (geldig).
De werkelijkheid = een utopie.
Bedreigingen van de validiteit:
Selectiebias – ontstaat wanneer de onderzoekspopulatie de doelpopulatie niet weerspiegelt.
o Selectiebias door selectieve inclusie vb. voor onderzoek naar psychoses en wiet
een niet representatieve groep kiezen.
o Selectiebias door selectieve uitval.
, o Definitie: de kansen voor personen om te worden opgenomen in het onderzoek zijn
afhankelijk van de bestudeerde determinant (patiënt-controle) of van de
bestudeerde ziekte-uitkomst (prospectief cohort).
o Een bias in een patiënt-controle onderzoek ontstaat doordat selectie wel afhankelijk
van de blootstelling wordt gedaan.
o Ook bij cohort kan een bias ontstaan door selectie kenmerken die afhankelijk zijn van
de uitkomst. Ook is cohort gevoelig voor selectieve uitval.
o Selectiebias in RCT: effect van placebo vs pijnstiller, kan aangetast worden door
selectieve uitval.
Cofounding by indication: je geeft ‘perongeluk’ toch het medicijn aan hele
zieke mensen.
o Healthy worker effect (door ziekte gestopt met bv. beroep).
o Non-respondent bias (door ziekte niet kunnen meewerken).
o Compliance bias (therapietrouw).
o Selectie:
Non-differentieel: selectiefout zonder dat het tot systematische verschillen
tussen twee groepen (vb. ziek vs niet-ziek) leidt.
Associatie blijft hetzelfde.
Prevalentie is wel vaak vertekend.
Differentieel: selectiefout die wel tot systematische verschillen tussen twee
groepen leidt.
Deze leidt tot selectiebias.
Informatiebias (misclassificatie) – de waarnemingen weerspiegelen de werkelijkheid niet.
Ontstaat door meetfouten. Er nemen mensen deel aan een groep die er niet bij horen.
o Verschil tussen wat je wilt meten en wat je daadwerkelijk meet.
o Onderscheid tussen procedure en instrument.
o Bij categoriale variabelen: metingen van onderzoekpersoon in de verkeerde
categorie.
o Informatiebias ontstaat differentieel en non-differentieel.
Non-differentieel (random) – doorgaans onderschatting van het werkelijke
effect.
Onderrapportage (onderschatting) door bv. schaamte.
Differentieel – over richting van vertekening valt niets te zeggen zonder
dieper na te denken.
Overrapportage (overschatting) bv. doordat mensen denken dat ze
ziek zijn.
Ook kan onderschatting ontstaan.
Altijd vertekeningen.
o Recall bias: bij een case control onderzoek – proefpersonen herinneren zich niet
meer goed in hoeverre, en of ze blootgesteld waren aan determinant.
o Tijdvenster bij de meting is niet goed gekozen.
o Diagnositc suspicion bias – effectbeoordelaar heeft al vermoeden van uitkomst (of
erger: wenselijke uitkomst) door kennis van blootstelling.
Oplossing is een blinde effectbeoordelaar.
(Dubbele) blindering.
Het beste is dat iemand die de studie beoordeeld ook geblindeerd is.
o Informatiebias door meetinstrumenten. Hangt af van de reproduceerbaarheid
(betrouwbaarheid) en de validiteit van de meetinstrumenten. Dit weet je door de
vragen te stellen:
Krijg ik bij herhaalde metingen hetzelfde resultaat?