Inhoudsopgave
1 Inleiding .......................................................................................................................................... 2
2 Actief en passief ............................................................................................................................. 2
3 De balans ........................................................................................................................................ 2
3.1 Actief = passief....................................................................................................................... 2
3.2 Voorbeeld .............................................................................................................................. 3
3.3 Opsplitsing passief ................................................................................................................. 3
3.4 Opsplitsing actief ................................................................................................................... 4
3.5 Terug naar voorbeeld ............................................................................................................ 4
4 Indeling actiefzijde (belangrijkste rubrieken) ................................................................................ 4
4.1 Vaste activa............................................................................................................................ 4
4.2 Vlottende activa .................................................................................................................... 5
5 Indeling passiefzijde ....................................................................................................................... 5
6 Extra informatie ............................................................................................................................. 6
6.1 De passiefrubriek ‘inbreng’ ................................................................................................... 6
6.2 Nieuwe vennootschapsvorm: BV .......................................................................................... 6
6.3 De nv ...................................................................................................................................... 6
HOOFDSTUK 1: DE BALANS 1 van 6
, 1 Inleiding
- Dubbele boekhouding = volledige boekhouding
alle verrichtingen worden genoteerd
- Dubbele boekhouding is verplicht voor kleine vennootschappen en grote vennootschappen
OPMERKING: zeer kleine ondernemingen mogen ook een dubbele boekhouding voeren
- Waarom spreekt men van een dubbele boekhouding?
alle verrichtingen die gedaan worden, worden langs twee kanten beken
wanneer men dit gaat boeken, is de boekhouding ook altijd in evenwicht
2 Actief en passief
- Bij de start van een onderneming is er geld(middelen)/financieringsmiddelen/vermogen nodig
afkomstig van:
• de eigenaar (= inbreng)
• derden (bank, ouders …)
alle financieringsmiddelen samen = het passief v/d onderneming
OF: de oorsprong v/h vermogen v/d onderneming
- Deze financieringsmiddelen worden gebruikt om gebouwen, machines, voorraden .. aan te kopen
= middelen waarmee de onderneming gaat werken (= werkmiddelen)
de middelen waarmee de onderneming actief gaat zijn
vormen het actief v/d onderneming
OF: de aanwending1 v/h vermogen v/d onderneming
3 De balans
3.1 Actief = passief
- De werk- en financieringsmiddelen worden samengebracht in de balans:
A(ctief) Balans op 01.01.N0 P(assief)
werkmiddelen financieringsmiddelen
aanwending v/h vermogen oorsprong v/h vermogen
bezittingen schulden
1
wat er met het geld gebeurt
HOOFDSTUK 1 DE BALANS 2 van 5