Immunologie: Les 3b: Transplantatie & afstoting
Transplantatie
4 soorten:
Xenotransplantatie: tussen 2 individuen van een verschillende soort vb: mens - varken
Allotransplantatie: tussen 2 individuen van dezelfde soort vb: mens – mens
- Bloedgroep, MHC i en MHC II moeten overeenkomen
- Grootte van het orgaan moet correct zijn
Syngene transplantatie: tussen 2 individuen van een ééneiige tweeling
- 0% risico op afstoting
Autotransplantatie: binnen hetzelfde individu vb: brandwonden
- 0% risico op afstoting
Transplantantigenen: MHC I, MHC II, ABO (bloedgroepen)
Afstoting
3 soorten:
Hyperacute afstoting
- Gebeurt onmiddellijk
- Humoraal
- Mechanisme: circuleren antilichamen: kruisproeven tussen serum ontvanger en RBC en
WBC donor
- Antigen: ABO en MHC I
Acute afstoting
- Na weken of maanden
- Cellulair
- Mechanisme: directe herkenning: DC uit donororgaan migreren naar secundaire
lymfoide organen van ontvanger en gaan donor MHC I of MHC II presenteren aan CD4 en
CD8+ cellen van ontvanger antigen: MHC II en MHC I op DC in donor
- Mechanisme: indirecte cellulaire en humorale immuunrespons : presentatie van donor
MHC peptiden door ontvanger APC antigen : MHC I op transplant weefsel
Chronische afstoting
- Na maanden
- Cellulair
- Mechanisme: indirecte cellulaire en humorale immuunrespons : presentatie van donor
MHC peptiden door ontvanger APC
- Antigen: MHC I
Directe en indirecte herkenning van alloantigenen
Directe herkenning: eerste maanden na transplantatie
donor MHC II op donorantigeenpresenterende cel wordt direct herkend door CD4+ T-
lymfocyten van de ontvanger en MHC I door CD8+ T-lymfocyten
Indirecte herkenning
donor MHC kan worden gepresenteerd door APC’s van de ontvanger en worden herkend
door CD4+ T-lymfocyten
Transplantatie
4 soorten:
Xenotransplantatie: tussen 2 individuen van een verschillende soort vb: mens - varken
Allotransplantatie: tussen 2 individuen van dezelfde soort vb: mens – mens
- Bloedgroep, MHC i en MHC II moeten overeenkomen
- Grootte van het orgaan moet correct zijn
Syngene transplantatie: tussen 2 individuen van een ééneiige tweeling
- 0% risico op afstoting
Autotransplantatie: binnen hetzelfde individu vb: brandwonden
- 0% risico op afstoting
Transplantantigenen: MHC I, MHC II, ABO (bloedgroepen)
Afstoting
3 soorten:
Hyperacute afstoting
- Gebeurt onmiddellijk
- Humoraal
- Mechanisme: circuleren antilichamen: kruisproeven tussen serum ontvanger en RBC en
WBC donor
- Antigen: ABO en MHC I
Acute afstoting
- Na weken of maanden
- Cellulair
- Mechanisme: directe herkenning: DC uit donororgaan migreren naar secundaire
lymfoide organen van ontvanger en gaan donor MHC I of MHC II presenteren aan CD4 en
CD8+ cellen van ontvanger antigen: MHC II en MHC I op DC in donor
- Mechanisme: indirecte cellulaire en humorale immuunrespons : presentatie van donor
MHC peptiden door ontvanger APC antigen : MHC I op transplant weefsel
Chronische afstoting
- Na maanden
- Cellulair
- Mechanisme: indirecte cellulaire en humorale immuunrespons : presentatie van donor
MHC peptiden door ontvanger APC
- Antigen: MHC I
Directe en indirecte herkenning van alloantigenen
Directe herkenning: eerste maanden na transplantatie
donor MHC II op donorantigeenpresenterende cel wordt direct herkend door CD4+ T-
lymfocyten van de ontvanger en MHC I door CD8+ T-lymfocyten
Indirecte herkenning
donor MHC kan worden gepresenteerd door APC’s van de ontvanger en worden herkend
door CD4+ T-lymfocyten