Filosofie = Athene (Griekenland) = democratie.
Sofisten: Leraren in welsprekendheid
- Welsprekendheid: Retorica
- Sofisten: Leraren (in die tijd)
Filosofie
- Filosofie: Liefde voor de wijsheid
o Filos: vriend/ liefde/ minnaar
o Sofie: wijsheid
- Filosofie begint met verwondering.
o Verwondering: Dat wat gewoon is, wat zelfsprekend lijkt, wordt ineens vreemd en
ongewoon.
- Pedagogiek: Vraag/probleem antwoord/oplossing
o Pedagogiek is een wetenschap: verzamelen van kennis
- Filosofie: Antwoord/oplossing (vanzelfsprekendheid) vraag/probleem (je maakt een
probleem, het leven wordt moeilijker door het gebruik van filosofie)
o Onderzoek naar begrippen (klopt het wel over hoe ik denk)
- Perspectief wisselen
o Perspectiefwisseling: Wat er in je hoofd gebeurd op het moment dat je je vergissing
realiseert.
Nut van het vak filosofie: Toegerust met perspectivistische lenigheid en een kritische geest is
een mens het beste in staat zijn eigen leven en dat van anderen te perfectioneren.
- Bij persoonlijke perfectie gaat het om het ontdekken dan wel creëren van de zin van het
leven, om zelfontplooiing en radicale autonomie en om een authentieke manier van leven.
- Morele perfectie draait om het verminderen van wreedheid in de wereld en het generen
van rechtvaardigheid.
Leerdoel 2: De student kan uitleggen wat een vooronderstelling is.
Perspectief: Het uitzicht dat je hebt vanuit een bepaald standpunt.
- Een perspectief bestaat uit een serie vooronderstellingen.
o Vooronderstellingen: Opvattingen over de werkelijkheid die je stilzwijgend voor waar
houdt. Basisuitgangspunten die je voor waar aanneemt en waaruit je verder denkt.
Referentiekader: Vooronderstellingen die op een systematische manier met elkaar
samenhangen.
- Mensen zijn noodzakelijk subjectief: Dat wat ze zien en vinden, is altijd afhankelijk van
hun individuele positie in de wereld en het soort persoon dat ze zijn.
Leerdoel 3: De student kan een filosofische vraag herkennen en formuleren.
Leren filosoferen: Het vermogen ontwikkelen om op soepele wijze de wereld vanuit
verschillende perspectieven te bezien het vermogen wordt perspectieve lenigheid.
- Je een manier van denken eigen maken.
- Aanleren van tegendraadse manier van denken, die geen vanzelfsprekendheid erkent.
Om van perspectief te kunnen wisselen:
1. Je moet je eigen en andermans vooronderstellingen expliciteren: waar wordt stilzwijgend
vanuit gegaan, wat wordt als zelfsprekend aangenomen?
2. Vervolgens stel je de vanzelfsprekendheid van die vooronderstellingen ter discussie.
Leerdoel 4: De student kan vooronderstellingen van zichzelf en anderen kritisch bevragen.
Standpunt innemen: Ergens iets van vinden, een bepaalde mening over iets hebben.
Kritisch denken
Dogmatisch: Wie de redenen van zijn overtuigingen niet wilt onderzoeken.
1