1.1 - Inleiding:
Het proces van botvorming wordt ossificatie of osteogenese genoemd.
2 soorten ossificatie:
- indirecte of endochondrale ossificatie
- directe of intramembraneuze (desmale) ossificatie
1.2 - Vorming van het benig skelet:
Voor achtste week bestaat embryo uit: vezelige membranen en kraakbeen
Na achtste week embryo: vorming van botweefsel
Intramembraneuze of desmale ossificatie:
wanneer bot uit een vezelig membraan ontwikkeld. Leidt tot de vorming van craniale
beenderen van de schedel en sleutelbeenderen
Endochondraal bot:
Botweefsel wat hyalien kraakbeen vervangt. Leidt tot de vorming van het benig skelet
1.3 - Botgroei:
Osteoblasten:
Maken botweefsel aan.
Osteoclasten:
Breken bot in het centrum van beenderen af.
Er is minder botafbraak, dan botopbouw.
Groeihormoon:
- Zorgt voor groei in peuter- kindertijd
- Wordt door de hypofyse uitgescheiden
Puberteit:
- Testosteron en oestrogeen zorgen voor groeispurt
- in een later stadium zorgen deze hormonen voor sluiten groeischijven
- Teveel of te weinig hormonen kan zorgen voor abnormale skeletgroei.
1.4 - Soorten beenderen:
4 soorten beenderen:
1. Lange beenderen (pijpbeenderen)
2. Korte beenderen
3. Platte beenderen
4. Onregelmatige beenderen
,1.5 - Opbouw van botweefsel:
Botweefsel is dynamisch en gestructureerd weefsel, het is opgebouwd in de volgende
componenten:
1. Organische matrix
2. Gemineraliseerde matrix
3. Cellen
4. Transportweefsel
5. Beenmerg
6. Persiteum of periost (beenvlies)
7. Endosteum of endost
8. Communicatiesysteem
Primair bot (geweven bot):
Collagene vezels hebben willekeurige opbouw. Het secundaire bot vervangt het primaire bot
Secundair bot (spongieus en compact bot):
Collagene vezels hebben laminaire opbouw. Vezels lopen parallel aan elkaar en vormen
opeenvolgende lagen van botweefsel.
- Spongieus bot:
Bestaat uit beenbalkjes met beenmerg. Via kanaaltjes staan beenbalkjes in
verbinding door de kanaaltjes lopen bloedvaten. In beenmerg worden bloedcellen
gevormd.
- Compact bot:
Bestaat uit een systeem van dicht opeen gepakte osteonen. Een osteon bestaat uit
een centraal kanaal (Haverse kanaal), daaromheen ringen v/d lamellen. Tussen de
ringen zitten holtes (lacunae), waar osteocyten zitten. Compact bot kun je
onderscheiden in:
- Geweven bot: Onvolgroeid, ongeorganiseerd en niet sterk (wordt lamellair
bot)
- Lamellair bot: Volgroeid, georganiseerd en sterk.
-
Vragen H1
1. Wat betekent ossificatie / osteogenese?
Het proces van botvorming
2. Geef een andere medische benaming voor ossificatie.
Osteogenese
3. Welke 2 soorten ossificatie zijn er?
Er zijn 2 soorten:
- Indirecte (endochondrale) ossificatie
- Directe (intramembraneuze “desmale”) ossificatie
4. Door welke soort ossificatie ontstaan de maxilla en de mandibula?
, De intramembraneuze ossificatie.
5. Welk hormoon is, voor de puberteit, het belangrijkste hormoon dat de groei regelt?
Het groeihormoon
6. Welke 2 hormonen spelen tijdens de puberteit ook een rol in de groei?
Hormonen:
- Testosteron
- Oestrogeen
7. Noem 4 soorten beenderen.
Soorten beenderen:
- Lange beenderen (beenderen v/d armen en benen, pijpbeenderen)
- Korte beenderen (vingerkootjes)
- Platte beenderen (schedelbeenderen en bekkenbeenderen)
- Onregelmatige beenderen (wervels v/d wervelkolom en bovenkaak, lucht houdend
been)
8. Wat is de verhouding tussen organisch en anorganisch (minerale) massa in een bot?
Organisch is 40%
Anorganisch is 60%
9. Welke cellen zitten er in botweefsel?
In botweefsel zitten;
- osteoblasten
- osteoclasten
- osteocyten
- botvoorlopercellen (botstamcellen)
10. Waar bevindt zich het periosteum?
Aan de buitenzijde van het bot
11. Wat zijn de functies van het periosteum?
Functies:
- Vindt bloedtoevoer plaats
- lopen zenuwen doorheen
- belangrijke bron voor botstamcellen
12. Waar bevindt zich het endosteum?
Aan de binnenzijde van het botweefsel
13. Wat zijn de functies van het endosteum?
Functie:
- vormt een bron voor botstamcellen
14. Waaruit bestaat compact bot?
Bestaat uit: