stoornissen
Spraakapraxie deel 1
Apraxie: problemen met motorische vaardigheden
Praxis = uitvoer/doen => te maken met motorische vaardigheden => van kinds af al motorische
vaardigheden geleerd, dit zijn geen reflexen maar moeten geleerd worden!
Apraxis = verlies van doelbewuste bewegingen => onbewust kan de vaardigheid wel worden
uitgevoerd maar bewust niet.
Motorische vaardigheden zijn doelbewuste bewegingen die geleerd werden door oefening en
ervaring. Het zijn geen genetisch aanwezige bewegingen (reflexen, ademhalingsbewegingen..), dus
bewegingen zonder oefening.
VOORBEELD: hoesten of tongheffing bij slikken, de willekeurige spraak staat ook in het schril contrast
met bv het uiten van een kreet bij pijn, het tellen van in een liedje 1,2,3,4 in het liedje ‘hoedje van
papier’
Een persoon met een spraakapraxie zal in een voorspelbare situatie met weinig bewuste planning
een goede uitspraak hebben, maar in een doelbewuste context een moeizame spraak vertonen.
(nee,nee, dat gaat niet, maar op de vraag om dit te herhalen, zal hij hier niet in slagen).
Spreken is een complexe motorische vaardigheid
De spraakverwerving verloopt vrij automatisch en onbewust, toch is er ook ervaring en oefening met
verfijning en verbetering tot in de puberjaren.
Spreken verloopt meestal ook zeer snel (2 tot 4 woorden per seconde) & zeer accuraat (1 verspreking
op 1000)! Spreken is een complex geleerde vaardigheid.
Motorisch (spraakklank)geheugen
Geleerd betekent opslag in het geheugen
Spraakklankgeheugen zit bij motorische
planning en motorische programmering.
Het model van Levelt met linguïstische en
sensomotorische processen betrokken bij
spraakproductie en -perceptie