1
Samenvatting: Mondpathologie:
Pathogenese en Morfologie van
Aandoeningen van de Kaakbeenderen:
Bot:
• Skelet van een volwassene bestaat uit lamellair bot
o Zowel cortex als medulla van het bot
▪ Respectievelijk compact bot en spongieus bot
• Structuur lamellair bot:
o Bestaande uit parallel gerangschikte lamellen
▪ Bestaande uit parallel geschikte collageenvezels
type I
o Collageenvezels vormen belangrijkste extracellulaire
component
▪ Op de vezels is er afzetting van calciumzouten
(hydroxyapatiet)
▪ Collageenvezels zijn dubbelbrekend onder
polariserend licht
• Zorgt voor mooie visualisatie van
botlamellen
• Microscopisch onderzoek van bot moet voorafgaan door ontkalking
o Microtoomsnijding is enkel mogelijk na ontkalking
• Opmerking:
o Centraal in de medulla bevindt zich beenmerg tussen de bottrabekels
▪ Aanwezigheid van vetcellen en precursoren bloedcellen
Cellen in botweefsel:
• Osteoblasten
o Bevinden zich in het oppervlak van de bottrabekels
o Eigenlijke cellen die het bot aanmaken
• vOsteocyten:
o Bevinden zich in het bot in een lacune
▪ Volledig omgeven door bot
o Ontstaan uit osteoblasten
• Osteoclasten:
o Speciaal type van meerkernige macrofagen
o Spelen rol in botresorptie
Samenvatting: Mondpathologie: Pathogenese en Morfologie van Aandoeningen van de
Kaakbeenderen:
, 2
Fracturen:
• Verloop:
o Bloeding en acute inflammatie
▪ Gevolgd door ingroei van celrijk en vaatrijk granulatieweefsel
o Na 1 week:
▪ Vorming van nieuw bot in poging om defect te overbruggen
• Reactief bot is callus
o Meeste fracturen helen na 6-8 weken
• Eerst gevormde bot na fractuur is woven bone
o Jong botweefel nog niet bestaand uit parallelle beenlamellen
• Na remodellatie wordt reactief bot omgezet naar stevig matuur lamellair bot
Kenmerken van callus:
• Aanwezigheid van woven bone
• Aanwezigheid van onregelmatige trabekels die met elkaar in
verbinding staan
o Anastomoserende trabekels
• Celrijk weefsel door toename van osteoblasten en osteocyten
• Aanwezigheid van celrijk littekenweefsel tussen de trabekels
o Beenmerg wordt vervangen door littekenweefsel
• Opmerking:
o Biopsie kan verward worden met osteosarcoma
Acute osteomyelitis:
• Acute ontsteking van bot en beenmerg
• Etiologie:
o Odontogene infectie
▪ Vooral door peri-apicale inflammatie
o Fracturen
o Chirurgie
o Eventueel hematogeen
▪ Zeldzaam
• Acute symptomen:
o Dolor
o Calor
o Rubor
o Tumor
Morfologie van acute osteomyelitis:
• Acute inflammatie van het beenmerg
o Met vorming van pus
o Talrijke neutrofiele granulocyten tussen de bottrabekels
▪ Kern met 4-5 lobjes
• Resorptie van het bot door osteoclasten
• Eventuele necrose van het bot
o Vorming van sequesters
Samenvatting: Mondpathologie: Pathogenese en Morfologie van Aandoeningen van de
Kaakbeenderen:
, 3
Chronische osteomyelitis:
• OF osteitis
• Chronische ontsteking van bot en beenmerg
o Proces van langere duur
▪ Proces van weken tot maanden
o Proces van beschadiging, inflammatie en herstel in wisselende combinaties
• Etiologie:
o Vervolg van acute osteomyelitis
o Low-grade inflammatoire reactie zonder duidelijke klinische acute fase
▪ Kiem vaak niet aantoonbaar
• Symptomen:
o Pijn licht tot matig uitgesproken
• Radiologie:
o Botresorptie
o Toenemende botdensiteit of sclerose in latere fase
Morfologie van chronische osteomyelitis:
• Beenmerg is vervangen door
o OF granulatieweefsel
o OF celarmer littekenweefsel
• Aanwezigheid van ontstekingscellen
o Lymfocyten, macrofagen, plasmocyten en eventuele granulocyten
• Aanwezigheid van bottrabekels met reactieve veranderingen
o Bottrabekels zullen met elkaar anastomoseren
o Onregelmatig en met toegenomen cellulariteit
o Bottrabekels met onregelmatige cementlijnen
▪ Basofiele lijnen
▪ Plaatsen waar de collageenvezels van richting veranderen
• Zie groene pijlen
▪ Aanwezigheid van littekenweefsel tussen de trabekels
• Bot zal worden afgezet tegen acellulair necrotisch bot
o Lege lacunes zijn te herkennen
▪ Zie rode pijlen
Differentiaal diagnose van chronische osteomyelitis:
• Benigne fibro-osseuze letsels
• Laaggradig osteosarcoma
o Zowel radiologisch als microscopisch gelijkend
Samenvatting: Mondpathologie: Pathogenese en Morfologie van Aandoeningen van de
Kaakbeenderen:
, 4
Klinische vormen van chronische osteomyelitis:
• Chronische osteomyelitis met proliferatieve periostitis
o OF Garré’s osteomyelitis
o Gelokaliseerde chronische osteomyelitis rond een zonde van peri-apicale
inflammatie
o Kenmerkend door een toename van nieuw bot onder het periost
▪ Proliferatieve periostitis
• Focale scleroserende osteomyelitis
o Radiologisch gekenmerkt door toegenomen botdensiteit peri-apicaal
• Diffuse scleroserende osteomyelitis
o Lijkt op focale vorm
o Meer uitgebreide aantasting van de mandibula
Osteoradionecrose:
• Botnecrose na radiotherapie
o Tot 20% na radiotherapie voor tumoren
• Pathogenese:
o Radiotherapie zorgt voor ischemie door beschadiging van endotheel en destructie
van osteocyten
o Gaat gepaard met xerostomie
▪ Door straling van speekselklieren
o Gaat gepaard met secundaire purulente infectie
Morfologie van osteoradionecrose:
• Volledige necrose van het bot
o Er zijn geen osteocyten meer zichtbaar
▪ Bot lijkt acellulair
• Secundair purulente inflammatie gelegen tussen necrotisch bot
o Aanwezigheid van talrijke neutrofiele granulocyten
• Makkelijke herkenning van lege osteocytenlacunes
Osteonecrose door bifosfonaten:
• Werking van bifosfonaten:
o Analogen van anorganisch pyrofosfaat inhiberen osteoclasten
▪ Botresorptie wordt geïnhibeerd
• Indicatie van behandeling:
o Osteoporose
o Botmetastasen
▪ Bifosfonaten reduceren pijn en gaan fracturen tegen
o Ziekte van Paget
▪ Zie verder
o Plasmacel-myeloma
• Soorten behandeling:
o OF per os
o OF intraveneus
▪ Meer kans op botnecrose
Samenvatting: Mondpathologie: Pathogenese en Morfologie van Aandoeningen van de
Kaakbeenderen:
Samenvatting: Mondpathologie:
Pathogenese en Morfologie van
Aandoeningen van de Kaakbeenderen:
Bot:
• Skelet van een volwassene bestaat uit lamellair bot
o Zowel cortex als medulla van het bot
▪ Respectievelijk compact bot en spongieus bot
• Structuur lamellair bot:
o Bestaande uit parallel gerangschikte lamellen
▪ Bestaande uit parallel geschikte collageenvezels
type I
o Collageenvezels vormen belangrijkste extracellulaire
component
▪ Op de vezels is er afzetting van calciumzouten
(hydroxyapatiet)
▪ Collageenvezels zijn dubbelbrekend onder
polariserend licht
• Zorgt voor mooie visualisatie van
botlamellen
• Microscopisch onderzoek van bot moet voorafgaan door ontkalking
o Microtoomsnijding is enkel mogelijk na ontkalking
• Opmerking:
o Centraal in de medulla bevindt zich beenmerg tussen de bottrabekels
▪ Aanwezigheid van vetcellen en precursoren bloedcellen
Cellen in botweefsel:
• Osteoblasten
o Bevinden zich in het oppervlak van de bottrabekels
o Eigenlijke cellen die het bot aanmaken
• vOsteocyten:
o Bevinden zich in het bot in een lacune
▪ Volledig omgeven door bot
o Ontstaan uit osteoblasten
• Osteoclasten:
o Speciaal type van meerkernige macrofagen
o Spelen rol in botresorptie
Samenvatting: Mondpathologie: Pathogenese en Morfologie van Aandoeningen van de
Kaakbeenderen:
, 2
Fracturen:
• Verloop:
o Bloeding en acute inflammatie
▪ Gevolgd door ingroei van celrijk en vaatrijk granulatieweefsel
o Na 1 week:
▪ Vorming van nieuw bot in poging om defect te overbruggen
• Reactief bot is callus
o Meeste fracturen helen na 6-8 weken
• Eerst gevormde bot na fractuur is woven bone
o Jong botweefel nog niet bestaand uit parallelle beenlamellen
• Na remodellatie wordt reactief bot omgezet naar stevig matuur lamellair bot
Kenmerken van callus:
• Aanwezigheid van woven bone
• Aanwezigheid van onregelmatige trabekels die met elkaar in
verbinding staan
o Anastomoserende trabekels
• Celrijk weefsel door toename van osteoblasten en osteocyten
• Aanwezigheid van celrijk littekenweefsel tussen de trabekels
o Beenmerg wordt vervangen door littekenweefsel
• Opmerking:
o Biopsie kan verward worden met osteosarcoma
Acute osteomyelitis:
• Acute ontsteking van bot en beenmerg
• Etiologie:
o Odontogene infectie
▪ Vooral door peri-apicale inflammatie
o Fracturen
o Chirurgie
o Eventueel hematogeen
▪ Zeldzaam
• Acute symptomen:
o Dolor
o Calor
o Rubor
o Tumor
Morfologie van acute osteomyelitis:
• Acute inflammatie van het beenmerg
o Met vorming van pus
o Talrijke neutrofiele granulocyten tussen de bottrabekels
▪ Kern met 4-5 lobjes
• Resorptie van het bot door osteoclasten
• Eventuele necrose van het bot
o Vorming van sequesters
Samenvatting: Mondpathologie: Pathogenese en Morfologie van Aandoeningen van de
Kaakbeenderen:
, 3
Chronische osteomyelitis:
• OF osteitis
• Chronische ontsteking van bot en beenmerg
o Proces van langere duur
▪ Proces van weken tot maanden
o Proces van beschadiging, inflammatie en herstel in wisselende combinaties
• Etiologie:
o Vervolg van acute osteomyelitis
o Low-grade inflammatoire reactie zonder duidelijke klinische acute fase
▪ Kiem vaak niet aantoonbaar
• Symptomen:
o Pijn licht tot matig uitgesproken
• Radiologie:
o Botresorptie
o Toenemende botdensiteit of sclerose in latere fase
Morfologie van chronische osteomyelitis:
• Beenmerg is vervangen door
o OF granulatieweefsel
o OF celarmer littekenweefsel
• Aanwezigheid van ontstekingscellen
o Lymfocyten, macrofagen, plasmocyten en eventuele granulocyten
• Aanwezigheid van bottrabekels met reactieve veranderingen
o Bottrabekels zullen met elkaar anastomoseren
o Onregelmatig en met toegenomen cellulariteit
o Bottrabekels met onregelmatige cementlijnen
▪ Basofiele lijnen
▪ Plaatsen waar de collageenvezels van richting veranderen
• Zie groene pijlen
▪ Aanwezigheid van littekenweefsel tussen de trabekels
• Bot zal worden afgezet tegen acellulair necrotisch bot
o Lege lacunes zijn te herkennen
▪ Zie rode pijlen
Differentiaal diagnose van chronische osteomyelitis:
• Benigne fibro-osseuze letsels
• Laaggradig osteosarcoma
o Zowel radiologisch als microscopisch gelijkend
Samenvatting: Mondpathologie: Pathogenese en Morfologie van Aandoeningen van de
Kaakbeenderen:
, 4
Klinische vormen van chronische osteomyelitis:
• Chronische osteomyelitis met proliferatieve periostitis
o OF Garré’s osteomyelitis
o Gelokaliseerde chronische osteomyelitis rond een zonde van peri-apicale
inflammatie
o Kenmerkend door een toename van nieuw bot onder het periost
▪ Proliferatieve periostitis
• Focale scleroserende osteomyelitis
o Radiologisch gekenmerkt door toegenomen botdensiteit peri-apicaal
• Diffuse scleroserende osteomyelitis
o Lijkt op focale vorm
o Meer uitgebreide aantasting van de mandibula
Osteoradionecrose:
• Botnecrose na radiotherapie
o Tot 20% na radiotherapie voor tumoren
• Pathogenese:
o Radiotherapie zorgt voor ischemie door beschadiging van endotheel en destructie
van osteocyten
o Gaat gepaard met xerostomie
▪ Door straling van speekselklieren
o Gaat gepaard met secundaire purulente infectie
Morfologie van osteoradionecrose:
• Volledige necrose van het bot
o Er zijn geen osteocyten meer zichtbaar
▪ Bot lijkt acellulair
• Secundair purulente inflammatie gelegen tussen necrotisch bot
o Aanwezigheid van talrijke neutrofiele granulocyten
• Makkelijke herkenning van lege osteocytenlacunes
Osteonecrose door bifosfonaten:
• Werking van bifosfonaten:
o Analogen van anorganisch pyrofosfaat inhiberen osteoclasten
▪ Botresorptie wordt geïnhibeerd
• Indicatie van behandeling:
o Osteoporose
o Botmetastasen
▪ Bifosfonaten reduceren pijn en gaan fracturen tegen
o Ziekte van Paget
▪ Zie verder
o Plasmacel-myeloma
• Soorten behandeling:
o OF per os
o OF intraveneus
▪ Meer kans op botnecrose
Samenvatting: Mondpathologie: Pathogenese en Morfologie van Aandoeningen van de
Kaakbeenderen: