ALGEMENE PSYCHOLOGIE
<<LES 1>>
Kennismaking met de psychologie
1.1 Een definitie van de psychologie
1.2.Wetenschappelijk psychologie en intuïtieve mensenkennis
1.3 Geschiedenis van de psychologie
1.4 Studiedomeinen binnen de psychologie (zelfstudie)
1.1 Een definitie van de psychologie
De wetenschappelijke studie van het gedrag en de mentale activiteiten van het individu
• Doel: gedrag begrijpen en verklaren
• Verklaringen vinden in de persoon zelf of in omgevingsfactoren.
1.2. wetenschappelijke psychologie en intuïtieve mensenkennis
1.2.1. Verschillen in het verzamelen van gegevens 1.2.2. Verschillen in het zoeken
naar samenhangen
Waar of niet waar?
We gebruiken slechts 10% van onze hersenen?
➔ Nee, we gebruiken bijna alles
Psychologische stress kan je fysiek ziek maken.
➔ Ja, hoor
De kleur rood bestaat alleen als een sensatie in de hersenen. Er is geen ‘rood’ in de wereld
buiten het brein.
➔ Klopt, ons brein vormt een beeld in die kleur, maar de kleu rood bestaat niet echt.
Alles wat we meemaken laat een permanente herinnering na in ons geheugen.
➔ Nee, we onthouden niet elk woord, elke beweging enzo, enkel de belangrijke dingen
blijven permanent in ons geheugen.
1.2. wetenschappelijke psychologie en intuïtieve mensenkennis
Intuïtieve mensenkennis: alle inzichten die we opdoen uit onze eigen ervaringen
• Gebruiken we in onze dagelijkse omgang met de mensen
• Denken we niet over na
1.2.1. Verschillen in het verzamelen van gegevens
Intuïtieve inzichten: toevallig, subjectief, alledaagse leven
Wetenschappelijk: objectief, systematish, gecontroleerde situaties
Objectieve vaststellingen:
1
, - Moeten kunnen worden herhaald
- Moeten kunnen worden gecontroleerd
→Objectiviteitsbeginsel
• In de psychologie is het minder evident om hiervoor instrumenten te gebruiken
- Sommige gegevens niet mogelijk
→Intersubjectiviteit: Mate van overeenkomst tussen verschillende waarnemers
Technieken die door psychologen worden gebruikt (zie tekst op Sofia):
• Natuurlijke observatie
• Participerende observatie
• Ongestructureerd interview
• Gestructureerd interview
• Vragenlijsten
• Gebruik van databanken
• Fysiologische metingen
• Psychologische tests
Systematische observaties
• Representativiteit
• Toevallige steekproef
In gecontroleerde situaties
• Geen storende factoren
• Daarom vaak laboratoriumomstandigheden
1.2.2 verschillen in het zoeken naar samenhang
Intuïtief
• Oppervlakkig, één keer voorkomen voldoende om verband te zien, éénvoudig, niet
gecontroleerd
Wetenschappelijk:
• Methodisch onderzoek
• Inkaderen in een bredere theorie
• Empirische toetsing
Methodisch werken
• Verschillende mogelijkheden om te zoeken naar samenhang
• De beschrijvende methode
• De verkennende methode
• De verklarende methode
De beschrijvende methode
• Kwalitatief
• Gevalstudies
• Levert vaak hypothesen op die nadien kunnen worden onderzocht
• Blijft subjectief
2
, • Gebaseerd op een beperkt aantal gevallen
De verkennende methode
• Onderzoeken van samenhangen en verschillen tussen fenomenen
• Gegevens verzamelen van een grote groep individuen (kwantitatief of kwalitatief)
→ Variabele (geslacht, leeftijd, inteligentieniveau,…)
Is er een verband tussen het kijken naar agressieve films en agressief gedrag:
• Welke variabelen?
• Hoe meten?
• Mogelijke verbanden?
ZIE NOTITIES ERGENS
• Mogelijke verbanden?
• Positieve correlatie
• Negatieve correlatie
• Nulcorrelatie
• Mogelijke verbanden?
• Stel dat er een positieve correlatie is, is volgende uitspraak dan correct?
• Kijken naar agressieve films leidt tot meer agressief gedrag.
De verklarende methode
• Gebaseerd op het systematisch manipuleren van één of meer variabelen, waarvan het
effect op een andere variabele wordt nagegaan
• Het cijfermateriaal dat hieruit voortkomt wordt statistisch verwerkt → kwantitatieve
methode
De experimentele methode
• Afhankelijke variabele: te meten variabele
• Onafhankelijke variabele: variabele die
gemanipuleerd wordt of verandert
• Onder controle houden van storende variabelen
Experimentele groep en controlegroep
3
, Onderscheid tussen:
- Hoofdeffect
- Interactie-effect
Bijvoorbeeld: kijken naar agressieve films heeft bij jongens een groter effect dan bij meisjes
Inkaderen in een bredere theorie
• Op zoek gaan naar diepere verklaringen
• Hoe komt het dat er een samenhang is?
• Zijn er nog verborgen schakels?
• Ontstaan van meer omvattende modellen
• Theorie: netwerk van relaties waarin wordt aangegeven
hoe verschillende gebeurtenissen met elkaar in verband staan.
Hypothese: veronderstelde samenhang
Empirische toetsing
• Wetenschappelijke beweringen zijn steeds voorlopig
→ falsificatie en verificatie
• Ontstaan van wetten
Ingebed in de empirische cyclus
Empirische cyclus: de zes stappen
1. Eerste (toevallige) vaststelling
2. Formuleren van hypothesen (inductie)
3. Afleiden van toetsbare veronderstellingen (deductie)
4. Toetsingsfase
5. Nagaan of hypothese houdbaar is
6. Eventueel formuleren van een nieuwe hypothese
4
<<LES 1>>
Kennismaking met de psychologie
1.1 Een definitie van de psychologie
1.2.Wetenschappelijk psychologie en intuïtieve mensenkennis
1.3 Geschiedenis van de psychologie
1.4 Studiedomeinen binnen de psychologie (zelfstudie)
1.1 Een definitie van de psychologie
De wetenschappelijke studie van het gedrag en de mentale activiteiten van het individu
• Doel: gedrag begrijpen en verklaren
• Verklaringen vinden in de persoon zelf of in omgevingsfactoren.
1.2. wetenschappelijke psychologie en intuïtieve mensenkennis
1.2.1. Verschillen in het verzamelen van gegevens 1.2.2. Verschillen in het zoeken
naar samenhangen
Waar of niet waar?
We gebruiken slechts 10% van onze hersenen?
➔ Nee, we gebruiken bijna alles
Psychologische stress kan je fysiek ziek maken.
➔ Ja, hoor
De kleur rood bestaat alleen als een sensatie in de hersenen. Er is geen ‘rood’ in de wereld
buiten het brein.
➔ Klopt, ons brein vormt een beeld in die kleur, maar de kleu rood bestaat niet echt.
Alles wat we meemaken laat een permanente herinnering na in ons geheugen.
➔ Nee, we onthouden niet elk woord, elke beweging enzo, enkel de belangrijke dingen
blijven permanent in ons geheugen.
1.2. wetenschappelijke psychologie en intuïtieve mensenkennis
Intuïtieve mensenkennis: alle inzichten die we opdoen uit onze eigen ervaringen
• Gebruiken we in onze dagelijkse omgang met de mensen
• Denken we niet over na
1.2.1. Verschillen in het verzamelen van gegevens
Intuïtieve inzichten: toevallig, subjectief, alledaagse leven
Wetenschappelijk: objectief, systematish, gecontroleerde situaties
Objectieve vaststellingen:
1
, - Moeten kunnen worden herhaald
- Moeten kunnen worden gecontroleerd
→Objectiviteitsbeginsel
• In de psychologie is het minder evident om hiervoor instrumenten te gebruiken
- Sommige gegevens niet mogelijk
→Intersubjectiviteit: Mate van overeenkomst tussen verschillende waarnemers
Technieken die door psychologen worden gebruikt (zie tekst op Sofia):
• Natuurlijke observatie
• Participerende observatie
• Ongestructureerd interview
• Gestructureerd interview
• Vragenlijsten
• Gebruik van databanken
• Fysiologische metingen
• Psychologische tests
Systematische observaties
• Representativiteit
• Toevallige steekproef
In gecontroleerde situaties
• Geen storende factoren
• Daarom vaak laboratoriumomstandigheden
1.2.2 verschillen in het zoeken naar samenhang
Intuïtief
• Oppervlakkig, één keer voorkomen voldoende om verband te zien, éénvoudig, niet
gecontroleerd
Wetenschappelijk:
• Methodisch onderzoek
• Inkaderen in een bredere theorie
• Empirische toetsing
Methodisch werken
• Verschillende mogelijkheden om te zoeken naar samenhang
• De beschrijvende methode
• De verkennende methode
• De verklarende methode
De beschrijvende methode
• Kwalitatief
• Gevalstudies
• Levert vaak hypothesen op die nadien kunnen worden onderzocht
• Blijft subjectief
2
, • Gebaseerd op een beperkt aantal gevallen
De verkennende methode
• Onderzoeken van samenhangen en verschillen tussen fenomenen
• Gegevens verzamelen van een grote groep individuen (kwantitatief of kwalitatief)
→ Variabele (geslacht, leeftijd, inteligentieniveau,…)
Is er een verband tussen het kijken naar agressieve films en agressief gedrag:
• Welke variabelen?
• Hoe meten?
• Mogelijke verbanden?
ZIE NOTITIES ERGENS
• Mogelijke verbanden?
• Positieve correlatie
• Negatieve correlatie
• Nulcorrelatie
• Mogelijke verbanden?
• Stel dat er een positieve correlatie is, is volgende uitspraak dan correct?
• Kijken naar agressieve films leidt tot meer agressief gedrag.
De verklarende methode
• Gebaseerd op het systematisch manipuleren van één of meer variabelen, waarvan het
effect op een andere variabele wordt nagegaan
• Het cijfermateriaal dat hieruit voortkomt wordt statistisch verwerkt → kwantitatieve
methode
De experimentele methode
• Afhankelijke variabele: te meten variabele
• Onafhankelijke variabele: variabele die
gemanipuleerd wordt of verandert
• Onder controle houden van storende variabelen
Experimentele groep en controlegroep
3
, Onderscheid tussen:
- Hoofdeffect
- Interactie-effect
Bijvoorbeeld: kijken naar agressieve films heeft bij jongens een groter effect dan bij meisjes
Inkaderen in een bredere theorie
• Op zoek gaan naar diepere verklaringen
• Hoe komt het dat er een samenhang is?
• Zijn er nog verborgen schakels?
• Ontstaan van meer omvattende modellen
• Theorie: netwerk van relaties waarin wordt aangegeven
hoe verschillende gebeurtenissen met elkaar in verband staan.
Hypothese: veronderstelde samenhang
Empirische toetsing
• Wetenschappelijke beweringen zijn steeds voorlopig
→ falsificatie en verificatie
• Ontstaan van wetten
Ingebed in de empirische cyclus
Empirische cyclus: de zes stappen
1. Eerste (toevallige) vaststelling
2. Formuleren van hypothesen (inductie)
3. Afleiden van toetsbare veronderstellingen (deductie)
4. Toetsingsfase
5. Nagaan of hypothese houdbaar is
6. Eventueel formuleren van een nieuwe hypothese
4