Strafprocesrecht 2024-25 Philip Traest
Strafvordering
Prof. Philip Traest
Opleiding
Academiejaar 2024–2025
,Strafprocesrecht 2024-25 Philip Traest
TITEL 3: ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET
STRAFPROCESRECHT
Hoofdstuk 1: Definitie
1: BEGRIP
Definitie: Strafprocesrecht is het geheel van rechtsregels betreffende de opsporing, vervolging en
berechting van personen die ervan worden verdacht een misdrijf te hebben gepleegd.
Het strafprocesrecht = vormvoorschriften, rechtspositie van personen, regels betreffende organisatie
en werking strafgerechten, regels tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen.
🡪 Realisatie materieel strafrecht
Synoniemen: formeel strafrecht, strafrechtspleging en strafvordering (contextueel – nl. vordering tot
toepassing strafwet!)
2: ONDERSCHEID MATERIEEL EN FORMEEL STRAFRECHT
Onderscheid op basis van de persoon, de inhoud en de sancties.
A. Personen tot wie de regels gericht zijn
Materieel strafrecht: gericht tot iedereen. Zowel overheid als de burgers.
Formeel strafrecht: specifiek op overheid zoals de politie en de staande en zittende magistratuur.
B. Inhoud van deze regels
Materieel: bescherming van fundamentele waarden, vanzelfsprekend. (U mag niet doden of stelen,
bestraffing volgt wat logisch is. Figuren als verzachtende omstandigheden of schulduitsluitingsgronden
vertolken het algemeen rechtsgevoel)
Formeel: beschermde waarden liggen op een ander vlak en zijn meer aan evolutie onderhevig. (niet
vanzelfsprekend bv. verjaring. Hier sprake van ‘spelregels’ die niet gekoppeld zijn aan intrinsieke
waarden. Meerdere belangen van tel die veranderingen en dus de inhoud laten evolueren)
C. Sanctionering van de schending van deze regels
Materieel: bestraffing. Elk misdrijf = een straf dus norm schenden = zich blootstellen aan bestraffing.
Formeel: niet steeds een sanctie; sanctie staat ook niet vast (soms verval v/d strafvordering , soms
,Strafprocesrecht 2024-25 Philip Traest
wilsuitsluiting, strafvermindering). Hier speelt de niet-naleving van processuele normen een groot
belang. Processuele sancties staan niet altijd in de wet. Artikel 32 VTSv regelt de sanctionering van
vormverzuimen. Kan soms leiden tot nietigverklaring van de proceshandeling of het gehele proces.
Ook gevolgen m.b.t. bewijsvoering (onrechtmatig verkregen bewijsstuk). Sancties op gronde van de
onontvankelijkheid v/d strafvordering of verval van de vordering tot gevolg. (bv. Niet-naleven
verjaringstermijn misdrijf). In realiteit worden vele processuele vormvoorschriften niet gesanctioneerd
en bestaat hierover veel onzekerheid.
3: DOELSTELLINGEN VAN HET STRAFPROCES
In Strafrecht staan verscheidene belangen tegenover elkaar. Die v/d gemeenschap, de dader en het
slachtoffer. De waarheidsvinding staat centraal maar mag niet ten koste gaan v/d individuele
grondrechten.
Onderscheid op basis van de persoon, de inhoud en de sancties.
A. Waarheidsvinding
Deel v/h publiekrecht, conflict tussen gemeenschap en dader dus openbaar belang. Slachtoffer is hier
irrelevant. Vele procedures in het Wetboek van Strafvordering zijn logischerwijze gericht tot het
vinden v/d waarheid.
B. Bescherming v/d individuele grondrechten
Enkele voorbeelden: recht op privacy, het briefgeheim, recht op advocaat…
De overheid kan verregaande maatregelen hanteren die individuele rechten kunnen aantasten zoals
de telefoontap, verborgen camera’s, schenden v/h eigendomsrecht.
De bescherming van deze rechten is ruimer dan het beschermen v/d dader alleen. Iedereen kan
potentieel slachtoffer zijn van een overheid die zich teveel moeit.
Elke persoon geniet als dusdanig v/d rechten van verdediging bij vervolging.
C. Onderlinge afweging van waarheidsvinding en individuele grondrechten
19de-20ste eeuw: waarheidsvinding centraal =/= opkomst grondwetten beschermen individuele
belangen. Voorbeelden: legaliteitsbeginsel (art.12 GW), privacy (art.22 Gw.) maar inhoudelijke
gebreken in grondwetten. EVRM/EHRM leggen inhoudelijke eisen op aan de wetgever. (art.8 EVRM)
Men kan niet meer alleen op wettelijke basis inbreuken maken, ze moeten ook geoorloofd en
gemotiveerd zijn.
Afweging tussen waarheidsvinding – ind. Rechten gebeurt door rechtspraak. Zorgt na jaren 60 ook
voor slingerbeweging tussen beide belangen toen meer belang werd gehecht aan grondrechten. De
dag van vandaag slingert het de andere richting op. Meer nadruk op handhaving (terrorisme),
verlenging arrestatietermijn (48/72u) en artikel 32 VTSv: onrechtmatig verkregen bewijs.
(Antigoonrechtspraak versoepeling bewijslevering –> nadeel voor de dader) Denk ook aan invloed
9/11 op strafrecht.
, Strafprocesrecht 2024-25 Philip Traest
Hoofdstuk 2: Accusatoire en inquisitoire rechtspleging
1: PRINCIPE
Accusatoir: horizontale processtructuur, passieve rol v/d rechter en proces in volledige openbaarheid.
Goed voorbeeld is burgerlijk geding. Beide partijen op gelijke voet, met gelijke wapens (equality of
arms)
Inquisitoir: verticale processtructuur, actieve rol v/d rechter en proces eerder geheim karakter.
Openbare aanklager treedt ambtshalve namens maatschappij op. Verdachte beschouwt als object
v/d rechtspleging.
2: PRAKTIJK
Nuance: zuivere instanties van bovenstaande begrippen komen niet voor. Doch verschillen tussen
Common law landen en continentale landen. Respectievelijk: hoofdzakelijk accusatoir, grotere rol
politie, juryrechtsspraak, ander systeem is eerder inquisitoir, kenmerkend is het vooronderzoek v/h
OM, de onderzoeksmagistraat. Merk op! Bij inquisitoir gebeurt het onderzoek ter terechtzitting
hoofdzakelijk accusatoir MAAR op basis van tijdens het vooronderzoek samengesteld strafdossier.
3: STRAFRECHTSHERVORMING IN EUROPA /NTK (NIET TE KENNEN)
Hoofdstuk 3: Verloop van het Strafproces
1: VOORONDERZOEK
Strafproces verloopt in twee fasen. Eerst de geheime fase, het vooronderzoek, en een openbare
fase, het onderzoek ten gronde. 🡪 Toepassing gemengd-inquisitoir karakter van ons
strafprocesrecht. Vooronderzoek is eerder inquisitoir, onderzoek ten gronde dan weer accusatoir.
Vooronderzoek
Doel: eventueel bestaan van voldoende bezwaren vinden en identificeren van verdachte. Let op!
Enkel vonnisgerechten zijn bevoegd om over de grond van de zaak te beslissen. In deze fase is daar
absoluut geen sprake van. Vandaar dat onderzoeksverrichtingen in deze fase ‘voorlopig’ zijn. De
volgende fase, het onderzoek ten gronde, behandelt de zaak ten gronde. Indien in het vooronderzoek
onvoldoende bezwaren of bewijzen worden vastgesteld dan wordt het onderzoek stopgezet.
A. Opsporingsonderzoek en gerechtelijk onderzoek
Opsporingsonderzoek (OO) gebeurt door de procureur des Konings en hulpofficieren, zonder de
onderzoeksrechter. Wordt afgesloten door PdK d.m.v. beslissing tot niet-vervolging (sepot) of met een
rechtstreekse dagvaarding voor vonnisgerecht of een buitengerechtelijke afhandeling. 95% v/d
strafzaken behandeld op deze manier.
Strafvordering
Prof. Philip Traest
Opleiding
Academiejaar 2024–2025
,Strafprocesrecht 2024-25 Philip Traest
TITEL 3: ALGEMENE BEGINSELEN VAN HET
STRAFPROCESRECHT
Hoofdstuk 1: Definitie
1: BEGRIP
Definitie: Strafprocesrecht is het geheel van rechtsregels betreffende de opsporing, vervolging en
berechting van personen die ervan worden verdacht een misdrijf te hebben gepleegd.
Het strafprocesrecht = vormvoorschriften, rechtspositie van personen, regels betreffende organisatie
en werking strafgerechten, regels tenuitvoerlegging van gerechtelijke beslissingen.
🡪 Realisatie materieel strafrecht
Synoniemen: formeel strafrecht, strafrechtspleging en strafvordering (contextueel – nl. vordering tot
toepassing strafwet!)
2: ONDERSCHEID MATERIEEL EN FORMEEL STRAFRECHT
Onderscheid op basis van de persoon, de inhoud en de sancties.
A. Personen tot wie de regels gericht zijn
Materieel strafrecht: gericht tot iedereen. Zowel overheid als de burgers.
Formeel strafrecht: specifiek op overheid zoals de politie en de staande en zittende magistratuur.
B. Inhoud van deze regels
Materieel: bescherming van fundamentele waarden, vanzelfsprekend. (U mag niet doden of stelen,
bestraffing volgt wat logisch is. Figuren als verzachtende omstandigheden of schulduitsluitingsgronden
vertolken het algemeen rechtsgevoel)
Formeel: beschermde waarden liggen op een ander vlak en zijn meer aan evolutie onderhevig. (niet
vanzelfsprekend bv. verjaring. Hier sprake van ‘spelregels’ die niet gekoppeld zijn aan intrinsieke
waarden. Meerdere belangen van tel die veranderingen en dus de inhoud laten evolueren)
C. Sanctionering van de schending van deze regels
Materieel: bestraffing. Elk misdrijf = een straf dus norm schenden = zich blootstellen aan bestraffing.
Formeel: niet steeds een sanctie; sanctie staat ook niet vast (soms verval v/d strafvordering , soms
,Strafprocesrecht 2024-25 Philip Traest
wilsuitsluiting, strafvermindering). Hier speelt de niet-naleving van processuele normen een groot
belang. Processuele sancties staan niet altijd in de wet. Artikel 32 VTSv regelt de sanctionering van
vormverzuimen. Kan soms leiden tot nietigverklaring van de proceshandeling of het gehele proces.
Ook gevolgen m.b.t. bewijsvoering (onrechtmatig verkregen bewijsstuk). Sancties op gronde van de
onontvankelijkheid v/d strafvordering of verval van de vordering tot gevolg. (bv. Niet-naleven
verjaringstermijn misdrijf). In realiteit worden vele processuele vormvoorschriften niet gesanctioneerd
en bestaat hierover veel onzekerheid.
3: DOELSTELLINGEN VAN HET STRAFPROCES
In Strafrecht staan verscheidene belangen tegenover elkaar. Die v/d gemeenschap, de dader en het
slachtoffer. De waarheidsvinding staat centraal maar mag niet ten koste gaan v/d individuele
grondrechten.
Onderscheid op basis van de persoon, de inhoud en de sancties.
A. Waarheidsvinding
Deel v/h publiekrecht, conflict tussen gemeenschap en dader dus openbaar belang. Slachtoffer is hier
irrelevant. Vele procedures in het Wetboek van Strafvordering zijn logischerwijze gericht tot het
vinden v/d waarheid.
B. Bescherming v/d individuele grondrechten
Enkele voorbeelden: recht op privacy, het briefgeheim, recht op advocaat…
De overheid kan verregaande maatregelen hanteren die individuele rechten kunnen aantasten zoals
de telefoontap, verborgen camera’s, schenden v/h eigendomsrecht.
De bescherming van deze rechten is ruimer dan het beschermen v/d dader alleen. Iedereen kan
potentieel slachtoffer zijn van een overheid die zich teveel moeit.
Elke persoon geniet als dusdanig v/d rechten van verdediging bij vervolging.
C. Onderlinge afweging van waarheidsvinding en individuele grondrechten
19de-20ste eeuw: waarheidsvinding centraal =/= opkomst grondwetten beschermen individuele
belangen. Voorbeelden: legaliteitsbeginsel (art.12 GW), privacy (art.22 Gw.) maar inhoudelijke
gebreken in grondwetten. EVRM/EHRM leggen inhoudelijke eisen op aan de wetgever. (art.8 EVRM)
Men kan niet meer alleen op wettelijke basis inbreuken maken, ze moeten ook geoorloofd en
gemotiveerd zijn.
Afweging tussen waarheidsvinding – ind. Rechten gebeurt door rechtspraak. Zorgt na jaren 60 ook
voor slingerbeweging tussen beide belangen toen meer belang werd gehecht aan grondrechten. De
dag van vandaag slingert het de andere richting op. Meer nadruk op handhaving (terrorisme),
verlenging arrestatietermijn (48/72u) en artikel 32 VTSv: onrechtmatig verkregen bewijs.
(Antigoonrechtspraak versoepeling bewijslevering –> nadeel voor de dader) Denk ook aan invloed
9/11 op strafrecht.
, Strafprocesrecht 2024-25 Philip Traest
Hoofdstuk 2: Accusatoire en inquisitoire rechtspleging
1: PRINCIPE
Accusatoir: horizontale processtructuur, passieve rol v/d rechter en proces in volledige openbaarheid.
Goed voorbeeld is burgerlijk geding. Beide partijen op gelijke voet, met gelijke wapens (equality of
arms)
Inquisitoir: verticale processtructuur, actieve rol v/d rechter en proces eerder geheim karakter.
Openbare aanklager treedt ambtshalve namens maatschappij op. Verdachte beschouwt als object
v/d rechtspleging.
2: PRAKTIJK
Nuance: zuivere instanties van bovenstaande begrippen komen niet voor. Doch verschillen tussen
Common law landen en continentale landen. Respectievelijk: hoofdzakelijk accusatoir, grotere rol
politie, juryrechtsspraak, ander systeem is eerder inquisitoir, kenmerkend is het vooronderzoek v/h
OM, de onderzoeksmagistraat. Merk op! Bij inquisitoir gebeurt het onderzoek ter terechtzitting
hoofdzakelijk accusatoir MAAR op basis van tijdens het vooronderzoek samengesteld strafdossier.
3: STRAFRECHTSHERVORMING IN EUROPA /NTK (NIET TE KENNEN)
Hoofdstuk 3: Verloop van het Strafproces
1: VOORONDERZOEK
Strafproces verloopt in twee fasen. Eerst de geheime fase, het vooronderzoek, en een openbare
fase, het onderzoek ten gronde. 🡪 Toepassing gemengd-inquisitoir karakter van ons
strafprocesrecht. Vooronderzoek is eerder inquisitoir, onderzoek ten gronde dan weer accusatoir.
Vooronderzoek
Doel: eventueel bestaan van voldoende bezwaren vinden en identificeren van verdachte. Let op!
Enkel vonnisgerechten zijn bevoegd om over de grond van de zaak te beslissen. In deze fase is daar
absoluut geen sprake van. Vandaar dat onderzoeksverrichtingen in deze fase ‘voorlopig’ zijn. De
volgende fase, het onderzoek ten gronde, behandelt de zaak ten gronde. Indien in het vooronderzoek
onvoldoende bezwaren of bewijzen worden vastgesteld dan wordt het onderzoek stopgezet.
A. Opsporingsonderzoek en gerechtelijk onderzoek
Opsporingsonderzoek (OO) gebeurt door de procureur des Konings en hulpofficieren, zonder de
onderzoeksrechter. Wordt afgesloten door PdK d.m.v. beslissing tot niet-vervolging (sepot) of met een
rechtstreekse dagvaarding voor vonnisgerecht of een buitengerechtelijke afhandeling. 95% v/d
strafzaken behandeld op deze manier.