Psychodiagnostiek in de
levenslooppsychologie
2de druk
Open Universiteit
Academiejaar 2020-2021
Auteur: Naomi Simons
,Inhoudsopgave
H1. Inleiding: psychodiagnostiek binnen de levenslooppsychologie ......................................................................... 3
H2. De diagnostische cyclus in de praktijk v/e levenslooppsycholoog ...................................................................... 4
H3. Kwaliteit van diagnostiek ....................................................................................................................................... 8
H4. Intelligentietests .................................................................................................................................................... 13
H5. Persoonlijkheidsvragenlijsten.............................................................................................................................. 17
H6. Neuropsychologische tests .................................................................................................................................... 20
H7. Probleemgerichte vragenlijsten ........................................................................................................................... 23
H8. Indirecte methoden ............................................................................................................................................... 25
H9. Gecontextualiseerde diagnostiek, diagnostiek van partnerrelaties en gezinsdiagnostiek .............................. 27
H10. Positieve diagnostiek........................................................................................................................................... 30
2
,H1. Inleiding: psychodiagnostiek binnen de levenslooppsychologie
1 Psychodiagnostiek binnen de levenslooppsychologie
§ Ontwikkeling is levenslang: hele leven + geen enkele periode per se meer impact dan andere
§ Ontwikkeling is multidirectioneel en multidimensioneel
® multidimensionaal: levensloop beïnvloed door mix van biol/psychol/social forces
® multidirectioneel: groei, achteruitgang en verandering in alle levensfasen mogelijk
§ Ontwikkeling is plastisch
® aanpassen aan nieuwe omgevingen/situaties mogelijk op àlle leeftijden
® wel minder plastisch met leeftijd: owv dalende capaciteiten en kansen voor verandering
§ Normatieve leeftijdsgebonden invloeden
® vnl tijdens kinderjaren en ouderdom
® tijdens adolescentie leeftijdsgebonden sociale invloeden
§ Normatieve historische invloeden
® vnl tijdens adolescentie en jongvolwassenheid
§ Niet-normatieve invloeden
® neemt lineair toe met leeftijd en stagneert later
2 Overeenkomsten en verschillen met de klinische diagnostiek
§ 18% Ned: diagnose psychiatrische stoornis + zorg noodzakelijk
§ 38% Ned: floreert (hoog aanpassingsvermogen + uitstekende psychische en fysieke gezondheid)
3 Veelgebruikte diagnostische instrumenten
§ Methode Prestatietaken
- intelligentietests: in kaart brengen van cogn. cap. (vb redeneren, info verwerken, oplossen)
à belangrijk bij vele keuzes (vb schoolkeuze, beroepskeuze)
- neuropsychol. tests: in kaart brengen van cogn funct. (vb aandacht, geheugen, planning)
à bij vermoeden van beperking cogn vermogen -> doorverwijzen naar neuropsycholoog
§ Methode Zelfrapportage
- persoonlijkheidsvragenlijsten: van belang bij maken van levenskeuzes, probl begrijpen, ...
à bij vermoeden van ernstige problematiek -> doorverwijzen naar klinisch psycholoog
- probleemgerichte vragenlijsten: screenen op klachten (cliënten met subklinische sympt.)
- gezin/systeem: vragenlijsten om functioneren v/h gezin in kaart te brengen
à Experience Sampling Method (ESM) om ook invloed van context in kaart te brengen
- interessetests: van belang bij bv studiekeuze of loopbaan (vb HZO, ABIV)
- waarden en attituden: vragenlijsten kunnen helpen bij begeleiding bij stellen pers. doelen
§ Methode Beoordeling
- projectieve testen: om gegevens te achterhalen die niet via zelfrapp. of gedragsobservatie te
bereiken zijn (taak vaak onduidelijk -> cliënt kan geen invloed uitoefenen op uitkomst)
à door observatie van inhoud + manier van antwoorden meer te weten komen over cliënt
3
, H2. De diagnostische cyclus in de praktijk v/e levenslooppsycholoog
1 Achtergrond van de diagnostische cyclus
§ Redenen voor formaliseren van het psychodiagnostisch proces:
- vergemakkelijkt leerproces van jonge diagnostici
- zorgt voor uniformiteit (belangrijk voor communicatie tussen professionals)
- maakt vergelijkbaarheid mogelijk van onderzoeksresultaten
- voorkomen van mogelijke oordeelsfouten van de diagnosticus
vb: confirmation bias/voorkeur voor bevestiging: neiging van mensen om naar info te zoeken
die bij eigen mening past (confirmatorische teststrategie = clinicus besteedt meer aandacht
aan zoeken naar symptomen die hij verwacht (en minder aan sympt. die hij niet verwacht)
vb: halo-effect: aanwezigheid van een positief testresultaat wekt suggestie dat ook resultaten
op andere tests positief zullen zijn (een fout wordt dan gezien als toeval)
vb: primacy- en recency-effecten: info die eerst en laatst komt, wordt beter onthouden
§ experimenteel onderzoek = gericht op generaliseerbare antwoorden
§ diagnostiek = gericht op unieke antwoorden voor een individu/specifieke groep
§ hypothesetoetsend model: 4 stappen waarin hypothesen over gedrag, cognities en emoties
worden getoetst adhv gefaseerd diagn. proces waarbij wetensch. aanpak wordt gewaarborgd
2 Aanmelding: hulpvraag
§ horizontale opdrachtrelatie: opdrachtgever is cliënt zelf (vb persoon wil zelf IQ-test doen)
§ verticale opdrachtrelatie: opdrachtgever is iemand anders (vb werkgever)
à zorg en verantwoordelijkheid voor 3 partijen = 3 soorten betrokkenheid:
1. betrokkenheid bij opdrachtgever (opdracht goed uitvoeren, goede samenwerking)
2. betrokkenheid bij cliënt (gebonden aan ethische w&n voor omgaan met cliënten)
3. betrokkenheid bij eisen van uitvoeren van verantwoord wetensch. onderzoek
à beroepsethiek (NIP) centrale rol
à belangen van cliënt steeds voorop
ð cliënt altijd inzage en evt blokkering van rapport
ð indien cliënt minderjarig/wilsonbekwaam => vertegenwoordiger van cliënt betrekken
(! beslissingen vertegenwoordiger niet volgen indien in strijd met belangen cliënt)
§ categorieën van hulpvragen
1. Onderkennende vraag: in kaart brengen van bepaalde kenmerken of een probleem
vb: cliënt wil IQ weten, moeder wil weten of kind taalachterstand heeft (= taxatievraag)
2. Verklarende vraag: verklaren van bepaald kenmerk/probleem/gedrag ‘waarom?’
vb: cliënt vraagt zich af waarom hij zich ongelukkig voelt
à interne (persoonskenm.) of externe locus (omgevingskenm.) van verklaring
à inducerende (doen gebeurtenis ontstaan) of continuerende condities (instandhouding)
à predisponerende fact: hierdoor loopt iemand grotere kans op de uitkomst (vb. ziekte)
à luxerende fact: bep. uitkomst ontwikkelt zich werkelijk (vb men voelt zich gelukkiger na ...)
à onderhoudende fact: zorgen voor het in stand houden van de uitkomst
3. Indicerende vraag: welke stappen kan cliënt zetten om zijn doel te bereiken
vb: welk schooltype is het best voor mijn kind?, is sollicitatietraining nuttig om ... ?
4. Selecterende vraag: match tss persoon en conditie vanuit conditie benaderd (ipv uit pers)
vb: welke sollicitanten meest geschikt voor bepaalde functie?
4