Welke vereenvoudigde veronderstellingen liggen ten grondslag aan de break-evenanalyse?
Bij een break-even analyse wordt verondersteld dat de omzet en kosten een lineair verloop hebben, dat er geen
voorraadmutatie is en dat de onderneming slechts één soort product voortbrengt.
Break-even punt = totale kosten = totale omzet > Er wordt geen winst of verlies gemaakt
Break- even afzet = totale vaste kosten : (verkoopprijs - variabele kosten)
> eerst verlies, want kosten hoger dan omzet
Dekkingsbijdrage/contributiemarge = 1. Verkoopprijs – variabele kosten per eenheid / 2. Omzet – variabele kosten
De definitie van dekkingsbijdrage is: de marge die overblijft per product voor het dekken (betalen) van de constante kosten
en eventueel voor het maken van winst. > Waarom belangrijk?
Opdracht boek: Bij welke jaarlijkse afzet is de winst van kampen gelijk aan die van Zwolle? > Het differentiepunt wordt
bepaald door de extra vaste kosten bij Zwolle te delen door de extra dekkingsbijdrage bij Zwolle (ten opzichte van Kampen):
€340.000 : €2 = 170.000
Afzet nodig om winstdoelstelling te behalen: (totale vaste kosten + winstdoelstelling) : (verkoopprijs – variabele kosten)
Veiligheidsmarge: (huidige verkoop – break-even verkoop) : huidige verkoop x 100%
Verschillende kostensoorten:
Absorption costing (integrale kostprijs) en direct costing
Vaste vs variabele kosten
Periode vs productkosten
Relevante en niet-relevante kosten
, Alleen concentreren op relevante
kosten. Dus bij nemen van beslissingen alleen richten op de relevante kosten.
Indirecte kosten = overheadkosten
Dus een bedrijf moet niet alleen rendabel zijn, maar ook
liquide en solvabiliteit.
Liquiditeitspositie van 1/1,5 is goed. / Solvabiliteitspositie van minimaal 30/40 is goed.
Samenvatting H12