Geo vmbo 3 KGT Samenvattingsopdrachten H3 Arm en Rijk in Nederland
3.1 Arm en rijk binnen steden
Verschillende soorten wijken
˃ Een wijk is een deel van een stad.
• Voorbeeld arme wijk in Eindhoven: Doornakkers. Kenmerken:
- gebouwd voor arbeiders van fabrieken.
- bouwdatum: na Tweede Wereldoorlog.
- bouwmateriaal: goedkoop
- soort huizen: kleine rijtjeshuizen met kleine tuinen.
- straten: smal
- ook uit deze tijd: hoogbouwwijken met meer groen.
• Voorbeeld rijke wijk in Eindhoven: De Karpen. Kenmerken:
- gebouwd voor mensen met hoge inkomens.
- bouwdatum: later dan Doornakkers, daarom meer plek voor auto’s
- bouwmateriaal: duur
- soort huizen: grote vrijstaande huizen met grote tuinen.
- straten: breed/ruim met veel parkeerplaatsen.
Welvaart in de wijk
˃ Tussen beide wijken grote verschillen in welvaart: hoe gemakkelijk mensen in hun
behoeften kunnen voorzien. Vaak gemeten in geld.
• Aanwijzingen hoge of lage welvaart in een wijk:
- koopwoningen of huurwoningen van een woningbouwcorporatie.
- hoge of lage koop- of huurprijzen
- hoge of lage WOZ-waarde
Welzijn in de wijk
, Geo vmbo 3 KGT Samenvattingsopdrachten H3 Arm en Rijk in Nederland
˃ Welzijn heeft te maken met welvaart, maar ook met allerlei andere dingen, zoals
gezondheid, veiligheid en of je je thuis voelt. Welzijn in een wijk is afhankelijk van:
• Leefbaarheid. Kenmerken:
□ Bebouwingsdichtheid = het aantal gebouwen per km2. Als die hoog is, is er weinig ruimte
voor groenvoorzieningen.
□ Voorzieningen, als winkels en speelplekken.
□ Het onderhoud van de wijk.
• Niet alle kenmerken zijn zichtbaar, zoals aantal inbraken of overlast.
• Vaak: hoge welvaart = veel welzijn. Niet altijd: bij een hoge autodichtheid (= aantal auto’s
per km2) is het minder veilig.
3.2 Veranderingen in oude arbeiderswijken
Verandering op de arbeidsmarkt
˃ Veel verandering door ander werk en inkomen.
• Mensen met een laag opleidingsniveau hebben vaker:
- lage lonen door concurrentie buitenland
- geen baan door overname werk door machines/computers en robots. Hierdoor ontstaat
structurele werkloosheid.
• Andere mensen met hogere lonen en een auto: vertrokken naar wijken in dorpen en aan
de rand van de steden.
Moeizame integratie
˃ Eenvoudig fabriekswerk gedaan door gastarbeiders. Kenmerken:
- spraken een andere taal
3.1 Arm en rijk binnen steden
Verschillende soorten wijken
˃ Een wijk is een deel van een stad.
• Voorbeeld arme wijk in Eindhoven: Doornakkers. Kenmerken:
- gebouwd voor arbeiders van fabrieken.
- bouwdatum: na Tweede Wereldoorlog.
- bouwmateriaal: goedkoop
- soort huizen: kleine rijtjeshuizen met kleine tuinen.
- straten: smal
- ook uit deze tijd: hoogbouwwijken met meer groen.
• Voorbeeld rijke wijk in Eindhoven: De Karpen. Kenmerken:
- gebouwd voor mensen met hoge inkomens.
- bouwdatum: later dan Doornakkers, daarom meer plek voor auto’s
- bouwmateriaal: duur
- soort huizen: grote vrijstaande huizen met grote tuinen.
- straten: breed/ruim met veel parkeerplaatsen.
Welvaart in de wijk
˃ Tussen beide wijken grote verschillen in welvaart: hoe gemakkelijk mensen in hun
behoeften kunnen voorzien. Vaak gemeten in geld.
• Aanwijzingen hoge of lage welvaart in een wijk:
- koopwoningen of huurwoningen van een woningbouwcorporatie.
- hoge of lage koop- of huurprijzen
- hoge of lage WOZ-waarde
Welzijn in de wijk
, Geo vmbo 3 KGT Samenvattingsopdrachten H3 Arm en Rijk in Nederland
˃ Welzijn heeft te maken met welvaart, maar ook met allerlei andere dingen, zoals
gezondheid, veiligheid en of je je thuis voelt. Welzijn in een wijk is afhankelijk van:
• Leefbaarheid. Kenmerken:
□ Bebouwingsdichtheid = het aantal gebouwen per km2. Als die hoog is, is er weinig ruimte
voor groenvoorzieningen.
□ Voorzieningen, als winkels en speelplekken.
□ Het onderhoud van de wijk.
• Niet alle kenmerken zijn zichtbaar, zoals aantal inbraken of overlast.
• Vaak: hoge welvaart = veel welzijn. Niet altijd: bij een hoge autodichtheid (= aantal auto’s
per km2) is het minder veilig.
3.2 Veranderingen in oude arbeiderswijken
Verandering op de arbeidsmarkt
˃ Veel verandering door ander werk en inkomen.
• Mensen met een laag opleidingsniveau hebben vaker:
- lage lonen door concurrentie buitenland
- geen baan door overname werk door machines/computers en robots. Hierdoor ontstaat
structurele werkloosheid.
• Andere mensen met hogere lonen en een auto: vertrokken naar wijken in dorpen en aan
de rand van de steden.
Moeizame integratie
˃ Eenvoudig fabriekswerk gedaan door gastarbeiders. Kenmerken:
- spraken een andere taal