beknopt
Week 1:
In psychologie: Statistische Generalisatie in plaats van natuurwetten.
Peer review = check door collega’s of onderzoek klopt
Hoe meer statistische analyses, hoe groter kans op type 1 fout
Diederik Stapel verzon data om maar te kunnen publiceren
Sloppy sciënce = slordig onderzoek doen
Verification bias = zoeken naar bevestiging van je hypotheses
1600 Bacon Inductie (observeren) als methode voor empirisch onderzoek
1700 Empiricisme (Hume + Locke) kennis komt door ervaring
1850 Positivism (Auguste + Comte) Foucus op positieve observaties ipv speculaties
1900 Positivism (Ernst Mach) geen theorieën of modellen maar observeren van feiten
1920 Logic-Positivism Vienna circle: Theorieën/Modellen pas gebruiken als ze zijn ontstaan door
logica en observaties
Ignaz Semmelweis
Vrouwen met kraamkoorts, ze dachten dat het kwam door mal-aria theorie. Hij observeerde
dat deze vrouwen behandeld werden door studenten die uit de snijzaal kwamen. Hij zag
verband en vond dat de studenten hun handen moesten wassen. Dit werkte!
o Infection model = je wordt ziek van lichaamsstukjes van anderen
o Hij ontdekte de bacterie
o Eerste die hypothese opstelde aan de hand van observaties
Voor zijn tijd: ‘ziektes komen door epidemische invloeden en slechte lucht’
- Onbekende verklaring vervangen door andere onbekende verklaring
o Pseudo Explanations = de verklaring is de label van het probleem
Van opium wordt je moe omdat het slaapkracht heeft
Logisch Positivisme (Watson) = standaard blik op wetenschap, eerst observeren, dan logisch
redeneren
- Belang van observaties als basis van kennis
- Verwierp het idee van atomen en elektroden (je kunt ze niet observeren)
- Verwierp het idee van introspectie (Wundt en Titchener) introspectie is niet objectief
Combineert logisch nadenken met observatie als basis van wetenschap, en ziet er als volgt uit:
1. Observeren en feiten vast leggen
2. Generaliseren van deze feiten
3. Hypotheses opstellen om generalisaties te testen Getest? – ‘Law of Nature’
Operalization = definiëren van een theoretisch concept op de manier hoe je het kunt observeren
,Inductie bied geen zekerheid en is geen vorm van logica.
- Wel statements maken voor individuele observaties!
- Feiten zijn gebaseerd op observaties van individuele casussen
- Door inductie kun je deze generaliseren
- Alle vloeistof stroomt naar beneden
o Je verwacht geen uitzondering, dus ‘general law of nature’
o Mensen zijn complexer dus kun je niet generaliseren, dus statistische generalisatie
Generalisaties gebruiken als basis voor deducties
Deductie = valide afleiding van statement op basis van andere statements (premissen
Syllogisme = vorm van deductief redeneren:
Premisse 1: Alle personen met infectie hebben wondkoorts
Premisse 2: Sommige vrouwen in kamer 1 hebben een infectie
Conclusie; Alle vrouwen in kamer 1 hebben wondkoorts
LP gebruikt syllogismen voor verklaringen en voorspellingen
- Verklaring, als conclusie geobserveerd, maar oorzaak niet bekend
- Voorspeller, als conclusie niet is geobserveerd maar gededucteerd wordt door ‘general law’
General law = statement van toepassing op alle situaties
Conclusion = specifieke observatie
- Initial condition = linkt ‘general law’ aan ‘specific conclusion’, introduceren van onderwerp
van de voorspelling
Deductive-Nomological model of explanation or prediction = verklaring / voorspelling moet
gebaseerd zijn op deductie, of op basis van één of meer ‘general laws’ om voor power te zorgen
Explanans = hele set premissen
Explanandum = De conclusie van de deductie
Hypothesis: ALS infectie KVK veroorzaakt
Consequence: DAN zorgt autopsie voor mortaliteit in kamer 1
Observation: Autopsie zorgt voor mortaliteit in kamer 1
Conclusion: Infectie zorgt voor KVK
Falsification = zoeken naar verwerping van de hypothese
Verification = hypothese klopt door bewijs van observatie van de consequentie
Problemen met LP:
- Gebruik van inductie om generalisatie te formuleren (observaties) Dit betekend niet dat er
echt een ‘general law’ is!
- LP ziet testen van de hypothese als verificatie, maar het hoeft als nog niet waar te zijn!
Deductieve redenering = conclusie op basis van premissen
- Premissen en conclusies worden als ‘waar’ beschouwd
, - Deductie valide, en premissen waar? Conclusie klopt!
Aristoteles vier soorten categoric claims: 2 general, 2 specific, 2 affirmative and 2 negative
Affirmative: A Alle MDD zijn SD A en E - General
Negative: E Geen MDD zijn SD
Affirmative: I Deze / Sommige MDD is SD I en O - Specific
Negative: O Deze / Sommige MDD is niet SD
Deze statements kunnen als premissen in een syllogisme gebruikt worden!
Premisse 1: Alle MDD (M) zijn SD (P) Generalization, ‘law’
Premisse 2: Sommige schrijvers (S) zijn MDD (M) Initial condition
Conclusie: Sommige schrijvers (S) zijn SD (P) explanation, prediction
Predicate = karakteristiek over het onderwerp
Major Term = Predicate van de conclusie (SD)
Minor Term = Subject van de conclusie (S)
Middle Term = in beide premissen (MDD) niet in conclusie, maakt link tussen predicate + conclusie
Venndiagram (2) = alle mogelijke logische relaties tussen statements
- Ingekleurde stuk is niet mogelijk!
- X zit ook in de DS cirkel, je kunt concluderen dat
‘sommige W is SD’ correct is!
Invalide Syllogisme (3)
- Je weet niet waar X moet, kan in beide vlakken
- Dus op de lijn tussen de vlakken
- Statement moet inescapable zijn:
o Niet mogelijk om een voorbeeld te bedenken
Waar het statement onjuist is
o Conclusie kan waar zijn als syllogisme invalide is
Valide syllogisme, onjuiste conclusie (4)
- Conclusie is waarschijnlijk niet waar
- Premisse 2 is een ‘alle’ statement, en waarschijnlijk onjuist
- W cirkel buiten MDD is leeg!
- X moet dus in het midden
- Syllogisme is wel valide maar waarschijnlijk onjuist
Categorische claims: Zegt iets over categorie van objecten
Standaard-vorm categorische claim = ontstaat wanneer alles wordt toegevoegd aan categorieën
o A-claim = ‘Alle … zijn …’ Bevestigende claim
o E-claim = ‘Geen … zijn …’ Negatieve claim
o I-claim = ‘Sommige … zijn …’ Bevestigende claim
o O claim = ‘sommige … zijn niet …’ Negatieve claim